CDA en bisschoppen hebben een intensieve relatie

De achterban van het CDA discussieerde de afgelopen maanden over een nieuwe grondslag voor de partij. Ondertussen kwam de relatie tussen het CDA en de bisschoppen onder spanning te staan. Volgens de katholieke directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, mr. J.J.A.M. van Gennip, is de relatie tussen CDA en bisschoppen veel beter dan men denkt.

DEN HAAG, 9 APRIL. De opgelopen spanning ontlaadt zich in een krachtterm. Vlak voor het einde van het gesprek kan de hoogste bewaker van het geestelijk erfgoed van de christen-democratie zich niet meer inhouden. Geagiteerd loopt mr. J.J.A.M. van Gennip, directeur van het Wetenschappelijk Instituut, naar zijn kast. “Hier, verdomme. Zeshonderd amendementen op dit verhaal, ons Program van Uitgangspunten. Geen amendementen op woordjes, maar allemaal antwoorden op vragen als: Zjn wij gelovig, s de C van het CDA herkenbaar?”

De vraag was of de leden van het Christen-Democratisch Appel zich iets aan trekken van de discussies over de grondslag van hun partij. Deze wordt binnenkort opnieuw vastgesteld. Raakt het gemiddelde lid niet sneller in de ban van de mammon van de lastenverlichting?

Van Gennip, secretaris van de commissie die het concept-"PvU' voorbereidde zoals het program van uitgangspunten in het partijjargon heet, meent van niet. “Het gemiddeld CDA-lid is zéér bezig met de koers van zijn partij”, zegt hij. “Hij schrééuwt erom discussies over lastenverlichting te laten overstijgen door de vraag: waar koerst mijn partij naartoe? Is die koers herkenbaar? Is er een eerlijke relatie tussen de uitgangpunten en het beleid van het CDA?”

Als de zaken werkelijk zo liggen komt een gesprek over de relatie tussen het CDA en de bisschoppen goed uit. De recente botsingen tussen de katholieke prelaten en de partij raken namelijk aan dezelfde grondslagdiscussie, zo vindt ook Van Gennip. Een “mooi stichtelijk verhaal in de Goede Week” zoals de temperamentvolle debater het noemt, kan gerezen "misverstanden' over die relatie wegnemen.

Misverstand nummer één luidt volgens Van Gennip: het zou niet goed gaan tussen het CDA en de bisschoppenconferentie, getuige onder meer de conflicten in de laatste maanden over de euthanasie en het opzeggen van het CDA-lidmaatschap door bisschop Bomers. In de ogen van Van Gennip is er “niets wezenlijks veranderd in de relatie tussen de bisschoppenconferentie en de partij.” Hij baseert dat voor een belangrijk deel op de “zeer intensieve contacten” die er zijn geweest over het Program van Uitgangspunten.

“De bisschoppenconferentie heeft buitengewoon veel aandacht besteed aan het PvU. Er was een heel grote waardering voor positionering, uitgangspunten en keuzen van een open moderne, christen-democratische partij.”

Hoewel de nodige discussies over euthanasie-paragraaf in het "PvU' zijn gevoerd, tornden de bisschoppen volgens Van Gennip ook toen niet aan de basisregel in de verhouding tussen bisschoppen en CDA, namelijk “dat wij niet ondergeschikt zijn aan het kerkelijk leergezag, openstaan voor het hele Nederlandse volk, maar wel bijzondere belangstelling hebben voor de kerkelijke interpretatie van de christelijke uitgangspunten”.

Alleen bisschop Bomers van Haarlem heeft die regel volgens Van Gennip niet begrepen. De prelaat schreef in NRC Handelsblad van 23 december 1992: “Zou (-) het CDA eens duidelijk willen maken of het bij het omschrijven van het woord christelijk de vaststaande leer van de kerk wil aanvaarden?” Van Gennip zegt hierover: “Daar ligt de fout van bisschop Bomers. Als hij zegt: het CDA zou tittel en jota van het kerkelijk leergezag moeten accepteren, dan zeg ik: Monseigneur, verschrikkelijk aardig van u, maar probeert u het dan maar op een ander adres. Weet dan wel welk adres u overslaat. Want er zijn weinig christen-democratische bewegingen in West-Europa die zo serieus bezig zijn geweest met de vraag wat het evangelie nog betekent voor de politiek.”

Dat Bomers opstapte naar aanleiding van een krantestuk van een prominent CDA-lid - het Tweede Kamerlid T. de Kok - heeft volgens Van Gennip evenmin invloed op de relatie tussen partij en prelaten. De Kok verweet de katholieke kerk gebrek aan “warmte, troost en barmhartigheid”. Van Gennip: “Als De Kok als gelovige zegt: Ik heb pijn aan het standpunt van de katholieke kerk, is dat zijn goed recht. Maar hij spreekt dan niet namens het CDA”.

Wat nu? Eerder nog weigerde partijvoorzitter Van Velzen zich in een gesprek met Bomers te distantiëren van het artikel van De Kok. Daarop trok Bomers zijn conclusies. De woordvoerder van het CDA, aanwezig bij het gesprek met Van Gennip, valt de directeur van het wetenschappelijk instituut echter bij. Er viel volgens hem voor Van Velzen niets te distantiëren, want: “De Kok heeft als gelovige een standpunt naar voren gebracht.” Dat betekent niet dat het CDA zijn mening deelt, want het CDA heeft geen officieel standpunt over de mening van de bisschoppen.

