Explosie WAO: "Zo ontstond een klimaat van ga-je-gang-maar'

Akzo, Shell, Unilever en Philips hebben volgens prof. Beek geheime contacten over onder andere de WAO gehad. Beeks complottheorie krijgt weinig steun. Maar minder wordt tegengesproken dat op grote schaal werknemers zijn "gedumpt' in de WAO. Keuringsartsen werkten volop mee: “Ze wilden vooral rust in huis.”

DEN HAAG, 8 APRIL. Heeft prof. W. (Wiero) J. Beek uit Delft, voormalig topmanager van Unilever, gelijk? Zijn er sinds 1967 in Nederland op grote schaal mensen ten onrechte arbeidsongeschikt verklaard? En hebben de vier grootste vaderlandse bedrijven in de jaren zeventig een complot gesmeed om overtollig personeel in de WAO te dumpen?

De Leidse bestuurskundige dr. Romke van der Veen, auteur van een geruchtmakend proefschrift over de WAO, houdt zich al jaren met die vragen bezig. “Er zijn tussen 1975 en 1985 door veel bedrijven bewust mensen in de WAO gestuurd. Dat heb ik meerdere malen van ondernemers gehoord”, zegt hij. Namen geeft hij liever niet.

En wat het complot betreft? Van der Veen: “Daar geloof ik niet in. Er werd natuurlijk wel veelvuldig door ondernemers over gekletst, ze wisselden ervaringen uit. Zo ontstond een klimaat van ga-je-gang-maar. Iedereen deed gewoon mee, ook de vakbeweging. Want de organisaties van werkgevers en werknemers zitten in de besturen van de bedrijfsverenigingen en het werd door hen allemaal gedoogd.”

Beek maakt gewag van een informeel, geheim contact tussen Akzo, Shell, Unilever en Philips (ASUP, ook wel ABUP, met de B voor BPM dat is Shell), met als centrale vergaderplaats het Philipskantoor aan de Korte Voorhout 1 in Den Haag. Een legendarische plek, met een winkel waar Haagse kringen tegen een flinke korting Philipsprodukten kunnen verkrijgen. Twee voormalige toplieden van ABUP-ondernemingen, Maljers (Unilever) en Van Wachem (Shell) zijn inmiddels commissaris bij Philips geworden.

De conclusies van het ABUP-overleg worden volgens Beek doorgesluisd naar het Verbond van Nederlandse Ondernemingen dat als "boodschappenjongen' fungeerde. Mr. Chris van Veen, van 1974 tot 1984 voorzitter van het VNO, ontkende maandag echter het bestaan van de ASUP of ABUP. “De ABUP? Ik weet niet eens wat het is”, aldus Van Veen. Navraag bij het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond levert een ander beeld op. “Ik heb van het bestaan van de ABUP gehoord, en ik vind het ook niet verwonderlijk dat die grote bedrijven informele contacten onderhouden”, aldus NCW-woordvoerder Wilbert Stolte. Unilever-woordvoerder Lia de Keijser heeft als zo vaak “geen behoefte om te reageren”, maar Philips-woordvoerder Jan van Schagen zegt dat hij “moeilijk kan ontkennen dat er informele contacten zijn.” Het belang daarvan moet natuurlijk niet worden overdreven.

Volgens prof. Beek bestaat er in ASUP-verband naast de centrale "contactclub', met de voorzitters van de raden van bestuur, onder meer een "researchclub' waarin hij zelf, als directeur van Unilever Research in Vlaardingen, zitting had. Notities in zijn agenda's uit die jaren bevestigen zijn ASUP-afspraken. Zo was er ook een "personeelclub'. Beek: “Die spraken over allerlei personeelsproblemen, over het laten afvloeien van overtollig personeel toen de industrie in de jaren zeventig neuzen door machines verving. Ze hadden het toen ook over de WAO, dat staat voor mij vast.” Bewijzen kan hij dat laatste niet. Hij was er niet bij, en notulen werden nooit opgemaakt.

Inmiddels zitten er ruim 915.000 mensen in de WAO. Hoeveel er door de werkgever in geduwd zijn is onbekend, maar 100.000 is wel een minimum-schatting. Ook al waren ze gezond, meestal schikten de betrokkenen zich in hun lot. Na een handvol jaren WW zou de doem van de bijstand dreigen, dan bood de WAO toch een redelijker alternatief.

Slechts een enkeling verzette zich. Beek bijvoorbeeld, die als directeur van Unilever Research in 1987 honderd procent arbeidsongeschikt werd verklaard hoewel hij sindsdien als hoogleraar en in andere functies volop actief is. Of Madelon ter Kuile uit Amsterdam, die bij een stafdienst van Hoogovens werkte maar na een auto-ongeluk gedeeltelijk arbeidsongeschikt werd verklaard. Ze wist zich met hulp van een advocaat aan de WAO te ontworstelen.

Van der Veen kent andere voorbeelden. “Maar”, zegt hij, “wat veel meer voorkomt is dat WAO-ers worden tegengewerkt als ze weer aan de slag willen gaan. Door de artsen of de arbeidsdeskundigen van de Gemeenschappelijke Medische Dienst. Wie wil gaan werken wordt voorgehouden dat, als hij of zij toch weer in de WAO terechtkomt, fors op zijn of haar uitkering kan worden gekort.”

