"Hezbollah vecht voor de armen'

Bijna dagelijks lanceert de fundamentalistisch-shi'itische beweging Hezbollah vanuit Libanon aanvallen op Israelische doelen, die met evengrote regelmaat met Israelische vergeldingsacties worden beantwoord. Maar onder de Libanese bevolking wint de organisatie vooral aan populariteit door haar sociale zorg.

BAALBEK/BEIROET, APRIL. “Buitenlanders hebben een mistig, verdraaid beeld van Hezbollah”, zegt Abu Jihad streng. “Ze denken dat we anderen vermoorden, als wilden.”

“In de naam van God”: met deze openingswoorden had Abu Jihad, een hoge functionaris van de fundamentalistisch-shi'itische, door Iran gesteunde Libanese beweging Hezbollah in Baalbek, nadrukkelijk duidelijk gemaakt onder wiens auspiciën hij opereert. Een eindje verderop, bij de beroemde Romeinse oudheden van de Oostlibanese stad, stappen naar islamitische maatstaven gemeten indecent schaars geklede vrouwen blootshoofds uit de bus; binnen in het Hezbollah-kantoor blijft de jas aan en moet de hoofddoek op. God en Khomeiny maken hier de dienst uit.

Baalbek is de fundamentalistische hoofdstad van Libanon. In de stad waren tijdens de Libanese burgeroorlog Iraanse revolutionaire gardisten gelegerd, hier ook werden, naar algemeen wordt aangenomen, Westerse gijzelaars door Hezbollah gevangen gehouden toen ontvoeringen van buitenlanders nog in het Iraanse beleid pasten. Maar Baalbek is geen Teheran: lang niet alle vrouwen dragen een hoofddoek, de zwarte chador is een zeldzaamheid.

Hezbollah is internationaal bekend als terroristische groepering die Amerikaanse mariniers en Franse militairen heeft opgeblazen, als overkoepelende organisatie van duistere groepjes ontvoerders, als guerrilla-beweging tegen Israel, dat op zijn beurt een deel van Zuid-Libanon bezet en regelmatig vergeldingsaanvallen op doelen in Libanon uitvoert. Maar in de tien, vijftien jaar van haar bestaan heeft de beweging zich tegelijkertijd bij een toenemend aantal Libanese burgers, niet alleen shi'ieten, populair gemaakt door haar sociale voorzieningen. Hezbollah heeft ziekenhuizen gebouwd en scholen geopend, vuilophaaldiensten, kinderopvang en armenzorg geregeld en in ruil daarvoor acht zetels geoogst bij de parlementsverkiezingen van vorige zomer.

“De Libanezen weten dat Hezbollah in werkelijkheid de vader en de moeder van het Libanese volk is. Hezbollah staat naast de arme man, en die vertrouwt Hezbollah. Hij weet dat Hezbollah voor de gemeenschap werkt - en niet er tegen, zoals anderen vroeger”, aldus Abu Jihad.

“We vechten om de maatschappij hogerop te brengen, en daarom moeten we de problemen en obstakels waarmee de maatschappij wordt geconfronteerd wegnemen. Israel is de belangrijkste vijand en het grootste probleem: hoe kunnen we de economie verbeteren als Israel altijd gezinnen en kinderen bombardeert?” De Verenigde Staten, als bondgenoot van Israel, vormen eveneens een hinderpaal. “Dus Hezbollah moet die obstakels zien kwijt te raken om de lijdende bevolking sociale voorzieningen te kunnen leveren.”

De toegang tot het Imam Khomeiny ziekenhuis in Baalbek weerspiegelt deze denkwijze. Op een kleurrijke muurschildering kijkt de overleden Gids van de Islamitische Revolutie minzaam lachend neer op een verpleger die zorgzaam een een man behandelt. Een tank staat op de horizon gericht, zijn oogst is een eindeloze reeks met Amerikaanse vlaggen bedekte doodskisten.

In een shi'itische volkswijk in Zuid-Beiroet viert Hezbollah Jeruzalem-dag. Zwart-gemaskerde strijders - “padvinders” volgens het programma - marcheren langs de verhoging waar een serie wit-getulbande geestelijken gezeten is. Het is de beweging verboden nog gewapende manifestaties in het openbaar te organiseren nu het vrede is in Libanon en de regering haar gezag over een groot deel van het land heeft gevestigd. Vandaar ook dat de parade dit jaar wordt gevormd door ziekenauto's, tractors en een grasmaaimachine, vandaar de gezellige koninginnedag-sfeer.

Maar ook hier blijven de woorden geharnast: “Wij blijven samen de weg volgen van het verzet en van de intifadah tot aan de eliminatie van Israel, opdat de huidige en toekomstige volkeren en generaties de vrede herwinnen”, roept Hassan Nasrallah, de leider van Hezbollah. “De enige optie die ons wordt geboden is die van het verzet en van de intifadah!”

