Het gammele erepodium van de hitlijst voor studenten; Keuzegids voor hoger onderwijs bevat geen hard wetenschappelijk onderzoek.; "In feite is het een journalistiek produkt.'

Een "consumentengids' wil Onderwijs zelf niet maken, maar minister Ritzen betaalt wel mee aan de "Keuzegids Hoger Onderwijs' die vorige week verscheen met "hitlijsten' van de beste faculeiten en studierichtingen. Hoe betrouwbaar is die gids?

"Oei, onderaan een lijst? Dat is niet zo best.'' W.L. Vogelesang, studierichtingsleider werktuigbouwkunde van de Hogeschool Den Haag, schrikt ervan. ""En wie zegt dat dan?'' Dat zeggen zijn eigen studenten, die via een enquête de Haagse opleiding een magere 5,5 gaven en haar daarmee onderin een ranglijst van twintig plaatsten in het vorige week verschenen, vierde nummer van de Keuzegids Hoger Onderwijs.

Uitgeverij Bis in Amsterdam publiceert de gids, een onafhankelijke redactie is verantwoordelijk voor de inhoud. In de vier nummers die sinds eind 1991 zijn verschenen, wordt telkens een aantal studierichtingen doorgelicht op basis van gegevens van universiteiten, hogescholen en visitatiecommissies. Bovendien wordt de studenten nadrukkelijk zelf om hun oordeel gevraagd over de kwaliteit van hun docenten, de begeleiding en de samenhang van het onderwijs. Het Leidse onderzoeksbureau Research voor Beleid voert de enquêtes uit, de redactie voorziet de staatjes van commentaar.

In het buitenland bestaan vergelijkende studiegidsen al veel langer. In Duitsland publiceert het weekblad Der Spiegel een jaarlijks overzicht en in de VS geeft het weekblad US News & World Report (2,3 miljoen abonnees) eveneens jaarlijks een oordeel over de 450 universiteiten, met the final ranking van de 25 beste. Harvard, Yale, Stanford staan al jaren aan de top. In Nederland hebben sommige universiteiten (Delft, Amsterdam, Utrecht) hun eigen "onderwijs-evaluatiegidsen', waarin studenten hun licht laten schijnen over de kwaliteit van de opleiding. Maar deze gidsen zijn bedoeld om studenten te informeren welke vakken ze het best kunnen volgen en om docenten tot verbeteringen aan te zetten - en dus niet als gids voor de middelbare scholier. De Keuzegids wil dat wèl zijn en gaat uitvoerig in op afstudeermogelijkheden, studentenvoorzieningen, slaagpercentages en beroepsperspectieven. Over de kansen voor historici staat bijvoorbeeld, onder het kopje "Weinig brood': ""Stond twintig jaar terug drie procent van alle historici geregistreerd als werkloze, de laatste jaren is dat opgelopen tot achttien procent. Voor pas afgestudeerden was de situatie nog hopelozer.''

Gat in de markt

Volgens H.P.J. op 't Veld, voorzitter van de vereniging van schooldecanen en schooldecaan van het Jacobuscollege in Enschede, gaat het om ""een duidelijk gat in de markt. Leerlingen stellen veel vragen waar ze het beste kunnen studeren. De vraag is alleen of in deze gids de meest adequate informatie staat en of het wel voldoende toegankelijk is voor leerlingen.'' Nee, vindt hij. Het kan beter en duidelijker. ""Als de gegevens waarop het oordeel stoelt zó beperkt zijn, moet je toch voorzichtig zijn. Maar er is niks anders.'' Voorlopig heeft de keuzegids op de scholen een plaats gekregen in de kast.

""Het biedt studenten wel degelijk een mogelijkheid op inhoudelijke gronden te kiezen'', vindt een woordvoerder van het ministerie van onderwijs. ""Ritzen heeft vaak geroepen dat zo'n gids er moest komen. En toen we onderzochten of dat haalbaar was, bleek er al een uitgever met zo'n plan rond te lopen.'' Woordvoerder D. Adema van de HBO-raad herinnert het zich iets anders: ""Wij zaten in 1990 met VSNU en ministerie in een commissie om te onderzoeken of wij zo'n gids konden maken. Daar kwamen we toen niet uit; de universiteiten zaten er niet om te springen en ook onze hogescholen vonden hun eigen studiegidsen wel voldoende. Ze waren ook bang voor ongenuanceerde oordelen. Toen dat overleg was mislukt, was er binnen twee maanden een gids van een commerciële uitgever. Zonder dat wij er iets van wisten. De minister duldde geen uitstel. Hij erkende de beperktheid van de Keuzegids maar zag het als een stap in de goede richting.''

De verantwoordelijkheid voor een consumentengids voor studenten werd overgedaan aan een onafhankelijke uitgever, Bis in Amsterdam, want, zo zegt de woordvoerder van Onderwijs: ""Als wij als ministerie zelf zo'n gids zouden gaan maken, zou er een storm van protesten komen van de universiteiten en hogescholen. Als er bijvoorbeeld net iets anders zou in staan dan in de visitatierapporten. Daar willen wij onze vingers dus niet aan branden.''

