Lobby pensioenfondsen was succesvol; Vermaat: hersteld vertrouwen door intrekking wet pensioenheffing

UTRECHT, 8 APRIL. Hij typeerde het ooit als een “hoogst curieus wetsvoorstel”. Dr. A.J. Vermaat, voorzitter van de Verzekeringskamer, is dan ook “zeer ingenomen” met het kabinetsbesluit het zeer omstreden wetsontwerp Pensioenheffing in de ijskast te zetten. Maar niets voor niets. In ruil voor het niet fiscaal belasten van de financiële overschotten heeft minister Andriessen (economische zaken) de pensioenfondsen gevraagd bij te dragen aan zijn Industriefonds; een financieringsfaciliteit voor (middel)grote bedrijven die de kern vormen van hoogwaardige activiteiten op het gebied van technologie, kennis en werkgelegenheid.

“Als die afspraak zo is gemaakt, is het een hoogst curieuze deal”, oordeelt Vermaat. “Ik ben niet op de hoogte van een concrete afspraak. Volgens mij heeft er ook geen koe-handel plaatsgevonden van "we laten jullie overschotten met rust in ruil voor het volstorten van het industriefonds'. Zo werken die zaken niet. Maar essentieel is dat de vertrouwensrelatie tussen overheid en pensioenfondsen sterk is verbeterd nu het wetsontwerp voorlopig van de baan is.”

Vermaat, lid van de CDA-fractie in de Eerste Kamer en sinds 1988 voorzitter van de Verzekeringkamer, waakt over 600 miljard gulden. De Verzekeringskamer controleert de boeken van pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen en ziet erop toe dat deze zogenoemde institutionele beleggers aan hun toekomstige verplichtingen kunnen voldoen.

Kern van het wetsvoorstel is dat pensioenfondsen vijf jaar de tijd zouden krijgen om een financieel overschot weg te werken. Dit kan bijvoorbeeld door een "te' lage premie vast te stellen. Als er na vijf jaar nog steeds een overschot is, wordt een heffing geheven van maximaal 40 procent net zolang tot het vermogensoverschot is verdwenen. In 1989 maakte minister Ruding (financiën) bekend dat hij de financiële overschotten van pensioenfondsen wilde afromen. Deze "Brede Herwaardering' gebeurde op instigatie van minister-president Lubbers. In de jaren tachtig behaalden de fondsen hoge reële rendementen (rente minus inflatie). Volgens het CDA-VVD kabinet kwamen de winsten onvoldoende tot uiting in lagere premies voor de werknemer. Een te royale pensioenvoorziening was nadelig voor de schatkist, want de premies zijn fiscaal aftrekbaar.

De Verzekeringskamer was het niet eens met de redenering van Ruding (CDA) en zijn opvolger Kok (PvdA) dat de pensioenfondsen "te' rijk zouden zijn. Vermaat: “Een pensioenfonds moet ongeveer dertig jaar vooruitblikken. Wat is de inflatie, wat is de rente, wat is de beleggingsopbrengst, wat doet de regering met de AOW. Zeer complexe berekeningen. Het is zeer discutabel om op een gegeven moment te zeggen tegen de pensioenfondsen: "uw reserves zijn te groot'. Het is de pensioenwereld uiteindelijk gelukt om deze realiteit aan de politiek duidelijk te maken.”

De lobby heeft gewerkt.

“Waarom zou de lobby niet werken? De politiek moet toch nooit vanuit een ivoren toren regeren? Dankzij de lobby, de media en de belangengroepen heeft het kabinet op tijd de steven gewend. Het komt wel voor dat maatschappelijke effecten van een wetswijziging pas volledig duidelijk worden als de Tweede Kamer het voorstel heeft aanvaard. Het is goed dat in dit geval de informatiestroom op tijd op gang kwam. Ook de Raad van State vond het voorstel slecht, en van werkgevers, werknemers en vanuit de Tweede Kamer kwam steeds meer kritiek.”

Hoe lang blijft de brede herwaardering in de ijskast?

“Over dit wetsvoorstel is zeer grondig nagedacht met als voorlopig resultaat dat het kabinet het terugneemt. Ik verwacht niet dat het binnen vijf jaar terugkomt.”

Hebben de pensioenfondsen al geanticipeerd op de invoering van de wet?

“Pensioenfondsen hebben er in hun gedrag rekening mee gehouden dat de wet zou worden ingevoerd. Dat staat buiten kijf.”

Hoe hoog zouden de premies zijn geweest zonder het wetsvoorstel?

“Dat weet je nooit precies. We hebben een aantal jaren een hoog reëel rendement op de beleggingen gehad. Er zijn fondsen geweest die de premie op nul hebben gezet. Niet alleen omdat ze bang waren voor het wetsvoorstel, maar ook omdat het hun policy is.”

Is de Pensioenheffing een "graai-actie' geweest die voorbij ging aan een goed pensioen?

“Cruciaal is de vraag: "wat is een goed pensioen'. Het gaat niet alleen om de vraag of de pensioenfondsen te rijk zijn, maar ook om de modaliteiten van een pensioen. Vroeger was een pensioen iets heel bijzonders: eigenlijk genadebrood. Nu is het een belangrijke secundaire arbeidsvoorwaarde. De relatie tussen loonkosten en pensioenkosten wordt dus steeds enger.”

Is het voor een pensioenfonds goed om deel te nemen in het industriefonds?

“Ik geef geen beleggingsadvies. Vroeger waren pensioenfondsen erg voorzichtig met beleggingsrisico's. Staatsleningen, dat was het summum. Een beetje hypotheek, wat onderhandse leningen en een beetje onroerend goed. In de angelsaksische landen zie je het omgekeerde; daar wordt veel in zakelijke waarden, met name aandelen, belegd. Een ontwikkeling die je - de laatste vijf à tien jaar - ook kunt waarnemen bij de ondernemingspensioenfondsen. Dat vind ik gunstig. Op de lange termijn heb je ook een hoger rendement, dat leren de statistieken ons. Maar ook een hoger risico. Ik ben niet tegen het beleggen in zakelijk waarden, mits er een buffer aan ten grondslag ligt. Zo'n beurscrash als in 1987 moet je kunnen opvangen. En er moet een goede spreiding in de porteufeuille worden aangebracht. Dus niet alles op één kaart zetten.”