Minister de Vries neemt afstand van advies commissie-Zijlstra

DEN HAAG, 8 APRIL. Op moment bestaat er een “zekere onverschilligheid” tegenover de koopkrachteffecten van het overheidsbeleid. Dat constateert CDA-minister De Vries (sociale zaken) in een vraaggesprek met CD/Actueel.

De Vries erkent dat vroeger te veel alleen op de koopkrachteffecten is gelet, maar hij waarschuwt voor het “volstrekt doorschieten naar de andere kant”. De overheid moet nog altijd “een schild voor de zwakke” zijn.

De ministerraad heeft vandaag weer vergaderd over de begroting voor 1994. Minister Kok (financiën) heeft voorgesteld om 4 miljard gulden structureel te bezuinigen en 3,5 miljard gulden incidenteel (bijvoorbeeld door de verkoop van staatsdeelnemingen, waarmee echte bezuinigingen worden ontgaan).

Theoretisch is het volgens De Vries mogelijk om meer te bezuinigen op bijvoorbeeld subsidies en sociale uitkeringen zonder schadelijke effecten voor de werkgelegenheid. “De keerzijde van dergelijke pakketten is dat mensen aan de onderkant nog veel meer koopkracht moeten inleveren”, aldus De Vries in de CDA-partijblad.

De minister staat sceptisch tegenover het pleidooi van de CDA-commissie-Zijlstra, die in een volgende kabinetsperiode de rijksuitgaven alleen nog maar wil aanpassen aan de inflatie. “Wat ik heel riskant vind in het hele verhaal is dat de commissie-Zijlstra suggereert dat je geen pijnlijke keuzen meer hoeft te maken als je de overheidsuitgaven maar op nul houdt”, aldus De Vries. Als voorbeeld wijst hij op de groei van het aantal 65-plussers in Nederland. “Als je de groei van de overheidsuitageven op nul wilt houden, moet je dan de AOW verlagen?”

Daarnaast noemt De Vries als voorbeeld het budget voor Ontwikkelingssamenwerking. Daar moeten volgens hem - ook als de Zijlstra-norm wordt gehanteerd - wel degelijk pijnlijke keuzes worden gemaakt. “Moet je de groei uit de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking halen? Die uitgaven gaan namelijk mee met de economische groei. Als je de overheidsuitgaven op nul wilt houden, moet je daar dus de groei uithalen”, aldus De Vries. CDA-fractievoorzitter Brinkman heeft in zijn "Lente-lijstje' een pleidooi gehouden om de uitgaven voor ontwikkelingsamenwerking te koppelen aan de uitgaven van het rijk in plaats van aan de ontwikkeling van het nationaal inkomen.

Het Kamerlid Melkert (financieel woordvoerder van de PvdA) nam vorige week ook de norm van Zijlstra op de korrel. “Het is bestuurlijk en politiek ongewenst bij het vaststellen van de financiële beleidsruimte voor de rijksbegroting op voorhand uit te gaan van strikt genormeerde keuzes.” Melkert pleit voor een "kadernorm' die wordt begrensd door de nulgroei van Zijlstra en de helft van de groei van het binnenlands produkt.

De huidige regeringscoalitie van CDA en PvdA zou volgens De Vries ook na de volgende verkiezingen moeten regeren. “Ondanks alle kritiek op dit kabinet is er in deze periode juist op terreinen als financiële prikkels op de arbeidsmarkt, sociale zekerheid, fraudebestrijding en dergelijke veel meer bespreekbaar geworden dan in kabinetten hiervoor”, aldus De Vries. Hij vindt dat “een kabinet met de PvdA per definitie veel kritischer wordt beoordeeld dan een kabinet met de VVD”.