Niemand bij PSV kan Romario lekker aanspelen

EINDHOVEN, 8 APRIL. De Champions League, de prestigieuze finaleronde van het Europa-Cuptoernooi voor landskampioenen, kent in zijn eerste editie twee gezichten. Zo positief en spannend als de ontwikkeling in poule A is, waar de beslissing pas in de laatste wedstrijden valt, zo negatief en vooral voorspelbaar is de reeks in poule B. Omdat vanaf het begin al zeker was dat de veruit kapitaalkrachtigste, AC Milan, als eerste zou eindigen, waren Göteborg, Porto en PSV gedoemd een ondergeschikte rol te spelen. Met als voorlopig dieptepunt op de voorlaatste speeldag het duel tussen PSV en Porto, omdat daarin in feite niets meer op het spel stond.

Een beetje prestige en nogal wat geld (550.000 gulden per punt), het waren de enige drijfveren voor PSV en Porto om in Eindhoven elkaar nog eens te zien. Maar van beide beweegredenen bleek gisteravond weinig. Beide teams waren al danig verzwakt. De Portugezen misten de helft van hun vaste elftal. Mede uit voorzorg, omdat de koploper uit Oporto zaterdag de topwedstrijd tegen Sporting Lissabon wacht. PSV was zwaar gehandicapt door het ontbreken van een vijftal geblesseerde spelers. Eigenlijk was er nauwelijks een reden om een topwedstrijd te verwachten. Maar de meeste Eindhovense toeschouwers moesten wel komen, omdat zij een half jaar geleden een duur passe-partout hadden gekocht in de hoop drie topwedstrijden te zien.

Aanstootgevend waren de verrichtingen van de voetballers gisteravond daarentegen. Ze wekten weliswaar nog de indruk te willen vechten. Maar met name aan PSV-zijde was eigenlijk niets het aanzien waard. Technische en taktische gebreken, het waren er zoveel dat het publiek (toch 26.000) er lange tijd stil van was, alvorens het de vedetten met hoon en fluitconcerten overlaadde.

Een enkel hoogstandje uitgezonderd. Want daarvoor kun je bij Zuideuropese voetballers als Portugezen wel aankloppen. De beweging waarmee Domingos halverwege de tweede helft doelman Van Breukelen voor schut zette, is zelden vertoond op Nederlandse velden - alleen in zaalvoetbal. De PSV-keeper was zo onthutst door deze pirouette met de bal onder de voet dat hij de Portugees spontaan met zijn hand neerhaalde. Zé Carlos benutte de strafschop gemakkelijk en bracht Porto op een 1-0 voorsprong. Naar later bleek voldoende om voor het eerst in de Champions League te winnen.

Voor Van Breukelen betekende het doelpunt en de nederlaag een teleurstelling. Want zo gedreven is hij nog zeker. Aan het geld dat PSV nog had kunnen verdienen, had hij nooit gedacht. Hij is en blijft een sportman. “Ik wilde niet laatste worden in de Champions League. Natuurlijk is er een verschil tussen deze wedstrijd en wedstrijden waar er nog echt wat op het spel staat. Maar ik vond het belangrijk dat we niet het lachertje van de Champions League te worden. En dat ben je nu wel. Ik heb er nog altijd een hekel aan uitgelachen te worden.”

Of hij de indruk had dat andere spelers minder gemotiveerd waren, daarop wilde Van Breukelen geen antwoord geven. “Ik weet alleen van mezelf dat ik er aardig mee bezig ben geweest. Ik wilde voor het eerst de nul houden. Jammer, niet gelukt.”

Waarom PSV zo slecht speelde? Westerhof schoof het op de speelwijze van Porto. “Ze gaven weinig ruimte, speelden gegroepeerd en defensief.” Dat de jeugd van PSV het liet afweten, de talenten uit de eigen opleiding zoals Faber, Beerens en Hoekstra (Klomp was nog een van de besten) op geen enkele wijze aantoonden tot topvoetballers te kunnen uitgroeien, wenste Westerhof niet te onderkennen. Verzachtend: “Naarmate de wedstrijd vorderde kregen de jonge jongens problemen. Niet zo verwonderlijk dat ze druk gingen voelen. Een kwestie van ervaring, geen idee hebben waar de bal kan vallen, hoe je je moet opstellen. Maar daar kan ik de nederlaag niet aan wijten.”

Vier afstandsschoten, meer kreeg de doelman van Porto niet te verwerken. Zo onsamenhangend, zo opportunistisch als PSV speelde, zo ergerlijk moet dat voor Kieft en Romario, ver in de voorste linie, geweest zijn. Aanvankelijk liet het duo nog zijn vergoeilijkende kant zien als de bal weer eens op schouderhoogte of nog hoger werd aangespeeld. Maar na een half uur werd Kieft kwaad en stond hij druk te gesticuleren en te schelden op de middenvelders en verdedigers als weer een bal voorbij was gevlogen.

Romario, ijverig en hoopvol begonnen, keerde uiteindelijk de wedstrijd de rug toe. Tja, wat moest hij daar van zeggen, als weer een pass naar hem niet aankwam. Dan floot hij zachtjes tussen zijn lippen en keek hij naar de maan boven het PSV-stadion. Misschien dacht hij dan aan al die medespelers en anderen die menen dat hij de oorzaak van alle kwaad is. Hooguit drie keer kreeg hij de bal aangespeeld zoals hij als spits mag verwachten. Hij staat er om te scoren, maar eigenlijk niemand bij PSV is in staat hem aan te spelen.

De armoe van het Nederlandse voetbal zal volgend seizoen blijken als na Bergkamp en Jonk ook Romario is vertrokken. Lastig is hij zeker, maar wie heeft recht van spreken als hij niet zo goed kan voetballen als deze Braziliaan. Volgend jaar als Romario weg is, kan PSV "eindelijk' ook volgens een systeem spelen. Volgens een systeem spelen is als achter een groot hek met gevaarlijke punten spelen. Misschien wel succesvoller in de Champions League, lucratiever dus. Maar wel grijzer. Zo typisch Nederlands. Zonder spontaniteit, zonder versiering. Misschien zullen ze bij het aanschouwen van zo'n zwoegende Zweed als Ingesson (de nieuwste PSV-aanwinst) nog weleens terugverlangen naar die ongrijpbare Braziliaan.