Toch is zo'n standpunt misschien nodig. Als de bisschoppen er niet in slagen om gelovigen te inspireren heeft dat ook invloed op de aard en omvang van de actief-christelijke achterban van het CDA. Van Gennip weigert zich echter uit te spreken over de vraag of de bisschoppen die taak goed vervullen. Wel geeft hij aan wat in de houding van het CDA tegenover de kerken zwaar weegt: “We kijken met belangstelling hoe de kerken de christelijke boodschap voor de wereld interpreteren. We stellen tevens haar functie bij het overdragen van normen en waarden en het recruteren van vrijwilligers zeer op prijs.”

Vervolgens waarschuwt Van Gennip meteen voor een tweede misverstand, namelijk dat katholieke kerk en katholieke christen-democraten in vroeger tijden een veel intiemer relatie hadden. Van Gennip: “Ik ga u nu iets verschrikkelijks vertellen. Het is niet voor het eerst dat de christen-democratie in conflict is met het bisdom Haarlem. Exact honderd jaar geleden was er een gigantisch conflict tussen de toenmalige voorman van de katholieken, monseigneur Schaepman en het bisdom over de positie van de toenmalige katholieke partij.” Het bisdom, vertelt Van Gennip, verlangde toen hetzelfde als bisschop Bomers nu van het CDA wil: dat de christen-democratie zich als confessionele partij zou opstellen, gehoorzaam aan het leergezag van de Kerk.

Christen-democratie en kerk, of die nu katholiek of protestants is, zijn volgens Van Gennip nooit een monoliet geweest, “in Nederland niet en nergens niet.” In eigen land verwijst hij naar de “dikwijls gespannen verhouding in de laatste vijftien jaar met de Raad van Kerken.” Ook noemt Van Gennip Italië, waar het Vaticaan in de jaren twintig probeerde de oprichter van de christen-democratische partij te dwarsbomen.

Kern van de herhaaldelijk oplevende spanning tussen christen-democratie en RK-kerk is volgens Van Gennip dat de eerste - in tegenstelling tot wat velen denken - niet primair werd opgericht om een of andere zedelijkheidsideaal te verwezelijken. “Het ging de christen-democratie allereerst om de sociale kwestie: bestrijding van de armoe. Voor die tijd, in de hele negentiende eeuw, kon je je christen noemen door uitsluitend vroom te zijn.”

Sinds die tijd heeft de christen-democratie altijd met verwijten van conservatieven, maar ook van progressieven te maken gekregen. “Conservatieven vroegen: moeten we met die rooie nieuwlichterij? Laat ze bidden in plaats van sociale actie voeren. Links viel ons ook aan. Hetzij omdat ze het recht ontkende van christenen om zich politiek te organiseren, hetzij omdat de standpunten niet spoorden met de radicaliteit van het Evangelie.”

Niettemin bleef de indruk bestaan dat het met bisschoppen en christen-democraten twee handen op één buik is. Van Gennip wijt dat aan het historisch beeld van de verzuiling. Daarbij wordt vaak verwezen naar het bisschoppelijk mandement van 1954, waarin de bisschoppen katholieke gelovigen aanspoorden lid te blijven van katholieke organisaties. Dat kwam de KVP toch goed uit? Slechts ten dele, aldus Van Gennip. “Het mandement had ook ongemakkelijke consequenties voor de KVP. De partij had al in 1945 besloten zich onafhankelijk op te stellen tegenover de katholieke kerk. Het mandement dwong de KVP om conservatieven als Welter terug te nemen, een "break-away'-katholiek die zich eerder tegen het Indië-beleid van de KVP had gekeerd. Mensen als Lubbers en ik vonden - hoe jong we toen ook waren - dat mandement verschrikkelijk.”

En daarmee belanden we tenslotte bij het het derde en laatste grote misverstand. Van Gennip: “Sommigen beweren dat het CDA slechts voortgezette machtsvorming is” Dit ten opzichte van de KVP van vroeger. “Daartegenover stel ik keihard het volgende. Het CDA zou zijn huidige karakter niet gehad hebben als allerlei mensen die nu belangrijk zijn voor de partij 25 jaar geleden niet tevens bij levensbeschouwelijke vernieuwing betrokken waren geweest. Piet Steenkamp ("oprichter' van het CDA, red.) wilde niet alleen een ander type KVP maar was ook voorzitter van het pastoraal concilie. Een man als Ruud Lubbers was evenzeer bezig met kerkelijke vernieuwing. Als die mensen destijds niet een geweldige vitaminestoot hadden meegekregen van het kerkelijke en religieuze vernieuwingsdenken, hadden zij zich nooit zo gemotiveerd ingezet voor een nieuw soort politieke partij.”

Hoe past de toekomstig leider van het CDA, fractievoorzitter Brinkman, in dat rijtje? Van hem zijn veel minder kerkelijke activiteiten bekend. Van Gennip kan er op dat moment ook geen enkele noemen. Hij zegt: “Ik heb geen enkele reden om te veronderstellen dat een modern mens als Brinkman niet geïnspireerd wordt door dat soort kerkelijke ontwikkelingen. Kijk maar eens naar zijn Leidse college van twee weken geleden over de christen-democratie.” Navraag leert dat dit college grotendeels werd voorbereid door Van Gennip zelf.