MENOPAUZE CENTRUM

Met verontrusting hebben wij kennisgenomen van de opening van het Menopauze Centrum in Nijmegen - het eerste in Nederland (NRC Handelsblad, 12 maart).

Een normale fysiologische overgangsfase in het leven en in het lichaam van de vrouw dreigt aldus in commercieel vaarwater te komen. Dit initiatief van professor Rolland staat haaks op de stellingname van zijn collega Van Hall uit Leiden. Deze maakte onlangs in Medisch Contact duidelijk dat er geen aanwijzingen zijn dat de meestal als climacterieel aangeduide klachten leeftijds- dan wel geslachtsspecifiek zijn. Bovendien stelde hij dat “voor de beoordeling en behandeling van overgangsklachten de huisarts de eerst aangewezen persoon is”.

Er is niet alleen sprake van commercialisering. Er vindt evenzeer somatisering plaats. Dat betekent dat onevenredig veel medische aandacht wordt besteed aan onbestemde lichamelijke klachten die eerder te maken hebben met de leefsituatie en levensfase dan met een lichamelijke aandoening. Het ligt voor de hand dat juist dergelijke klachten aanleiding geven tot onnodig onderzoek en overbodige verrichtingen. De samenhang met de commercie moge duidelijk zijn.

De initiatiefnemers legitimeren hun menopauze centrum met de vaststelling dat vrouwen in de overgang niet altijd genoeg "tijd en begrip' krijgen van de huisarts. Slechts de helft van de vrouwen zou advies krijgen van de huisarts, volgens een onderzoeksbureau. Dat lijkt ons, voor wie bezorgd is over de medische hulpverlening van menopauze klachten, een geruststellende mededeling. Uit onderzoek blijkt immers dat in de leeftijdscategorie van 40-59 jaar menopauze en climacteriële klachten slechts bij 5-8 procent medische zorg nodig wordt geacht.

Er zijn geen gronden voor een categorale voorziening op dit terrein. Juist de sterke kant van de Nederlandse gezondheidszorg - de zeeffunctie van de huisarts -, waarop men in het buitenland, met name in de Verenigde Staten, jaloers is, worden door een dergelijke commercieel getinte ontwikkeling op het spel gezet.