De Oekraïne wil munt slaan uit kernwapens

Tijdens de recente topconferentie in Vancouver tussen de presidenten Clinton en Jeltsin is weer eens uitvoerig gesproken over het probleem van de kernwapens in de Oekraïne, Wit-Rusland en Kazachstan. De Amerikaanse president riep deze drie staten nogmaals op af te zien van de status van kernmogendheid. Voorts riep hij de parlementen in de drie landen op om het START-1 akkoord uit te voeren, waarin onder meer is bepaald dat zij hun kernwapens voor vernietiging aan Rusland zullen overdragen.

Een oproep die door Jeltsin van harte werd ondersteund. De Russische regering beschuldigde de Oekraïne begin deze week ervan een kernmacht te willen worden en het Kremlin waarschuwde Kiev voor "politieke spelletjes' met kernwapens. Hier doemt het spookbeeld op van een Derde-wereldland uitgerust met zowel tactische als strategische kernwapens. Dreigende taal over een onderwerp dat voornamelijk als militair probleem gepresenteerd wordt maar wel degelijk ook politieke elementen in zich draagt.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werden Rusland, Wit-Rusland, Kazachstan en de Oekraïne verdragspartners van het START-1 akkoord. Maar ondanks diverse beloftes heeft het parlement van de Oekraïne het wapenakkoord nog steeds niet geratificeerd. Men is zowel in Moskou als Washington bevreesd dat deze houding zal leiden tot een verdere verspreiding van kernwapens. De voormalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, waarschuwde al voor "een burgeroorlog zoals in Joegoslavië maar dan uitgevochten met nucleaire wapens'. Is er echter voldoende grond voor een dergelijke vrees? Lijkt het er niet eerder op dat het geschetste probleem meer van politieke dan van militaire aard is.

Hoewel men daarmee in maart 1992 stopte, heeft de Oekraïne al een deel van zijn kernarsenaal overgedragen aan Rusland. De regering zei in maart 1992 dat zij geen enkele controle kon uitoefenen over de daadwerkelijke vernietiging van deze wapens in Rusland. Na een dreiging van Baker om de hulp aan de Oekraïne stop te zetten, werd weer begonnen met het overdragen van kernwapens. In november 1992 werd er echter opnieuw gestopt en de regering in Kiev claimde (niet geheel ten onrechte) enige financiële compensatie, want net als in Rusland zit de economie van de Oekraïne zwaar in het slop. Sommige waarnemers noemden dit gedrag "peaceful nuclear blackmail'. Overigens handelt de Oekraïne nog niet in strijd met de gemaakte afspraken, want de strategische kernwapens behoeven pas eind 1994 overgedragen te zijn.

Daarnaast heeft de Oekraïne al herhaalde keren kenbaar gemaakt een kernwapenvrije staat te willen worden. De regering heeft tevens toegezegd om het non-proliferatie verdrag te zullen ondertekenen. Parlementariërs hebben dat in reactie op de top in Vancouver nogmaals benadrukt. Voorts speelt er op de achtergrond een duidelijk politieke strijd tussen Rusland en de Oekraïne mee. Er waren in het verleden al conflicten over de verdeling van de Zwarte Zee-vloot, die beide landen door gebrek aan financiën en andere middelen trouwens amper kunnen onderhouden. Kiev heeft in dit verband al diverse keren laten weten de "dictaten' uit Moskou zat te zijn. Aan de andere kant speelt bij Jeltsin een soort primitief nucleair denken mee: het bezit van kernwapens maakt een staat machtiger op het internationale politieke toneel.

Uit Amerikaans oogpunt is het begrijpelijk dat men liever met één kernwapennatie te maken heeft dan met vier. Dat zou toekomstige onderhandelingen een stuk eenvoudiger maken. Anderzijds is het enigszins begrijpelijk dat de Oekraïne politieke en financiële munt wil slaan uit het bezit van kernwapens. Nu aan Jeltsin veel steun wordt toegezegd, waarom ook niet aan de Oekrane dat met identieke problemen te kampen heeft? Het is zijn daarom vermoedelijk meer politieke motieven die ten grondslag liggen aan de opstelling van de Oekraïne dan militaire.

Dit vermoeden wordt bevestigd door het jongste nummer van het gezaghebbende "The Bulletin of the Atomic Scientists', waarin het nucleaire arsenaal van de Oekraïne onder de loep wordt genomen. Volgens dit maandblad bezit dit land nog 176 kernraketten. Diverse zijn van het type SS-19 die uitgerust zijn met zes kernkoppen. Probleem is echter dat de nucleaire lanceringscodes in Moskou liggen en zonder die code zijn alle strategische kernraketten dure stukken metaal waar niet veel mee valt te doen. In feite is daardoor de Oekraïne in technische zin geen nucleaire staat. Het maandblad stelt verder dat men eigenlijk geen experts heeft op het terrein van kernwapens en nucleaire technologie. Weliswaar probeert de regering dergelijke deskundigen aan te trekken, maar men moet bij deze recrutering niet vergeten dat de Oekraïne zelf een aanzienlijke nucleaire industrie heeft.

De strategische luchtmacht van de voormalige Sovjet-Unie heeft thans een lage staat van paraatheid en inzetbaarheid. De meeste bommenwerpers staan bijna permanent aan de grond en alleen een klein aantal strategische BEAR H bommenwerpers zijn operationeel. De meeste Blackjack bommenwerpers zijn dat echter niet en die staan nu juist in Oekraïne. De CIA heeft al gerapporteerd dat de Blackjack's op de Priluki luchtmachtbasis slecht worden onderhouden en weinig vlieguren maken, omdat bemanningen plus lanceringscodes in Moskou zitten.

"The Bulletin' geeft terecht aan dat de financiële kosten verbonden aan het in stand houden van die 176 raketten, bommenwerpers plus de 1200 nucleaire wapens zeer hoog zijn. Dat is waarschijnlijk veel te hoog voor Oekraïne en het ligt dan ook niet voor de hand dat het parlement gezien de economische situatie aan de instandhouding ervan hoge prioriteit zal geven.

Als men al van een militair gevaar kan spreken dan zijn het eerder de kernwapens zelf. Tweederde van de strategische raketten op het grondgebied van Oekraïne gebruiken namelijk vloeibare brandstof. Ofschoon opgeborgen in solide ondergrondse tanks blijft deze uiterst explosieve brandstof bijzonder gevaarlijk. Een ontploffing of een lek kan een enorme ecologische ramp veroorzaken. Een gevaar dat helaas toeneemt door het gebrek aan beschikbare experts.

Zoals met veel vraagstukken in de voormalige Sovjet-Unie schuilt het werkelijke gevaar thans veeleer in de politieke instabiliteit en financieel-economische chaos. Wellicht kan hulp aan Oekraïne snel een oplossing brengen, want bij een verdere "inflatie' van dit probleem heeft niemand baat.