Banque de France weldra zelfstandig

DEN HAAG, 9 APRIL. Toen president Mitterrand in december 1991 akkoord ging met het verdrag van Maastricht, bezegelde hij het lot van de Banque de France. Het verdrag en de bijgevoegde statuten voor de toekomstige Europese centrale bank zijn doordesemd van artikelen waarin is vastgelegd dat de nationale centrale banken onafhankelijk moeten zijn van hun respectievelijke regeringen. Gisteren heeft de nieuwe premier, Edouard Balladur, aangekondigd de Banque de France op korte termijn onafhankelijk te willen maken.

Onder president Jacques de Larosière had de Banque de France zich al een behoorlijke zelfstandigheid verworven. Wettelijk gegarandeerde onafhankelijkheid vergroot echter de geloofwaardigheid van het beleid van de franc fort, de koppeling van de franc aan de D-mark.

Het model voor het Stelsel van Europese centrale banken - de nationale centrale banken en de Europese centrale bank - is de Bundesbank, waarvan de onafhankelijkheid is vastgelegd in artikel 1 van de Duitse centrale bankwet.

Onafhankelijkheid stelt een centrale bank in de gelegenheid om zonder politieke inmenging het monetaire beleid te voeren. Het belangrijkste instrument van het monetaire beleid is de rente. Verhoging of verlaging van de rente beïnvloedt met enige vertraging de economie: als een centrale bank een krap geldbeleid voert, nemen de inflatie en de economische activiteit af. Overvloedige beschikbaarheid van goedkoop geld leidt tot meer groei, maar ook tot meer inflatie.

Een centrale bank moet ter bestrijding van inflatie impopulaire maatregelen kunnen nemen. Het gevaar van politieke bemoeienis met het monetaire beleid is dat de rente een instrument wordt om verkiezingen te winnen, werkgelegenheid in stand te houden, de hypotheekrente laag te houden of de koers van de munt te manipuleren.

Evenals de Bundesbank krijgt het toekomstige stelsel van Europese centrale banken als hoofddoel de handhaving van prijsstabiliteit. Na invoering van de gemeenschappelijke Europese munt, uiterlijk in 1999, moet de Europese centrale bank zorgen voor lage inflatie met een strak monetair beleid. De centrale banken van de landen die deelnemen aan de gemeenschappelijke munt hebben een stem in het bestuur van de ECB. Vandaar de bepalingen in het verdrag van Maastricht dat niet alleen de ECB zelf, maar ook de deelnemende nationale centrale banken politiek onafhankelijk moeten zijn.

In de meeste EG-landen is dat niet het geval. Ook niet in Nederland, waar de minister van financiën de bevoegdheid heeft om de president van De Nederlandsche Bank dwingend een opdracht te geven. Van dit "aanwijzingsrecht' is evenwel nooit gebruik gemaakt, zodat in de praktijk de minister van financiën geen zeggenschap heeft over het beleid van De Nederlandsche Bank.

In Frankrijk ressorteert de Banque de France rechtstreeks onder het ministerie van financiën en dicteert de minister van financiën aan de president van de centrale bank het monetaire beleid. De Fransen doen dat, zeker de laatste tien jaar, heel wat subtieler dan de Britten. Ook de Bank of England is ondergeschikt aan Financiën. Heel extreem bleek dit bij de crisis in het EMS van september vorig jaar in Groot-Brittannië. Daar stuurde minister van financiën Lamont het Britse pond de afgrond in zonder dat gouverneur Robin Leigh-Pemberton van de Bank of England ook maar iets te zeggen had.