Ben Okri over de Afrikaanse weg; De verlokkingen van de gemeenschapszin

Ben Okri: Songs of Enchantment. Uitg. Jonathan Cape. Prijs ƒ 49,60

Ben Okri zag het aankomen toen hij, 32 jaar oud, in 1991 de Booker Prize won. “Die prijs heeft zorgen in mijn huis gebracht”, zei hij tegen Emma Brunt in Elsevier. “Ik moet nog steeds bergen beklimmen, en deze bekroning geeft me het gevoel dat ik ze al beklommen heb - terwijl ik nog maar net begonnen ben.”. En twee weken geleden nog, tegen Hunter Davies van The Independent: “Ik heb meer nachtmerries dan vroeger. Natuurlijk ben ik blij dat het me overkwam, maar, weet je, demonen leven van succes, ze blazen zich ermee op.”

De van oorsprong Afrikaanse Okri kan het heel Afrikaans en mooi zeggen. Misschien net iets te mooi, iets te gecultiveerd en overdadig. Dat voedde ook het lichte wantrouwen tegen zijn bekroonde roman The Famished Road ("De Hongerende Weg', uitgeverij Van Gennep): vijfhonderd pagina's poëtisch geweld waarin geen Afrikaans zinnebeeld onbenut blijft. Het is het verhaal van Azaro, het jongetje dat zich bij zijn geboorte niet helemaal heeft losgemaakt uit de wereld van de geesten en in zijn levensdrift gehinderd wordt door zijn oude speelkameraadjes die hem terug lonken naar dat eeuwige bestaan waar “teergevoelige heksen, goedmoedige kabouters en de serene aanwezigheid van onze voorvaderen altijd met ons waren, terwijl we ons baadden in de schittering van ettelijke regenbogen”. Azaro is dus een "abiku', de Westafrikaanse benaming van een kind dat ondanks de beste moederlijke zorgen vroeg sterft. Dergelijke kinderen zijn daar vooreerst een pijnlijke en veel voorkomende werkelijkheid, en spelen vervolgens een belangrijke rol in mythen over cyclisch bestaan en levensreizen die met tegenzin aanvaard worden. Literair gezien is zo'n abiku een onuitputtelijke bron: metafoor voor prekoloniale onschuld en de moeizame geboorte van een Afrikaanse natie; en een mogelijkheid om onbelemmerd achter- en vooruit in de geschiedenis te kijken. Zelfs de verworvenheden van Shakespeare, Euripides en Phythagoras dringen zo tot in de achterbuurten van een derde-wereldstad door. Die mogelijkheden vergen een beheerst gebruik, maar Okri was er in The Famished Road niet zuinig mee.

In zijn eerste "post-Booker' roman, het onlangs verschenen Songs of Enchantment, lijkt Okri zich de kritiek op The Famished Road te hebben aangetrokken. Het nieuwe boek is geen vijfhonderd maar driehonderd pagina's lang, de bladspiegel is kleiner, de hoofdstukken zijn korter. Zijn proza is nog steeds hypnotiserend, maar de hallucinaties zijn wat minder uitgesponnen. Het slot is niet zo naëf optimistisch, en er wordt minder met geesten gecommuniceerd. Het verhaal begint waar The Famished Road ophoudt, met dezelfde Azaro, in dezelfde grote, snel uitdijende Afrikaanse stad. Het is alsof Okri zijn lezers een verbeterde versie van zijn vorige roman wil aanbieden. En dat is natuurlijk riskant.

Belangrijke figuren in The Famished Road waren Azaro's ouders. "Dad' verdient een karig loon als sjouwer op de markt, en ontwikkelt zich gaande het verhaal tot een legendarisch bokser en vurig maar goedmoedig idealist. "Mum' voorziet in het nodige extra-inkomen door langs de straten te venten met de simpelste koopwaren. Het gezin woont in een voorstad vol wrakkige bouwsels, aan de rand van een woud dat steeds verder plaats moet maken voor de mensen.

Als het even geen vissen regent, vrouwen niet in witte antilopen veranderen, de weg op zijn plaats blijft en niet kronkelt als een slang, vinden er verwikkelingen plaats, die vaak heel geestig zijn. Nigerianen - Okri is in Nigeria opgegroeid en maakte er de Biafraoorlog mee - mogen dan volgens andere Afrikanen lomp, arrogant en gewelddadig zijn, gevoel voor humor kan ze niet ontzegd worden. Tegelijk kan Okri ontroerend zijn doordat hij de sleutelwoorden honger, armoede en geweld tot menselijke proporties terugbrengt. Zelfs zijn uitbundige magische metaforen dragen daar soms aan bij. Tot de overdaad weer schaadt, en de lezer geïmponeerd maar wantrouwend achterblijft.

In Songs of Enchantment keren vrijwel alle figuren weer terug, maar van de meesten blijft hun aanwezigheid vaag. Je vraagt je soms af hoe de lezer die The Famished Road niet kent hun betekenis moet doorgronden. De lijn in het verhaal is net zo weinig dwingend als in de eerdere roman. Voor zover een duidelijke handeling bestaat is die nu terug gebracht tot mum, dad en Azaro. Dad moet weer strijd leveren, en deze keer niet boksend als "Black Tiger' tegen mythische tegenstanders als de "Green leopard': nu gaat het om de overwinning van zijn egoïsme - hij moet "liefde' leren kennen. Op een algemener niveau geldt dat voor alle buurtbewoners: levend onder de terreur van schurken, ingehuurd door in weelde badende politieke machthebbers, moeten ze hun menselijkheid zien te vinden. Luid wordt de teloorgang van "The African Way' betreurd: “De Weg van mededogen en glans en waardigheid; De Weg van vrijheid en macht en verbeeldingsvol leven”. Etcetera, een litanie van een pagina lang.

Zo is, net als veel andere Afrikaanse schrijvers, ook Okri gezwicht voor de verlokkingen van een Afrikaanse eigenheid, de verheerlijking van een gemeenschapszin zoals die alleen in Afrika te vinden zou zijn. Dat tekent waarschijnlijk vooral de wanhoop van de schrijver die zich identificeert met mensen die het Afrikaanse cliché van honger en burgeroorlog dagelijks beleven. Dat siert hem. Maar voor de grote schrijver die Okri wil zijn, is Songs of Enchantment toch niet veel meer dan een tussendoortje. Als Okri met The Famished Road zijn eerste berg beklommen heeft, dan wachten hem er volgens een bekende Afrikaanse mythe nu nog zes.