4 oktober 1992; "Samenstelling Kosto-lijst is natte vingerwerk'

Een half jaar geleden stortte een Israelische Boeing 747 neer in de Bijlmermeer. Ongeveer honderd illegale slachtoffers willen nog op de zogeheten Kosto-lijst geplaatst worden, om voor legalisering in aanmerking te komen. Advocaten en hulpverleners hebben kritiek op de manier waarop deze lijst is opgesteld. Derde en laatste artikel over de gevolgen van de Bijlmerramp.

AMSTERDAM, 9 APRIL. “Die Kostolijst deugt niet”, zegt advocaat Marq Wijngaarden. “Ik ben er zeker van dat er mensen opstaan die er niet ophoren, terwijl een groep mensen die overduidelijk in de getroffen flats woonden buiten de boot valt.” Met collega's van zijn kantoor vertegenwoordigt hij een veertigtal illegale slachtoffers van de Bijlmerramp die in aanmerking willen komen voor legalisering.

“Meldt u aan, laat u registreren”, luidde de oproep van burgemeester Van Thijn vlak na de vliegramp in de Bijlmermeer. De gemeente zat met de handen in het haar. Er was geen inzicht in de aantallen slachtoffers. Om de illegale bewoners van de getroffen flats aan de oppervlakte te lokken, beloofde de burgemeester hulp aan iedereen - legaal of illegaal. Dit mondde op 14 oktober uit in een akkoord met staatssecretaris Kosto (justitie): elk slachtoffer dat door de ramp dakloos was geworden, zou in aanmerking komen voor legalisering.

Directeur J.E. Geuzingen van het Amsterdamse bevolkingsregister kreeg de taak deze zogeheten Kosto-lijst op te stellen. “Een onmogelijke klus”, zei hij zelf. Mensen wier hele leven erop gericht was geweest onzichtbaar te blijven, moesten aantonen dat ze in één van de 230 getroffen flats hadden gewoond. Wat zou Geuzingen als "bewijs' accepteren, wilden de advocaten van de slachtoffers weten. Een sofi-nummer, een bestelling van de Wehkamp? Op de bijeenkomst die hij begin november voor de orde van advocaten hield, wilde Geuzingen zich hierover niet uitspreken. “Een kok laat zich ook niet in zijn recept kijken.”

We zijn nu bijna zes maanden verder. Het gat dat de Boeing 747 sloeg, gaapt tussen de flats Kruitberg en Groeneveen. Daar, op het randje van Kruitberg, hebben de kerken en het opbouwwerk tijdelijk een groep Ghanezen ondergebracht. Twee keer zijn ze afgewezen voor de Kosto-lijst. Via getuigenverklaringen bij de rechter-commissaris proberen ze alsnog te bewijzen dat ze in de getroffen flats woonden.

Twaalf jonge, vermoeide mannen. Op de grond slingert een boekje: "Dutch in three months'. De gordijnen voor de ramen die uitzicht bieden op het gat, zijn dichtgetrokken. “Het doet pijn”, zegt Bassirou Lare terwijl hij zijn vuisten tegen zijn hoofd drukt. “De hele dag denken wat ik moet doen. En 's nachts is dat vliegtuig in mijn hoofd. Het gaat nooit meer weg.” Met vijf andere illegalen woonde hij in de flat Groeneveen 481. Hij had een baantje als krantenbezorger. Uit zijn zak haalt hij twee giro-overschrijvingen op zijn naam en adres. Afzender: de Volkskrant.

Naast hem zit Samuel Boakye. Sinds drie jaar woonde hij met zijn broer Erik op Groeneveen 383, vertelt hij. Maar de Ghanese huisbazin waarvan hij onderhuurde ontkent dat hij daar heeft gewoond. “Ze heeft vrienden uit Ghana laten komen. Die staan nu op de lijst en wij niet.” Eenzelfde verhaal vertelt Akurang Adu Paku. Sinds een jaar woonde hij bij zijn Ghanese huisbazin op Groeneveen 399, maar ook zij ontkent. “Ze vroeg me 5000 gulden om te verklaren dat ik bij haar had gewoond.”

