Jazz-bioscoop in Amsterdam; Terugslaan met leger

Amsterdams Brouwhuis Maximilaan, Kloveniersburgwal 6-8, Amsterdam. De serie Jazz-Cinema wordt vervolgd op 6 mei, het poezie-programma "Versgetapte Verzen' op 18 april (met oa Carla Boogaards en Leo van der Zalm). Inl Linda de Kooning (020-6225007) en Antoni Pomiakowski (020-6276893).

"Jazz-Cinema', wat een kroegbaas al niet bedenkt om klandizie te trekken. Ho, geen voorbarige conclusies. Ten eerste is Maximiliaan geen kroeg maar een uitgebreid etablissement in Amsterdam met een restaurant en een brouwerij. De laatste staat niet ergens ver weg op een industrieterrein, maar bevindt zich midden in de zaak waar een messing ketel met aanbouwsels zo hevig te glanzen staat dat niemand er achteloos aan voorbij kan gaan. Keyzer wordt er onder andere gebrouwen, een donker soort bier dat best te drinken is.

Op een trappetje naast de machinerie staat een 16 milimeter projector gereed, aan de andere kant van de ruimte, zo'n vijftien meter verder, een flink formaat kamerscherm. Het is tien uur, een half uur na de officiele aanvangsttijd waarop Misha Mengelberg op oude films zou improviseren, maar van cinema noch jazz valt er iets te bespeuren. “Er waren moeilijkheden in de keuken,” deelt organisator Antoni Pomianowski mee.

Het idee voor de cinema-avonden komt van hem en van Linda de Kooning, net als hij woonachtig in de Nieuwmarktbuurt. “We willen laten zien dat de Nieuwmarkbuurt meer te bieden heeft dan hoeren en coffeeshops,” vertelt hij, en dit initiatief past daarin. De films zijn beschikbaar gesteld door het Nederlands Filmmuseum en aan de hand van de catalogus uitgekozen door de musici zelf. Ze weten precies wat ze willen zien, is de ervaring van de maanden dat de Cinema draait.

Om kwart voor elf is het zover. Misha Mengelberg zet zich achter de piano en op het doek verschijnt "Monsieur Tete', een speelse animatie-film uit 1959 van de Poolse afficheontwerper Jan Lenica. Puur toeval, maar erg leuk voor Pomianowski die zelf een Poolse achtergrond heeft en gek op affiches is. Hij heeft er bijna vijfduizend in huis. Misha Mengelberg reageert alert op de beelden, hij lijkt er wel plezier in te hebben.

Bij het volgende filmje, een zwart-wit produktie van de Amerikaanse dadaist Man Ray, lijkt hij het echter moeilijk te krijgen. Is het de razendsnelle serie abstracties waar moeilijk op te reageren valt of is er iets anders aan de hand? Dat laatste is zeker het geval, meent Linda de Kooning die vaststelt dat de liefhebber geen geluk heeft. De liefhebber van jazz en/of cinema bedoelt ze, hoofdknikkend naar een flink gezelschap middelbare mannen. Wat hen bindt wordt niet duidelijk, of het moet hun luide stem zijn. Om niet te worden afgeleid zitten zij merendeels met de rug naar het doek, dus ook naar Mengelberg die zijn piano op enkele meters afstand heeft laten zetten.

Pas tegen het eind van de avond, bij een film met beelden van de Franse kubist Ferdinand Leger, slaat hij keihard terug, met vierkante clusters tegen de brede ruggen. De praters zoeken een ander decor, het slotapplaus mag er zijn, de organisators rest niettemin een lastig probleem. Het opbouwen van een buurt is nog wel te doen, maar kroeglopende mannen, hoe renoveer je die?