't Is wel bekrompen, maar naar de vaste wal hoef ik niet

Sjors en Sjimmie beleefden hier hun avonturen, Prins Bernard joeg er in de jaren dertig op konijnen, en vandaag de dag bespreken verontruste Nederlanders hier de toekomst van het land. Schiermonnikoog trekt vogels van verschillend pluimage. Wat zoeken de driehonderduizend bezoekers die jaarlijks naar dit meest noordelijke en kleinste van de bewoonde Waddeneilanden komen? Rust?

Op de aankomststeiger staat de limousine van Hotel van der Werff klaar voor de Schiermonnikoog-gangers die bijtijds een kamer in dit gastenverblijf hebben gereserveerd. Met afgunstige blik passeren wij de Chevrolet Impala en drentelen in het kielzog van de andere toeristen naar de bus van de FRAM, die hier op het eiland een regelmatige verbinding onderhoudt tussen kade en dorp, dorp en strand, strand en kade. “Een lijkwagen als hoteltaxi op Schier,” schamperde het Nieuwsblad van het Noorden in de zomer van 1985 toen de huidige hoteleigenaar Jan Fischer de zwarte Amerikaan naar het eiland haalde.

Die eerste busrit maakt geen overweldigende indruk. De uitgestrekte Bancks polder, waar hier en daar het dak van een boerderij oprijst, verschilt nauwelijks van het landschap waar de eilandganger reizend door Friesland al uitgebreid naar heeft kunnen staren. Zeven boeren bedrijven in de Bancks polder intensieve veeteelt, en produceren jaarlijks drie miljoen liter melk, schrijft het plaatselijke krantje, de Lytje Pole (Schiers voor "klein eiland'). Wie over een gevoelige neus beschikt, bespeurt een vage mestlucht. De zilte westenwind verwaait landelijke geuren. Bovendien wordt alle mest via een zode-injector afgezet zodat de ammoniak-emissie tot een minimum beperkt blijft. Aldus Lytje Pole.

In het enige dorp van het eiland verwelkomen de rood_wit_groene vlaggen van twee pizzeria's de gasten van het vaste land. Een handvol snackbars die een verschaalde frietgeur verspreiden, een vis- en steakrestaurant, en, waarom ook niet, een shoarma-eettentje, nodigen de hongerige reizigers uit tot consumptie. Maar de typische bouw van de dicht op elkaar gepropte eilanderhuisjes is charmant en toont tegelijkertijd dat weer en wind op dit eiland angstaanjagend te keer kunnen gaan. Vertellen niet alle gidsen dat het oude dorp aan het begin van de achttiende eeuw in zijn geheel "buit der zee' werd? En werd niet in 1925 het statige badhotel op de westpunt van het eiland door de golven verzwolgen? Nog steeds ondervangt de gebroken helling van de diepe zadeldaken de druk van de westerstormen en voorkomen doorlopende gevels dat de wind onder de dakpannen kruipt. De huizen staan zo dicht op elkaar dat de zuidwester geen vrij spel heeft tussen de muren. De vele iepen in het dorp getuigen nog van de oude "plantplicht': vroeger moest iedere eilander drie iepen voor zijn woning planten die konden dienen als stormbreker.

Zaterdagmorgen, elf uur. Twee zwaar hijgende meisjes joggen op het strand van Het Rif, en langs de vloedlijn loopt een wandelaar met hond. Links strekt het grijsgeel zand zich uit zo ver het oog reikt, verlaten als een woestijn. In het dorp krioelt het rond deze tijd van boodschappende toeristen, maar de wandelaar of fietser die de huizen achter zich laat, constateert dat het duinlandschap de natuurliefhebbers opslokt.

Konijnen tonen zich onverschillig. Myxomatose heeft de stand gedecimeerd. Voor het uitbreken van de verwoestende konijneziekte moet je hier over de beestjes gestruikeld hebben. Schor krijsende fazanten stappen doodgemoedereerd rond en trekken zich niets aan van aanstormende rubberlaarzen of fietsbanden. Kiekendieven geven een spectaculaire vliegshow voor een geestdriftige groep vogelaars. Met gestrekte poten verjaagt er een een indringer, terwijl een derde zijn kans grijpt en een armzalige muis verschalkt.

Waar je ook komt op Schiermonnikoog, overal hoor je rauwe kreten, weemoedige, klaaglijke piepjes, uitzinnig vrolijk getjilp, gakken, kwaken, krijsen. Ook als de maan al hoog aan de hemel staat, klinkt van de Westerplas nog een kakafonie van geluiden. De strakke lichtbundel van de vuurtoren veegt vier keer in de twintig seconden over het drassige land. Te snel om iets van vogels te kunnen onderscheiden.

Schiermonnikoog: Ruim 125 jaar badplaats, al in de vorige eeuw geroemd om zijn "krachtige golfslag en zuivere lucht' en de breedste stranden van Europa. “De zwakken vinden in het Badhotel of het paviljoen en op de glooiingen der duinen altijd gelegenheden waar de atmosfeer in rust verkeert, terwijl de sterkeren aan de tegenstand die de wind op de stranden biedt de spieren stalen,” luidt de aanbeveling in een toeristische gids van het begin van deze eeuw. “Wie hier komt, hetzij hij is overspannen, vermoeid of lusteloos, bij zijn vertrek zal hij gezondheid en levenslust herkregen hebben,” schreef Sake van der Werff.

