Miljoenen doden door ongelukken en geweld

GENÈVE, 8 APRIL. Wereldwijd overlijden jaarlijks naar schatting 3,5 miljoen mensen aan de gevolgen van ongelukken en geweld. Een even groot aantal mensen wordt hierdoor volledig invalide en een veelvoud deels verlamd of blind. Dat blijkt uit cijfers die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft verzameld voor de gisteren gehouden World Health Day.

Ongeveer één miljoen mensen vinden jaarlijks de dood door moord, zelfmoord, kinder- of partnermishandeling, verkrachting, afrekeningen binnen bendes of criminaliteit in het algemeen. De overige 2,5 miljoen sterfgevallen zijn een gevolg van ongelukken in het verkeer, in of rondom het huis, op het werk, bij sport of spel, van brand, verdrinking, vergiftiging en natuurrampen.

In het Westen plegen jaarlijks 200.000 mensen zelfmoord, 60.000 worden vermoord. In de ontwikkelingslanden zijn er ongeveer 550.000 zelfmoorden, 215.000 mensen worden er jaarlijks vermoord. Hongarije telt verhoudingsgewijs de meeste gevallen van zelfdoding: 48,4 per 100.000 mannen per jaar en 14,6 per 100.000 vrouwen per jaar. In de Derde wereld overlijden jaarlijks 210.000 mensen in het verkeer en 380.000 bij andersoortige ongevallen. In de Westerse wereld liggen die cijfers op respectievelijk 515.000 en 1,37 miljoen.

Dood als gevolg van een ongeval is nu na hartziekten en kanker de derde belangrijkste doodsoorzaak in de geïndustrialiseerde wereld, op grote afstand gevolgd door infectie-ziekten. Onder mannen tot 44 jaar en vrouwen tot 34 jaar is een verkeersongeluk de belangrijkste doodsoorzaak. In de VS is dit soort ongelukken goed voor de helft van alle overlijdensgevallen onder schoolkinderen. In de leeftijd van tien tot veertien jaar is acht procent van alle sterfte daar te wijten aan moord. In de voormalige Sovjet-Unie zijn er op elke 100.000 sterfgevallen 105,2 die moeten worden toegeschreven aan ongevallen, tegen 18,2 als gevolg van een infectie.

Jaarlijks verliezen 700.000 mensen hun leven in het verkeer en tien tot vijftien miljoen mensen worden gewond. Elke vijftig seconden valt ergens ter wereld een dode in het verkeer, elke twee seconden wordt iemand gewond. De ontwikkelingslanden lopen daarin ver voorop met 500.000 doden per jaar en dat cijfer stijgt sterk.

Wegens de slechte conditie van auto's en wegen vallen er in ontwikkelingslanden relatief twintig tot vijftig maal zoveel doden in het verkeer als in het westen. In Ethiopië bijvoorbeeld is er één auto per 1.000 inwoners. Op elke 10.000 auto's vallen er jaarlijks 151 doden. Ter vergelijking: de VS telt 771 auto's per 1.000 inwoners en jaarlijks vallen daar 2,5 doden op elke 10.000 auto's.

In de Westerse wereld neemt het aantal verkeersongevallen af. In de VS bij voorbeeld is dat aantal de afgelopen tien jaar met acht procent afgenomen, in het Verenigd Koninkrijk met 26 procent in dezelfde periode. Dat heeft vooral te maken met verbeterde wegbewijzering, veiliger auto's, verlaging van snelheidslimieten, veiligheidsgordels en een sterke vermindering van het aantal beschonken chauffeurs. Ook rotonden en verkeersdrempels hebben effect: het stervensrisico onder Deense voetgangers is daardoor met zeventig procent afgenomen. In Oost-Europa is de veiligheid in het verkeer globaal vijfmaal zo laag als elders in Europa. Met het stijgend autobezit neemt daar ook het aantal verkeersdoden toe. In Polen nam het aantal verkeersdoden tussen 1985 en 1990 met 56 procent toe: van 4.688 tot 7.333.

De WHO heeft een top-twintig opgesteld voor elke veroorzaker van sterfte, ziekten daargelaten. Verwonding, vergiftiging en geweld bijeengenomen, is de voormalige Sovjet-Unie veruit het gevaarlijkste land. Voor vrouwen is Hongarije het onveiligst. De kans te worden vermoord is voor mannen het grootst op Saint Lucia, gevolgd door Ecuador, Puerto Rico, de voormalige Sovjet-Unie en de Bahama's. Voor vrouwen zijn de Seychellen, Barbados, de voormalige Sovjet-Unie de gevaarlijkste landen. Nederland valt in alle door de WHO opgestelde statistieken buiten de top-twintig.