v.d. Broek: "malaise' in buitenlands beleid EG

BRUSSEL, 8 APRIL. Een "mineurstemming' in Europa, een "kwetsbare' positie voor de Commissie en een zekere "Euromalaise' in het buitenlands beleid. Dat zei commissaris Van den Broek gisteren in een informeel persgesprek over zijn ervaringen tot nu toe. De politieke omstandigheden die hij als commissaris in Brussel aantreft verschillen sterk van zijn periode als minister in het Maastricht-tijdperk. Toen stond het kompas op integratie en samenwerken, nu constateert hij een “sterke neiging tot renationaliseren”.

Dat wordt veroorzaakt door de economische recessie, veronderstelt Van den Broek, en dat beperkt de armslag van Brussel. De Europese Commissie, waarvan hij sinds half januari deel uitmaakt, probeert zoveel mogelijk rekening te houden met de “malaise en het onbehagen” jegens Brussel. Het college concentreert zich daarom geheel op de “daadwerkelijke, onomstreden taken van de EG”, die direct nut afwerpen voor burger en bedrijfsleven.

Het verder ontwikkelen van de interne markt en het groeiplan voor de economie. “Juist onder deze zeer moeilijke omstandigheden is het vlot functioneren van de binnenmarkt van groot belang”. Nog altijd is het vrije personenverkeer niet goed geregeld, noch de harmonisatie van de fiscale wetgeving. De werkloosheid van gemiddeld 11 procent in Europa noemt hij “een sociale ramp”. Een actief, maar “weinig luidruchtig” optreden van de Commissie is nu gewenst. Totdat Maastricht is geratificeerd wil de Commissie vooral ook een nieuw debat over de instellingen (en daarmee over de macht in Europa) te vermijden, zegt hij.

De belangstelling voor een gemeenschappelijk buitenlands beleid in Europa, waarvoor Van den Broek naar Brussel kwam, is ook duidelijk geslonken. “In de hoofdsteden wordt de blik naar binnen gericht. Het hoofd staat er niet meer naar”. Van den Broek zegt dat hij en zijn ambtenaren “nu proberen over onze schaduw heen te springen”. Er wordt bij de Commissie vooral nagedacht over de fundamenten van het toekomstige Europese buitenlands beleid. “Welke strategische belangen van de Europese Unie moeten er straks eigenlijk verdedigd worden - we zijn ons daarop aan het voorbereiden”. Dat geldt ook voor het "co-initiatief' dat de Commissie voor het buitenlands beleid van de Europese Unie zal krijgen. “We gaan voorstellen doen over de wijze waarop we daarvan gebruik willen maken”.

Van den Broek is er duidelijk van doordrongen dat zijn rol als Commissaris is beperkt tot "helpen coördineren' en "mobiliseren' van nationaal beleid van de Europese hoofdsteden. Tegelijk constateert hij dat de lidstaten achterblijven bij de ratificaties van de belangrijkste verdragen die de EG sloot. Noch het verdrag van Maastricht, noch het verdrag voor de Europese Economische Ruimte, noch de "Europa-akkoorden' met diverse Oost-Europese landen konden daardoor worden uitgevoerd.

De Euromalaise blijkt de Commissie zelf ook te hebben aangestoken. Van den Broek erkent dat hij aanloopproblemen had en op competentiekwesties stuitte. “Jazeker - er was spanning”. Belangrijkste obstakel was de onwil bij de collega's om de interne organisatie aan "Maastricht' aan te passen, en daarmee ruimte te maken voor Van den Broek. Hij spreekt van een neiging bij de andere Commissarisen “om eerst te kijken of het wel tot ratificatie zou komen” voordat ambtenaren en taken ten bate van de nieuwe man werden afgestoten. Uiteindelijk is het gelukt, alle “geween en geknars van tanden” ten spijt en dan hoofdzakelijk omdat “de president mij steunde”. Dat de oppositie van Brittan (handel) en Marin (ontwikkelingssamenwerking) kwam, is in Brussel een publiek geheim, Van den Broek presenteerde gisteren een organisatieschema van zijn directoraat-generaal, waaraan enige honderden ambtenaren zijn toegewezen. Nu moet Van den Broek zijn nieuwe DG “alleen nog van papier af zien te krijgen”. De Commissie kampt echter met geldgebrek, doordat de Ecu ten opzichte van de Belgische frank met bijna vijf procent in waarde is gedaald. “Het creeëren van nieuwe posten is daardoor moeizaam tot onmogelijk geworden”. Ook de ambtenaren bij de Commissie die nu zijn aangeduid om naar de organisatie van Van den Broek over te stappen, hebben de neiging eerst de kat uit de boom te kijken. Pas als de Deense bevolking in het referendum van half mei ja heeft gezegd en de Britten hun slepende ratificatie hebben afgerond, zal de kou uit de lucht zijn, zo wordt verwacht.