De veredelde klusjesman

"Van een TOA hebben de meeste mensen nog nooit gehoord'' zegt K. Rosenhart van het Mendelcollege in Haarlem, terwijl hij de deur van zijn kabinet openmaakt. ""Zelf praat ik liever over amanuensis, dat klinkt ook nog mooier.'' "Technisch Onderwijs Assistent' zijn de woorden die achter de afkorting TOA schuilgaan. Een functie die van school tot school verschillend wordt ingevuld en kan variëren van "slaafje' van de docent tot bijna-collega, en van veredelde klusjesman tot gewaardeerd organisator van practica.

Tussen de twee natuurkundelokalen heeft K. Rosenhart zijn kleine domein: alle wanden worden in beslag genomen door kasten met glazen deuren waarachter overzichtelijk en keurig in rijen de requisieten staan uitgestald die nodig zijn voor het natuurkundepracticum. In het midden een lange tafel. Daarop staan al een dertigtal lampjes klaar waarmee de leerlingen van klas 2B1 (HAVO/VWO) de laatste twintig minuten van de les de lichtval gaan bestuderen. Dat is vaste prik, want het Mendelcollege hecht veel belang aan praktisch inzicht in natuurkundige verschijnselen. Er is zelfs een eigen lesmethode ontwikkeld waarin de practica een belangrijke plaats innemen.

Rosenhart werkt nu 23 jaar in het Haarlemse middelbaar onderwijs en heeft, zo meent hij, in menig opzicht een leukere baan dan de docent. ""Ik hoef niet de hele dag voor de klas te staan, en als ik binnenkom zie je de leerlingen opveren want dan gaan we leuke dingen doen.'' Na acht jaar als metaalbewerker maakte Rosenhart de overstap naar het onderwijs. Hij wilde een baan ""waar je meer in je waarde werd gelaten''. Vier jaar lang ging hij naast zijn volle dagtaak op school vijf avonden in de week naar de amanuensis-opleiding in Leiden. Geen avond heeft hij verzuimd en nog steeds denkt hij met met veel plezier terug aan die tijd. ""We leerden er van alles. Van fotografie en glasblazen tot instrumenten maken. En wat je leerde kon je vaak de volgende dag op school al gebruiken.'' Wat bitter vertelt Rosenhart dat de scholing sinds een jaar of vijf niet meer verplicht is voor een amanuensis in het voortgezet onderwijs. Dat is jammer, vindt hij, want door die opleiding werd je een specialist. ""Nu kan iedereen TOA worden en hoe lager de opleiding, hoe minder ze hoeven te betalen. Eigenlijk is het geen manier van doen, het is een verlaging van het vak.''

De deur van het kabinet gaat open, natuurkundeleraar D. Christiaan steekt zijn hoofd om de hoek ten teken dat het lichtpracticum kan beginnen. Rosenhart loopt met lades vol lampjes en spiegeltjes het lokaal in en de leerlingen verdringen zich om de spullen te bemachtigen. De gordijnen gaan dicht en het licht gaat uit. Christiaan en Rosenhart lopen rond om aanwijzingen te geven en leerlingen te helpen met de proefjes. ""De hoek van inval is de hoek van terugkaatsing'', legt Rosenhart uit aan een meisje op de achterste bank die het spiegeltje op allerlei manieren voor het lampje heen en weer draait. ""Kijk'', wijst hij op haar blaadje aan, ""dat is de hoofdas, die moet je altijd goed in de gaten houden, want vandaaruit bepaal je de hoek.''

Behalve uit het meewerken bij practica bestaat het werk van amanuensis Rosenhart ook uit het voorbereiden van proeven, het opruimen, schoonmaken en repareren van attributen. Om de kosten te drukken vervaardigt hij zelf bijvoorbeeld de blokjes met de draadjes en het lampje waarmee de kinderen zitten te werken. Maar met hetzelfde gemak valt hij een les in als de leraar ziek is of werkt hij leerlingen bij die achter zijn geraakt met practicum. Ook verzorgt hij het licht als er een toneelvoorstelling op school is en gaat hij mee op werkweek.

Rosenhart is elke dag van acht tot vijf op school en heeft het de laatste jaren merkbaar drukker gekregen. Vooral de practica in de hoogste klassen van het HAVO en VWO vragen steeds meer tijd, paradoxaal genoeg omdat de leerlingen meer zelf doen. ""Het zijn soms ingewikkelde proeven die we uitvoeren met dure apparaten. Ik moet er wel voor zorgen dat de spullen heel blijven en dat er geen ongelukken gebeuren.'' Behoudens een glas dat uit elkaar sprong heeft de amanuensis nooit echte ongelukken meegemaakt, maar dat hij een EHBO-diploma heeft vindt hij meer dan gerechtvaardigd. Als het Mendelcollege met ingang van volgend schooljaar fuseert met een nabijgelegen MAVO zal hij het naar verwachting nog drukker krijgen. Op veel MAVO's worden wel demonstratielessen gegeven, maar de kinderen doen zelf weinig aan practicum. Een TOA kennen ze dan ook niet op die schoolsoort.

Rosenhart hoort met de conciërge en het secretariaat, als ook zijn twee collega-TOA's voor biologie en scheikunde tot de geleding van het niet-onderwijzend personeel'. ""Dat is officieel wel zo'', legt hij uit, ""maar ik voel me dichter bij de leraar staan. Ik zwem er zo'n beetje tussendoor.'' Hij weet dat de verhouding tussen leraar en TOA nogal eens tot spanningen kan leiden. Zelf heeft hij echter op dat vlak nooit problemen gehad. ""Vroeger was het meer een relatie tussen opdrachtgever en dienstverlener'', herinnert hij zich, ""ik moest altijd meneer zeggen tegen de leraar, terwijl hij mij met de voornaam aansprak. Je kon toen ook niet zomaar de klas inlopen. Er waren scholen waar de amanuensis koffie moest gaan halen voor de leraar. Dat standsverschil is nu verleden tijd. Hier op school zijn we gewoon collega's.''