Het ruitjesschort gaat op 'wild'

Een schort brengt je in verlegenheid, net als een pyjama. Je wordt er niet graag in gezien omdat het bij gehoorzaamheid en vlijt hoort. Maar als je het schort ontdoet van alle bijbetekenissen, krijgt het plotseling iets erotisch. Iets ironisch. En dan kun je er eigenlijk best de straat mee op.

Er staat een meisje op het erf. Ze houdt haar hoofd een tikje opzij en kijkt bepaald verontwaardigd. Zo van: "wat mot je?'. De handen in de zij, de voeten iets uit elkaar. Ze draagt een schort, zo'n degelijk gestreept halterschort met een grote zak voorop. Ze zou elk moment de achterliggende stal binnen kunnen gaan om de koeien te melken. Hoewel ze waarschijnlijk niet ver komt met die fijn gemanicuurde vingertjes, die gelakte nagels en die uitdagend blote schouders.

Dit meisje is geen boerin, geen drieste huisvrouw en evenmin een Playboy-bunny. Ze staat deze maand in Harper's & Queen met een Agnes B schortjurk aan. Gestreept en in een Brigitte Bardot Vichy-ruitje, in katoen, viscose en crepe met geraffineerde spaghettibandjes kruiselings over de rug: als het aan Agnes B, Mariot Chanet en Cacharel ligt, lopen we van de zomer allemaal met dergelijke schorten op straat.

Het schort is een heikel kledingstuk. Je wast er in af, maakt er de groente in schoon, draagt het bij het dweilen van de keukenvloer. Als je je met het huishouden bemoeit tenminste. En zodra de bel gaat doe je het snel af. Een schort brengt je in verlegenheid, net als een pyjama. Je wordt er niet graag in gezien. Het behoort tot de uitrusting van de huisvrouw.

Dat is het vreemde eraan. Een voorschoot is niet zomaar werkkleding die je tegen hardnekkige vlekken beschermt, het is een symbool met een even hardnekkige betekenis. Bij een schort denk je aan stille vlijt, aan onderdanigheid, aan sloven. Aan moeder de vrouw die er haar handen aan afveegt voordat ze het eten opdient.

Een boezelaar hoort bij de bonne femme en Horigkeit. En van een schortenmode als zodanig is nooit echt sprake geweest, hoewel het kledingstuk in de jaren vijftig en zestig binnenshuis wel aan trends onderhevig was. Zo kon de handige huisvrouw in het leerboek voor modinette uit 1957 tal van alleraardigste patronen vinden voor "vlotte huishoudkleding'. Behalve met dusters en campingpyjama's staat het nu antiquarische pronkstukje vol met keukenschorten met geborduurde biezen in plat- of steelsteek, fantasieschorten van schortenbont, verpleegstersschorten, schorten met schuine overslag en hartvormige zakken en frivole billentikkersschorten.

Het brave schort bleef altijd in de luwte van de keuken, al was het daar wel soms inzet van kleine en grote tragedies. Als de maat vol was, wierp moeder de vrouw het ferm van zich af. Zoals Sofia Loren dat kon doen voordat zij een scene maakte in Un giornata particulare. Zoals Miss Ellie dat in Dallas deed als ze uitvoer tegen zoon J.R. Zoals de "zelfbewuste vrouw' dat demonstratief deed in de jaren zeventig om haar moeder te pesten. Of zoals Madame Bovary iets minder ferm, maar toch even welbewust haar boezel verwisselde voor een japon van blauwe kasjmier en zich met romans van Balzac en Sand neervleide op de canape.

In haar essay Geschiedenis van de mode schreef de Vlaamse sociologe Christine Delhaye over de negentiende-eeuwse bourgeoisvrouw: “Als bewijs dat zij van goede komaf was of een goede partij getroffen had, tooide de burgervrouw zich met kleren die het haar volkomen onmogelijk maakten zich bezig te houden met nuttige arbeid. Koketterie en mode blijven de aangewezen middelen om het ostentatieve nietsdoen tot uiting te brengen.”

De Franse ontwerpster Agnes B heeft een zwak voor schortjes. Toen ze stevig werkmanskatoen in handen kreeg, besloot ze een eerste serie te ontwerpen. Frankrijk liep ten slotte al op klompen, dus werd het tijd voor de boezelaars, vond ze. Een diepere gedachte zit er niet achter het schort. Het schort leent zich niet voor de eco-trend, noch voor de grunge. En de schortjurk is evenmin een eerbetoon aan de huisvrouw. Integendeel: het is ontdaan van zijn tuttige, geborduurde huishoudimago. Het schort is zoals het meisje op het erf: brutaal, uitdagend en schalks. Zonder verdere bijbedoelingen. Het schort is nu wat het honderd jaar geleden juist niet was: de belichaming van het ostentatieve nietsdoen. Een gimmick.