In plaats daarvan kreeg de Keuzegids hoger onderwijs (oplage: 10.000 exemplaren, waarvan nu zo'n 6.000 zijn verkocht) een startsubsidie mee van 150.000 gulden voor de eerste vijf of zes nummers. De uitgeverij acht de kans groot dat het ministerie de subsidiëring zal voortzetten. ""Ritzen trekt er hard aan'', zegt A. Schimmel van uitgeverij Bis.

Vingers branden

Keuzegids nummer vier maakt duidelijk waar de minister zijn vingers niet aan wilde branden. De redactie heeft in dit nummer voor het eerst gewaagd "hitlijsten' van een aantal onderzochte studierichtingen af te drukken. De universitaire opleidingen voor geschiedenis werden doorgelicht, de psychologie-studies, kunstacademies en de werktuigbouwkundeopleidingen van de HTS. Over de studies geschiedenis meldt de Keuzegids: ""Nijmegen, hoewel goed in diverse voorzieningen, is minder aan te raden. Men laat je zwemmen in een zee van keuzevakken. Utrecht en Amsterdam zijn door hun massaliteit, het grote aantal afvallers en de kritiek van studenten nog sterkere afraders.''

Het gaat nadrukkelijk niet om ranking, zeggen redactie en ministerie. ""De minister is geen voorstander van ranking. Hij hecht eraan dat het onderwijs in Nederland overal goed is'', aldus de woordvoerder van Onderwijs. Om eraan toe te voegen dat een "hitlijst' van de beste studierichtingen misschien wel dat onbedoelde gevolg heeft. Hoofdredacteur van de Keuzegids, de journalist Frank Steenkamp, verwacht dat dat wel los zal lopen. ""Het zal nooit voldoende zijn om te zeggen: ik kom van Tilburg. En het zal ook nooit zo zijn dat wanneer iemand laat zien dat hij in Rotterdam of Amsterdam economie heeft gestudeerd, mensen denken: aha, dat zijn die massale universiteiten, dat kan nooit wat zijn. Het moet een steen zijn in de vijver, niet meer.''

Weinig rimpels

Vooralsnog vertoont het water weinig rimpels. Veel docenten van de betrokken studierichtingen kennen het bestaan van de keuzegids niet eens en reageren tamelijk laconiek op de uitkomsten van de "hitlijst'. ""Gelukkig nog een zes'', verzucht de voorlichter van de afdeling psychologie van de Rijksuniversiteit Utrecht, in de lijst geëindigd op de een na laatste plaats.

De Erasmus Universiteit in Rotterdam bungelt onderaan de top-7 van geschiedenis-studies. ""De gids geeft een verassend beeld'', zegt de Rotterdamse decaan, prof.dr. H.W. van Schendel. Hij heeft de gids wel gelezen en vindt dat de begeleidende tekst tot een andere slotsom voert dan de hitlijst. Daar staat: ""Rotterdam is het buitenbeentje. Aantrekkelijk omdat er weinig afvallers zijn en de begeleiding er goed werkt. Een andere opvatting van het vak, en redelijk goed afgestemd op de arbeidsmarkt. De lage score in de enquête wordt veroorzaakt door forse kritiek op enkele punten: geen stages, weinig pc's en matige studie- en tentamenzalen.''

Dat van die stages klopt absoluut niet, zegt de decaan. Daar zijn wel degelijk voorzieningen voor op de Erasmus Universiteit. ""Dat is het nadeel van studenten enquêteren: ze hebben vaak geen overzicht over het curriculum of de mogelijkheden. En als je de gevonden informatie niet voorlegt aan de universiteit, krijg je dit soort blunders.'' F. de Haan, die bij Research voor Beleid de enquêtes voor de Keuzegids verzorgt, geeft toe dat het onderzoekje onder telkens vijftig ouderejaars-studenten, vóór of na colleges gestrikt, geen steekproef kan worden genoemd. ""In feite is het een journalistiek produkt. Maar inmiddels hebben we wel 10.000 studenten ondervraagd voor die vier nummers.''

Steenkamp "staat' voor zijn onderzoek, zegt hij, al zal hij niet ontkennen dat het nadelen heeft studenten te ondervragen over hun eigen studierichting. ""Maar ze kunnen wel, en beter dan de visitatiecommissies, iets zeggen over de "studeerbaarheid' van de opleiding. Is die te doen in de gestelde vier jaar? En is de begeleiding daarbij voldoende. Je moet het meer zien als een gids die verwijst naar de meest zorgzame universiteit.''

Vogelesang van de Hogeschool Den Haag heeft het onderzoek inmiddels gelezen. De eerste schrik is voorbij. ""Och ja, dat is wel zo'', zegt hij over de conclusies. ""Maar we hadden de gebreken zelf ook al geconstateerd. Een aantal docenten krijgt nu een didaktische scholing, we zijn bezig met een nieuw gebouw, geven meer gelegenheid voor herkansingen. Je kunt dus wel zeggen dat ik erg benieuwd ben naar naar het volgende onderzoek.'' Daar zal hij drie jaar op moeten wachten; dan verschijnt de volgende "hitlijst' voor werktuigbouwkunde.