Maar dit aspect van de Hezbollah-activiteit wordt bepaald niet algemeen toegejuicht. In de zuidelijke dorpen aan de rand van de door Israel bezette veiligheidszone, die de voortdurende Israelische vergeldingsacties moeten dulden na gewapende acties door de fundamentalisten, keert de bevolking zich zelfs van de beweging af. Er zijn aanhoudende berichten over protestacties, over gewapend verzet tegen Hezbollah-strijders - berichten overigens die Hezbollah-functionarissen als “Westerse propaganda” afdoen. Tamelijk algemeen lijkt juist het idee van een vredesakkoord met Israel door de Libanezen te worden aanvaard als essentieel voor de wederopbouw van hun land.

Hezbollah moet het vooral van zijn sociale diensten hebben. Tijdens de Libanese burgeroorlog is het staatsgezag in Libanon, voor zover dat voordien van kracht was, ingestort, en in dat vacuüm is de fundamentalistische organisatie gesprongen, met ruime financiële steun van Iran. “Hezbollah bouwt op braakliggend land”, onderstreept een shi'itische journalist in Beiroet. “Wanneer een huis is ingestort, trekken de muizen erin.”

Zelf is hij afkomstig uit het shi'itische establishment en moet hij in principe niets van fundamentalistische groepen hebben. Maar hij begrijpt de aantrekkingskracht van de fundamentalisten: “wanneer je niets meer hebt, grijp je zoiets als laatste strohalm.”

Hij doelt niet alleen op de ontbrekende staatsvoorzieningen, maar ook op het failliet van het Arabisch nationalisme, op het gevoel dat de Arabische leiders het gebied aan het Westen hebben uitverkocht. “(Wijlen president) Sadat kuste presidentsvrouwen in het openbaar - dat was on-islamitisch, wij doen dit soort dingen niet. Hij had het niet hoeven doen, dat maakte een heel slechte indruk.” “Het Westen heeft ons van onze identiteit beroofd - en nu komen Hezbollah en andere dergelijke groepen met een islamitische identiteit aanzetten, en dat is een aantrekkelijke. Ik durf al niet meer over straat met de dure stropdassen die ik vroeger droeg. Pas maar op, als het Westen blijft weigeren Israel onder druk te zetten, als het doorgaat de verkeerde, corrupte Arabische leiders te steunen, dan lopen we hier binnenkort allemaal in islamitische gewaden rond.”

Voorlopig prijzen zelfs in het overwegend islamitische West-Beiroet grote reclameborden, praktisch zij aan zij met portretten van Khomeiny, nog alcoholische dranken aan: Muscat l'or doux des vignes. En de regering hoopt met haar grootscheepse ontwikkelingsplannen Hezbollah het gras voor de voeten weg te maaien. De sunnitische premier Rafiq Hariri wijst erop dat het net onthulde tien-jarenplan Horizon 2000 meer nadruk legt op achtergebleven gebieden, de Beka'a-vallei, het zuiden en het noorden, dan op Beiroet.

Hariri erkent ook dat deze gebieden tot nog toe zijn verwaarloosd, zoals ter plaatse in het oog springt. Gemeentelijke ziekenhuizen, als ze er al zijn, zijn vaak niet veel meer dan muren en een dak: het idee dáár te worden opgenomen wordt grijnzend van de hand gewezen. Daarom heeft elke Libanese gemeenschap, niet alleen Hezbollah, eigen ziekenhuizen gebouwd.

Het openbaar onderwijs is slecht. De lokale vertegenwoordiger van UNESCO, de educatieve organisatie van de Verenigde Naties, bevestigt dat volmondig.

Alleen burgers die de particuliere scholen niet kunnen betalen, sturen hun kinderen naar openbare scholen. Die tellen soms maar twee of drie leerlingen, omdat van de ouders die het privé-onderwijs niet kunnen betalen, er veel evenmin het vervoer naar de openbare school kunnen bekostigen.

“Wanneer kinderen niet naar de openbare school kunnen gaan, worden ze in feite naar de Hezbollah-scholen gedreven”, zegt de linkse parlementariër Najah Wakim. “Om te overleven moeten de mensen zich wel wenden tot de religieuze extremisten.” Hij waarschuwt tegen grandioze plannen: “als we mooie nieuwe wegen bouwen en de mensen in hun armoede laten, zal dat dan Hezbollah indammen?”

“Het probleem van Libanon”, zegt minister van sociale zaken Elie Hobeika, “is dat de maatschappij is gebaseerd op een tribaal systeem. Elke stam - of religie - heeft in de burgeroorlog eigen wetten ontwikkeld, eigen ambities, een eigen regering. Er was geen trouw aan de natie, aan het land, aan de regering - en de regering op haar beurt heeft nagelaten haar plicht te vervullen door de nood van de burgers te lenigen (..) De regering is nu bezig haar oude, rechtmatige plaats terug te winnen.”

Abu Jihad krijgt het laatste woord. Is hij niet bang dat de regeringsplannen de positie van Hezbollah bij de bevolking zullen ondergraven? “We zullen dood zijn voor die zijn verwezenlijkt”, lacht hij. “De mensen vertrouwen dergelijke plannen niet. De regering - die belooft, en belooft, en belooft.” Tweede artikel in een serie over Libanon. Het eerste verscheen op 2 april.