Invloed fraude gering op wetenschapscarrière

ROTTERDAM, 8 APRIL. In de Nederlandse wetenschap komen regelmatig gevallen van plagiaat, fraude en diefstal van ideeën aan het licht. Voor de carrières van de plegers van deze vergrijpen heeft de ontmaskering over het algemeen weinig tot geen consequenties.

Dat blijkt uit het boek "Valse vooruitgang; Bedrog in de Nederlandse wetenschap' van de journalist Frank van Kolfschooten dat op 15 april verschijnt. De auteur brengt hierin een groot aantal - meest nieuwe - voorbeelden van fraude bijeen. Hij putte zijn materiaal onder meer uit reacties op een oproep in de bijlage Wetenschap & Onderwijs van NRC Handelsblad. In totaal achterhaalde Van Kolfschooten 69 gevallen van bedrog. In 35 gevallen ging het om plagiaat, 14 zaken betroffen fraude met onderzoeksgegevens en 20 andersoortig bedrog.

De reeks gevallen strekt zich uit van de zeventiende eeuw tot nu, van Descartes tot nog zittende hoogleraren. Een van de laatsten is prof. dr. G. J. F. Smets, hoogleraar aan de TU Delft. Gedeelten uit haar boek "Psychologie van bouwen en wonen' uit 1979 bleken vrijwel letterlijk te zijn vertaald uit "Psychology for Architects' van de Brit David Canter uit 1974. Smets, schrijft Van Kolfschooten, “weigerde desgevraagd een verklaring te geven voor de overeenkomsten”. Wel zei zij te overwegen “een proces wegens laster aan te spannen” als Van Kolfschooten over de zaak zou publiceren.

Een ander recent voorbeeld van letterlijke overname van teksten op grote schaal is het proefschrift uit 1990 van prof.dr. R.A.M. Pruijm, buitengewoon hoogleraar administratieve techniek aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Deze dissertatie heeft volgens Van Kolfschooten “op diverse plaatsen veel weg van een bloemlezing of reader”.