Advocaat Wijngaarden legt de dossiers op zijn bureau opzij. Samuel en Erik Boakye behoren tot zijn cliënten. “Ik heb gegronde reden om aan te nemen dat deze verhalen kloppen”, zegt hij. “Zoals ik ook zeer gegronde reden heb om te stellen dat mensen voor nog veel hogere bedragen onterecht op de Kosto-lijst zijn gekomen.” Meer dan zes getuigen zullen de komende weken voor de rechter verklaren dat de broers Boakye op Groeneveen 383 woonden.

Volgens Wijngaarden duurt het nog zes tot acht weken voordat de rechter-commissaris de getuigen zal horen. Toch stelde de gemeente maandag dat de Kosto-lijst vrijwel is gesloten. De burgemeester verzekerde een zorgvuldige toetsing te hebben gemaakt. Advocaten en hulpverleners die deze maanden bij de opvang van de illegale slachtoffers betrokken waren, raken er echter steeds meer van overtuigd dat de lijst een illusie is. “Het was natuurlijk een lacher toen daar bij het bevolkingsregister aan de Herengracht opeens bijna 2000 mensen stonden die allemaal beweerden dat ze in de getroffen flats woonden”, zegt opbouwwerker Mart van der Wiel. “Maar nu zijn er nog een kleine 100 over die alsnog op de lijst willen. Als je dat optelt bij de 91 die al op de lijst staan, kom je op een redelijke schatting.” Van der Wiel heeft de indruk dat met name veel Ghanezen, volgens hem een kwetsbare groep, buiten de boot zijn gevallen.

Advocaten en hulpverleners hebben de indruk dat de eerste Kosto-lijst met natte vingerwerk in elkaar is gezet. Eind oktober werd de eerste selectie bekend gemaakt: 72 mensen kwamen op de lijst. Na een heroverweging in december werden nog 18 mensen toegelaten. “Bij de eerste selectie stond de gemeente onder financiële druk omdat veel illegale slachtoffers op gemeentekosten in het Novotel waren opgevangen”, zegt Van der Wiel. Toen kwam de reprimande van Kosto over de slappe houding van Amsterdam ten opzichte van illegalen. “Vanaf dat moment zijn ze heel moeilijk gaan doen.” Advocaat Wijngaarden: “Je kunt je haast niet aan de indruk onttrekken dat er ergens een quotum is afgesproken.”

Een van de grootste problemen voor de advocaten is dat Geuzingen nog steeds weigert inzicht te geven in de zogeheten "subjectieve' criteria die hij hanteert. Waarom worden de giro-afschriften van Bassirou Lare niet als bewijs geaccepteerd? Iemand die zich bij het bevolkingsregister had ingeschreven voor een samenwoon-verklaring, krijgt wel automatisch een plaats op de Kosto-lijst. Dan gaat het immers om een "geobjectiveerd criterium'. Maar is zo'n criterium niet even arbitrair als een brief uit Ghana of een garantie-bewijs van een videorecorder?

“Ik ben ervan overtuigd dat Geuzingen eerlijk en rechtvaardig zijn werk doet”, zegt Wijngaarden. “Ik vrees alleen dat de bittere werkelijkheid is dat er voor deze situatie geen eerlijke en rechtvaardige criteria kùnnen bestaan.” Hulpverleners en advocaten pleiten ervoor dat de gemeente de groep die nog een procedure heeft lopen, op humanitaire gronden legaliseert. “Ik heb vrolijke, gezonde jongens zien veranderen in wrakken”, zegt Van der Wiel over de 31 Ghanezen die zijn organisatie opvangt. Volgens hem zijn degenen die van de situatie gebruik wilden maken, afgehaakt. Dit is ook de ervaring van Wijngaarden. “Die mensen zie je opeens niet meer terug. Ze zeggen: Tabé ik ga terug. Of ze duiken weer onder.”