De "ongekroonde koning van Schiermonnikoog' werd hij genoemd. Iemand met dadendrang. Oprichter van hotel van der Werff. Het boek Hotel Van der Werff, anno 1726 doet de geschiedenis gedetailleerd uit de doeken: hoe Sake van der Werff in 1901 als veldwachter naar Schier kwam, op verzoek van de burgemeester onderdak bood aan een nervenkranke Duitser, in de daaropvolgende jaren pension hield voor een twintigtal gasten en vervolgens door zijn superieuren gemaand werd tot het maken van een keuze: of het pension opdoeken, of zijn veldwachtersuniform inleveren. Hij deed het laatste.

Nu heeft Schiermonnikoog vier hotels, acht kampeerboerderijen, talloze vakantiehuisjes en een camping. “Na uw bezoek aan onze horecabedrijven niet zingen in onze stille straten,” luidt het vriendelijk verzoek in de VVV-gids. “Schiermonnikoog is een eiland van rust.” Rust? Op hoogtijdagen wordt het eiland met zijn negenhonderd inwoners overspoeld door negenduizend toeristen. In het dorp is er dan geen doorkomen aan, weet eilander H. Koning. Maar de oud-hoofdonderwijzer van de lagere school stoort zich er niet aan.

Hij heeft een hekel aan het woord massatoerisme en aan bezoekers die vallen over de drukte. Wie in de zomermaanden geen mensen wil zien fietst 's morgens om acht uur, of 's middags om vier uur naar de Oost. Dan is daar niemand. En voor het Oosterstrand geldt: voorbij paal negen is het verlaten. Halverwege het eiland houdt het fietspad op. Vanaf dit punt aan de rand van de Kobbeduinen kun je alleen nog wandelen. Kilometers de kwelder in, het domein van eider- en bergeenden, scholeksters, en sterntjes.

Een verwijzing naar de "Wees wijs met de Waddenzee'-sticker op Konings voordeur vormt de aanzet tot een grondig betoog over de ecologie van het eiland. In januari 1994 loopt het moratorium voor boringen in het natuurgebied van de Waddenzee af. De Nederlandse oliemaatschappijen voelen niets voor verlenging van het moratorium, omdat gaswinning volgens hen bij de huidige technische ontwikkeling schoon en veilig kan. Minister Alders, die in oktober van 1992 nog zei dat in de Waddenzee niet naar gas geboord zou gaan worden, blijkt gevoelig voor de argumenten en de dreigementen van de maatschappijen dat de Nederlandse staat bij een eenzijdig opgelegde verlenging van het moratorium miljoenen-schadeclaims kan verwachten.

Volgens Koning houden de gasboringen de mensen van het eiland nauwelijks bezig. Schiermonnikoog is een Nationaal Park en er zal nooit toestemming worden gegeven om op het eiland zelf te boren. Er zijn andere natuur- en milieukwesties die de gemoederen op het eiland meer verhitten. Sinds 1989 valt het grootste deel van het eiland, dorp en Bancks polder uitgezonderd, als Nationaal Park onder beheer van Natuurmonumenten. “Een cadeautje van Braks,” zegt Koning smalend. Dat levert spanningen op onder de bevolking, die het niet altijd eens is met het beleid van de vereniging. De kwestie van de "beweiding' is onlangs in een voorlopig compromis geregeld. Natuurmonumenten besloot dat grote delen van duin en weide begraasd moeten worden door vee en heeft hele gebieden afgezet met schrikdraad. “Het mag dan een natuurpark zijn, maar het is ook onze woonomgeving,” vonden boze eilandbewoners, die in hun woede de pas aangelegde draden doorknipten. Natuurmonumenten beperkte zich vervolgens tot het plaatsen van een raster, en heeft nu van de bevolking vijf jaar gekregen om aan te tonen dat beweiding van loslopend vee het duinlandschap in stand houdt.

Vier kilometer breed, zestien kilometer lang. Na twee dagen wordt het wat benauwend. Het is waar: in de Westerplas, op het Rif, op het eindeloze oosterstrand richting Balg en in de kwelder tot aan het Willemsduin kun je je verlaten wanen als nergens in Nederland. Maar bij de supermarkt, in het hotel, op het badstrand, rond de jachthaven, bij de uitzichtbunker en op de oorlogsbegraafplaats Vredenhof tref je steeds dezelfde gezichten. De beheerder van het dorpshuis, met wie we op de eerste avond van het tweedaags verblijf in gesprek raken, roept de volgende dag al enthousiast een groet en laat bij een derde ontmoeting zien hoe zijn duivenklok werkt. Vriendelijk en mededeelzaam is ook deze eilander. In zijn dorpshuis repeteert iedere avond het Schiermonnikoger Shanty-koor Gin See to Heich (Geen zee te hoog). De opnamen voor de tweede CD zijn net gemaakt, zegt hij trots. “De bakker, de slager, iedereen zit erbij.” Gedurende het seizoen heeft hij wekelijks een reizende bioscoop. “Cabaret, koor en harmonie. We hebben hier alles. 't Is wel wat bekrompen, maar naar de vaste wal hoef ik niet te gaan.”