GESCHIEDENIS (1)

Is het beeld dat wordt geschetst over geschiedenis wel zo dramatisch?

Op de gymnasia van vroeger, waar men aanzienlijk meer uren geschiedenis kreeg, ging het zeker anders toe dan op de massale scholengemeenschappen van nu. De democratisering in het onderwijs laat ook het vak geschiedenis niet onberoerd. Daarom vindt de Vereniging van docenten geschiedenis en staatsinrichting in Nederland (VGN) dat er in de bovenbouw van de basisvorming, de Tweede Fase, meer geschiedenis moet komen opdat belangrijke onderwerpen verantwoord onderwezen kunnen worden juist ook aan de wat oudere leerlingen.

De "gewraakte' eindtermen zijn overigens voor een deel opgelegd; evenals het beperkt aantal uren geschiedenis- en staatsinrichting in de Basisvorming. Natuurlijk is niet iedere docent daar enthousiast over: met twee uur geschiedenis in de week in twee of drie jaar komt men niet ver. Kennisverwerving blijft nodig, maar daarnaast moet men ook kritisch kunnen lezen, spotprenten kunnen analyseren en leren dat niet alles wat in de krant staat, op historisch gebied bijvoorbeeld waar is. Al jarenlang trouwens zijn er schoolboeken die deze "vaardigheden' aan de orde stellen. Is dat slecht?

En wat de oudere geschiedenis betreft - dankzij de inspanning van de geschiedenisdocenten zelf - worden de nieuwe eindexamenonderwerpen niet meer - zoals lang het geval was - uit de laatste vijftig jaar gekozen. Voor 1994 staat Duitsland sinds 1871 op het programma en voor 1995 is zelfs de 80-jarige oorlog eindexamenonderwerp!

Aandacht voor het vak geschiedenis is mooi maar dan moet men wel begrip hebben voor de mogelijkheden van het vak in de nieuwe onderwijsstructuur. Wanneer men meer geschiedenis wil zal dit vak in de Tweede Fase een ruimere armslag moeten krijgen, opdat allerlei aspecten van geschiedenis- en staatsinrichting beter aan bod komen.