VVD te beducht voor directe democratie

Ons huidige staatsbestel wordt door de VVD graag toegeëigend als een erfenis van de grote negentiende eeuwse liberale voorman Thorbecke. Meer in het algemeen lijken liberalen vasthoudend in hun omarming van de produkten van voorbije revoluties. Dit blijkt ook nu weer bij de positie die de VVD inneemt in de discussie over de gekozen burgemeester. De maatschappelijke omstandigheden en politieke opvattingen die ooit een stelsel van democratie vermengd met paternalisme nodig maakten, zijn in de twintigste eeuw sterk veranderd.

Gemeenteraden bestaan in meerderheid uit competente bestuurders die goed geïnformeerd zijn en die gezamenlijk in staat zijn de belangen van de lokale samenleving op verantwoorde wijze te behartigen. Bij eventuele ontsporingen beschikt de burger over tal van correctiemogelijkheden binnen de gemeente alsook bij de provincie en de rijksoverheid. Politieke controle op de benoemde burgemeester is inmiddels een normaal verschijnsel. Er is onder die omstandigheden geen enkele goede reden voor het handhaven van een factor die - enkel bezien uit de benoemingsprocedure - boven de partijen heet te staan en die daarom speciaal de opgave zou hebben de zorgvuldigheid van het bestuursproces te waarborgen. De verantwoordelijkheid van de burgemeester voor de openbare orde is met de regionalisering van de politieorganisatie sterk ingeperkt. Door desondanks vast te houden aan een in essentie misplaatst autoritair element in ons bestuurlijk stelsel laadt de VVD in de discussie over de gekozen burgemeester de verdenking op zich onze gekozen politici niet voor vol aan te zien en de verantwoordelijkheid van de burger in diens eigen gemeenschap geen doorslaggevende waarde toe te kennen.

De gekozen burgemeester is niet per definitie een partijdige burgemeester. Hij is exponent van de gemeenschap en zal zich uit hoofde van zijn taak - minder dan uit hoofde van het stembiljet - als bindende factor in het gemeentebestuur kunnen opstellen. Ook in dit opzicht lijkt de VVD eerder uit te gaan van de kans dat verkeerde mensen op de (verkeerde) plaats terechtkomen dan van het vertrouwen dat hierdoor nieuwe dynamische krachten in de samenleving worden losgemaakt.

De discussies over bestuurlijke vernieuwing kenmerken zich door benauwdheid. Die atmosfeer wordt in verschillende varianten door alle partijen opgeroepen. De uitkomst wordt beheerst en gevoed door een te gesloten cirkel van politici die liever naar posities kijken dan naar de doelstellingen die met het vernieuwingsproces worden beoogd. Wellicht moet de vraag worden gesteld of die doelstellingen wel voldoende duidelijk zijn. Een maatschappelijk debat over de wijze waarop burgers, bestuurders en ambtenaren gezamenlijk hun civiele taken willen vervullen is niet gevoerd. Wij gaan al te gemakkelijk ervan uit dat de burger hierin niet geïnteresseerd is. Het versterken van de maatschappelijke invloed in het openbaar bestuur en het politiseren van beleid en uitvoering zou bij uitstek in het levende liberale gedachtengoed voorop moeten staan. Het is ook in dit opzicht jammer dat de VVD het risico loopt onze twintigste eeuw levenloos of in elk geval glansloos af te sluiten.