Kippenmest blijkt energieleverancier

Sinds een half jaar krijgen zo'n 12.000 Engelse huishoudens in het plaatsje Eye, zo'n honderd kilometer ten noordoosten van Londen, hun elektriciteit geleverd door de plaatselijke kippenindustrie.

Kippenmest, zegt Simon Fraser van Fibropower nv, is een krachtige energiebron die schoner verbrandt dan kolen. Het innovatieve bedrijf dat in november vorig jaar zijn poorten opende verbrandt jaarlijks de pittig geurende mest van zo'n 70 miljoen kippen, vermengd met het vuile stro en de houtsnippers waarin de kippen scharrelden. In Suffolk, het hart van de Britse pluimvee-industrie, is de energierijke grondstof ruim voorradig. Het spul wordt bij 850 graden Celsius verbrand waarna de resterende as als kunstmest wordt verkocht. Met de aangevoerde grondstof zou je 25 voetbalvelden per jaar twee meter kunnen ophogen. Omwonenden van de fabriek haalden aanvankelijk hun neus op en in het plaatselijke sufferdje verschenen cartoons waarin rijtjes kippen braaf op toiletten zaten, maar inmiddels heeft het initiatief zichzelf bewezen. Zolang genoeg goede kippenmest wordt aangeleverd, wordt de doelstelling van 12,5 megawatt vermogen ruimschoots gehaald. Deze stroom wordt aan het openbaar net geleverd. De prijs waarvoor het bedrijf de mest bij de ippenboeren opkopt is een goed bewaard bedrijfsgeheim.

Soms wil de kippenmest niet goed branden omdat hij te nat is, soms ook zit er teveel vuil in. Kalkoenenmest is minder calorierijk en levert dan ook minder stroom.

De fabriek in Eye heeft 57 miljoen gulden gekost, vrijwel geheel door particulier initiatief gefinancierd. Een tweede fabriek, van het zusterbedrijf Fibrogen, 140 kilometer verder noordwaarts, is in aanbouw, een een derde, Fibrowatt, is in Schotland gepland. In totaal voorzien de initiatiefnemers perspectieven voor zes van dergelijke bedrijven in Groot-Brittannië. Overzees bestaat interesse in de Amerikaanse pluimveedeelstaat Arkansas, waar per inwoner gemiddeld 408,3 kippen worden gefokt. Bij zo'n geconcentreerde aanvoer van kippenmest zijn de transportkosten nog te behappen.

Overigens draait in het Friese Dirsum, nabij Bolsward, al sinds enkele jaren een experimentele mestvergistigsfabriek, waarbij tien rundveehouderijen zijn aangesloten en tevens windenergie wordt opgewekt. In Denemarken wordt de techniek al op veel grotere schaal toegepast. Hier draaien tien kleine vergistigsinstallaties op boerderijniveau naast tien grote vergistingsfabrieken waarbij vele honderden veehouders zijn aangesloten. Aangezien na de vergisting de nitraten en fosfaten overblijven is mestvergisting, al hoewel een goede energiebron, geen oplossing voor het mineralenoverschot.