Museum voor oudheden in Leiden jubileert met Egyptische doden; Een paar losse armen en benen maakt nog geen mummie

Jubileumtentoonstelling "Mummies onder het mes'. 3 april t/m 5 sept. Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leiden. Di t/m za 10-17u, zo 12-17u. Inl 071-163163.

Een museum met een mummie in zijn collectie is verzekerd van publiek. De geconserveerde resten van een menselijk lichaam hebben iets afschuwelijks en aantrekkelijks. Ze doen de toeschouwer vol huivering denken aan de dood. Maar tegelijkertijd worden mummies altijd geassocieerd met onsterfelijkheid en het overwinnen van de dood. Mummies, en vooral de Egyptische, appelleren bovendien sterk aan een behoefte tot mystificatie. Ze lenen zich als geen enkel ander museaal voorwerp voor de meest wilde fantasieen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, dat een zeer fraaie collectie oud-Egyptische mummies bezit, zijn 175-jarig bestaan dit jaar viert met een tentoonstelling over mummies.

"Mummies onder het mes' is schitterend geworden. De tentoonstellingsmakers hebben het gevaar van goedkoop effectbejag weten te vermijden: de vormgeving roept precies de juiste doses mystiek op en het aantal gruwelijke elementen, zoals losse hoofden, stukken van armen en benen, is zo over de tentoonstellingsruimte verspreid dat het nergens de overhand krijgt.

Wat nauwelijks mogelijk lijkt gebeurt in Leiden: op een relatief klein oppervlak (twee zalen) wordt in een duizelingwekkende vaart vrijwel alles wat over de Egyptische mummies te vertellen valt, verteld. Het hoe en waarom van Egyptische mummies komt aan de orde, de manier waarop ze werden vervaardigd, de ontwikkeling van de mummie in de Egyptische geschiedenis, de wijze waarop er in het Westen in de loop der eeuwen tegenaan is gekeken, het ontstaan van de eigen mummiecollectie en _ last but not least _ het moderne mummie-onderzoek.

Vooral dat laatste onderdeel levert een aantal interessante gegevens op over de levensomstandigheden in het oude Egypte. Die zijn voor de meeste Egyptenaren schrikbarend geweest. Zo moeten vrijwel alle Egyptenaren hun leven lang last hebben gehad van kiespijn. Alle onderzochte mummies laten enorme gebreken aan het gebit zien. Van eenvoudige tanduitval bij jong gestorvenen, tot en met tot op het kaakbot afgesleten gebitten bij ouderen. Ook het aantal misvormingen en vergroeingen dat de onderzoekers aantrof, lag hoog. Hetzelfde geldt voor het aantal stoflongen.

Hoewel de meeste mensen tegenwoordig weten dat mummies een rol speelden in het hiernamaals-geloof van de Egyptenaren, is die kennis toch van recente datum. Tot aan het begin van de vorige eeuw deden de meest vreemde theorieen over de functie van de mummie de ronde. Ook werden aan de mummies uitzonderlijke kwaliteiten toegekend. Zo was men er algemeen van overtuigd dat de Egyptische mummie in gemalen toestand een zeer krachtig medicijn opleverde tegen allerhande kwalen. Vooral in de vijftiende en zestiende eeuw was de vraag naar "mumia', zoals men dit produkt noemde, zo groot dat Arabische handelaren nauwelijks aan de vraag konden voldoen. Om hun Europese afnemers toch tevreden te stellen, nam men daarom de toevlucht tot trucs. Pas gestorvenen, ter dood veroordeelde misdadigers, aan besmettelijk ziektes gestorven mensen, en ook losse lichaamsdelen werden door louche handelaren omgetoverd in authentieke mummies en vervolgens aan gretige westerse kooplui verkocht. Deze vermaalden de lijken en verkochten dit maalsel op de Europese markten voor grof geld. Op de tentoonstelling is zo'n valse mummie die toevallig de vermaling heeft overleefd, te zien. Toen deze mummie aan het begin van deze eeuw van zijn windsels werd ontdaan, bleek hij te bestaan uit een aantal losse armen en benen.

In het bij de catalogus verschenen, zeer leesbare boek wordt uitgelegd waar deze foute gedachte over de heilzame werking van mummies vandaan komt. Sommige mummies bevatten namelijk een substantie die erg lijkt op het Perzische bitumen. Deze stof, een natuurlijk asfalt dat in zeer kleine hoeveelheden in de bergen van Iran werd gewonnen en dat al vanaf de oudheid zeer geroemd werd vanwege de hoge geneeskrachtige kwaliteit, heet in het Perzisch "mumiya'. De oudst bekende tekst waarin de inhoud van de Egyptische mummies vergeleken wordt met het Perzische natuurlijke "mumiya', stamt uit de twaalfde eeuw. Toen schreef de uit Baghdad afkomstige geleerde en arts Abd-el Latif, na een bezoek aan Egypte, het volgende: “De mumiya die men in Egypte in het inwendige van lijken vindt, verschilt weinig van de minerale mumiya uit Perzie. Men kan het gebruik van de minerale mumiya daardoor vervangen, als men de moeite heeft genomen om deze Egyptische mumiya te verkrijgen.”

Hoewel de meeste Egyptische mummies niet zijn gevuld met het Perzische bitumen maar met een combinatie van allerlei lokale olieen, kruiden en harsen, is de constatering van deze Abd-el Latif niet geheel van waarheid gespeend. Recent onderzoek naar de inhoud van een aantal mummies, afkomstig uit het museum in Hannover, heeft uitgewezen dat sommige mummies inderdaad een asfalt-achtige substantie bevatten die uit de omgeving van de Dode Zee of uit Iran afkomstig was. Maar dat was zeker niet een algemeen gebruik.

De samensteller van de tentoonstelling, Maarten Raven, is erin geslaagd om een groot aantal zaken te laten zien die normaal in het museum niet aan bod komen. Slechts een enkel stuk op deze tentoonstelling is afkomstig uit de eigen collectie. Het overgrote deel van de vaak zeer verrassende voorwerpen is in bruikleen van andere musea.

Onder die bijzondere voorwerpen bevinden zich negentiende-eeuwse documenten en foto's, die een goed beeld geven van de manier waarop men in die tijd probeerde mummies voor het museum te verwerven. Maar ook zijn er de recent gerestaureerde linnen omhulsels van een mummie te zien en de nog nooit eerder tentoongestelde foto's die Jan Herman Insinger in 1882 in Caro maakte van de toen net ontdekte koningsmummies.

Omdat uit de vaste Egyptische collectie van het museum nauwelijks is geput voor de tentoonstelling, kan de bezoeker na het bezoek zich ook nog naar de eerste verdieping van het museum spoeden om daar op zijn gemak de vaste mummiecollectie te bewonderen, de zojuist opgedane kennis nog fris in het achterhoofd.