Op de rol van de GMD is veel kritiek. De verzekeringsgeneeskundigen en de arbeidsdeskundigen van de GMD bepalen samen of iemand geheel of gedeetelijk arbeidsongeschikt is, of kan blijven werken. De arts Rita Ruis in Vlaardingen werkte als verzekeringsdeskundige bij de GMD en had uit dien hoofde ook met Unilever te maken. Ze verhaalt over een directiesecretaresse die naar haar was toegestuurd. “Ze mankeerde niets. Dat heb ik haar werkgever ook gezegd. Unilever was laaiend!”

Van de veertien artsen waarmee Ruis indertijd bij de GMD samenwerkte waren er volgens haar maar twee die zich van de druk om mensen af te keuren niets aantrokken. Ruis: “De andere twaalf artsen zeiden dan dat je gewoon moest doen wat ze wilden. Maar ik was koppig. Ik werd toen door het hoofdkantoor van de GMD in Amsterdam op het matje geroepen. Maar uiteindelijk werd ik in het gelijk gesteld.”

Veel GMD-artsen wilden vooral rust in huis. Ing. Rudolf Cruijff uit Veldhoven, mede-oprichter van de Nederlandse vereniging van arbeidsdeskundigen, neemt geen blad voor de mond. Cruijff: “In het begin werkten bij de GMD veel artsen die overtollig waren geworden bij de Raden van Arbeid en de Sociale Verzekeringsbank, of huisartsen die hun praktijk hadden verkocht en het tot hun pensioen rustig aan wilden doen. Juist die artsen moesten halverwege de jaren zeventig ook nog eens de nieuwe artsen inwerken, toen het artsenbestand werd verdubbeld. Dat ging natuurlijk niet goed.”

Cruijff heeft net als Ruis negatieve ervaringen met Unilever. Cruijff: “In 1984 kwam iemand uit de top van Unilever Research naar mij voor advies. De man werd voor de keus gesteld: of je degradeert, of je gaat in de WAO. Dat gebeurde dan via heel primitieve briefjes van de raad van bestuur in Londen. Daarin werd heel versluierd verwezen naar de WAO.”

De WAO was oorspronkelijk bedoeld voor mensen die om medische redenen niet konden werken. Maar in 1973 kwam het bestuur van de Gemeenschappelijke Medische Dienst, waarin de centrales van werkgevers en werknemers de dienst uitmaken, met een grensverleggende interpretatie van de wet. Gedeeltelijk arbeidsongeschikten die voor hun restcapaciteit geen werk konden vinden, werden automatisch honderd procent arbeidsongeschikt verklaard. Cruijff: “Als iemand ouder is dan vijftig dan is er altijd wel iets te vinden. Dat vonden de artsen dan ook.” Pas na een wetswijziging in 1987 kwam een eind aan deze dubieuze praktijk.

Volgens de sociale partners is van “georganiseerd” misbruik van de WAO geen sprake. Voormalig VNO-voorzitter Van Lede, die Van Veen in 1984 opvolgde, zegt dat de sociale partners juist het initiatief hebben genomen, in het najaar van 1990, om aan het ziekteverzuim en de groei van het aantal WAO-ers paal en perk te stellen. Men had, na twee decennia misbruik, ook nauwelijks keus. “Er was toen niets meer te halen,” reageert Beek desgevraagd. “Van Lede gedraagt zich als een dief die een lege portemonnee teruggeeft.”

Vorig jaar werden de sociale partners door iemand uit eigen kring met de waarheid geconfronteerd. L. de Graaf, met een korte onderbreking staatssecretaris van sociale zaken van 1977 tot 1989 en bepaald geen vijand van het middenveld, schreef dat de mazen in de wet misbruik uitlokten en dat het culturele klimaat dat nog eens stimuleerde. Maar, ging hij verder, “het kost mij geen enkele moeite om te erkennen dat ook sociale partners boter op hun hoofd hebben als het gaat om een verkeerde toepassing van sociale verzekeringen.”

Inmiddels stijgt de werkloosheid opnieuw fors, minder dan in 1980-1982, maar toch. Met als gevolg dat er toch weer en masse mensen in de WAO worden gedumpt? Van der Veen is vooralsnog hoopvol gestemd. “Het is nu een stuk moeilijker”, zegt hij. “Niet alleen omdat de wet in 1987 strenger is gemaakt. Veel belangrijker is dat het maatschappelijk klimaat is veranderd. De artsen zijn selectiever geworden, keuren lang niet meer zoveel mensen honderd procent arbeidsongeschikt. Wat niet wegneemt dat het als oudere werknemer nog steeds moeilijk is om helemaal uit de WAO te blijven. Er is altijd wel een mankement te vinden als je ouder wordt.”

Inmiddels heeft de Enquêtecommissie, die de uitvoering van de Ziektewet, de WW en de WAO onderzoekt, prof.dr. W.J. Beek gevraagd zijn bevindingen op papier te zetten. Met die opdracht is hij gisteren vertrokken, voor een vakantie in het Caraïbische gebied.