GESCHIEDENIS (2)

Bastiaan Bommeljé roept een schijntegenspraak op in zijn artikel "Geschiedenis is niet onmisbaar' (NRC Handelsblad, 31 maart). Iets kan leuk en lekker zijn en toch nuttig. Dat geldt ook voor het verkennen van het verleden. Je kunt zeker oud worden zonder historische kennis. Maar je begrijpt meer van het voormalig Joegoslavië, van Rusland en zelfs van buurland Duitsland, als je de historie van de vorige en deze eeuw tot 1914 hebt doorgrond.

Natuurlijk hebben de twee Belgische auteurs die hij aanhaalt het grootste gelijk wanneer zij het misbruik (van links of rechts) van de geschiedenis voor hedendaagse politieke doelstellingen aan de kaak stellen. Maar in een wereld waarin het beheersen van de exacte leervakken het paspoort is voor succes, is in het onderwijs een "zacht alfavak' als geschiedenis een goede tegenhanger. Het gaat niet om vaardigheden, maar om te zien met kennis en te leren relativeren.

Terecht geeft het tegenwoordige onderwijs veel aandacht aan macro-ethiek (mensenrechten en milieu). Maar inzicht in het geschiedproces verdient eveneens oefening. Daarvoor hoeven leerlingen niet terug te gaan tot de prehistorie. Training in elementaire kennis van de vijf R's in de geschiedenis: Renaissance, Reformatie, Rationalisme, Revolutie en Romantiek, blijft zinvol.

Een scholier onthoudt zijn geschiedenislessen natuurlijk niet omdat ze nuttig voor hem zijn, maar omdat zij hem boeien. Elk onderwijs begint met de liefde voor het vak die de leraar uitstraalt. Dat is de uitdaging waarom het uiteindelijk gaat.