De derde generatie

“Mijn vader heeft de fabriek in 1908 opgericht. Uit zijn verhalen merkte ik telkens weer hoe trots hij was op zijn machines om frames te maken.

We hebben nog zo'n oude, primitieve machine bewaard. Nu kijken we er met een glimlach naar, maar je moet beseffen dat die heilige technologie toen produkten afleverde die voor het eerst binnen het bereik van de massa kwamen. Mijn vader heeft zich nooit zorgen gemaakt over marktvraag en dat soort dingen. Hij zei altijd "wat gemaakt kan worden, moet verkocht worden'. Heel fabrikantgericht dus. In het beeldmerk op de stang stond een tekening van onze fabriek. Dat was voor het vertrouwen in de kwaliteit. Later werd de merknaam daarvoor gebruikt. Net als andere fabrikanten uit die tijd maakten we één uniform produkt voor iedereen. Maar toen wilde iedereen die ene radio, en onze ene fiets wel hebben. Mijn vader dacht in wezen heel erg dualistisch: iemand was goed of slecht, hij zat vol vooroordelen en je zat bij hem zo in een hokje.

“Toen ik na de oorlog de fabriek van hem overnam, was de concurrentie al sterker geworden, maar in de tijd van de wederopbouw konden we nog vrolijk doorproduceren zonder al te veel last van elkaar te hebben. De term marketing kwam toen op. In de boeken stond dat je eerst moest onderzoeken wat mensen willen voordat je gaat produceren. Natuurlijk is er sindsdien wel wat marktonderzoek gedaan, ook door ons, maar als je eenmaal iets had dat aansloeg, probeerde je zoveel mogelijk van dat ene produkt te verkopen. Dat is in feite nu nog niet veel anders: iedereen produceert meer van hetzelfde. De verschillen tussen al die produkten zijn minimaal. Ik ga zelf ook nog steeds uit van een groeimodel. Het gaat mij om kwantiteiten.

“Pas de laatste jaren is het idee van kwaliteit aan het groeien, maar de groeicijfers zijn nog steeds belangrijker. Sinds de produktie de laatste jaren flexibeler is geworden en de consumenten alle kanten opgaan in hun wensen, zie je meer variatie. Maar het is nog steeds variatie op een zelfde thema. Mijn zoon vindt dat ik nog erg uniform en machinegericht denk. Maar zo ben ik nu eenmaal opgevoed. Onze reclamecampagne vindt hij een weerspiegeling van dat lineaire, produktgerichte denken: te eenzijdig en te weinig afwisseling, vindt hij.

“Mijn zoon wil de fabriek niet overnemen. Hij wil zijn eigen weg kunnen kiezen, vindt hij. Ergens betreur ik dat de fabriek niet meer overgaat van vader op zoon. Maar mijn schoondochter wil er wel mee aan de gang. Alleen haar plannen zijn, hoe zal ik het zeggen, zo wild en zo anders.

“We krijgen een omslag in het denken, zegt ze. De wereld zit vol met spullen. We gaan primair in kwaliteiten denken. En we moeten snel kunnen produceren en afleveren, want we gaan veel meer op bestelling maken. Zij ziet de fiets als een bouwdoos die zelfs de consument nog kan "kneden'. Ik kan dat niet goed meer bijbenen, hoor. Een fiets is toch een kant-en-klaar ding? Afijn, de jonge mensen gaan tegenwoordig ook naar Ikea waar ze hun Lego-meubels halen. We moeten volgens haar ook meer denken aan diensten rondom het produkt. "De belevingswerelden van mensen mee helpen scheppen', dat soort vaagheden roept ze.

“Ja, ze wil zelfs de fabriek verkopen en alleen maar de marketing van het merk blijven doen. De rest wil ze inkopen in netwerken van relaties. "Ben je soms bang voor vuile handen', vroeg ik haar laatst. "Nee', zegt ze, "ik zie een merk als een idee, niet als een naam voor een fabriek. Ik wil fietsplezier, avontuur, ontspanning en buitenlucht verkopen. Daar heb ik heel veel flexibiliteit en snelheid voor nodig, dus niet één fabriek, maar tientallen. Bovendien heb ik meer nodig dan fietsen alleen: verzekeringen, routekaarten, boekjes, walkmans met routebeschrijvingen. En ik ga ook een netwerk maken van mensen die met elkaar tochten willen maken. Reclamecampagnes? Ik heb weinig aan die inflexibele massamedia. Ik heb meer aan de persoonlijke benadering'. Dat is haar mening.

“Ik denk dat mijn wereldbeeld anders is dan het hare. Ze vindt dat ik altijd uitgegaan ben van indelen en evalueren van mensen en situaties. Altijd maar vanuit het verleden naar de toekomst kijken. Ik noem het orde scheppen om de wereld te kunnen beheersen en voorspellen. Zij ziet de wereld meer als één geheel, waarin alles met alles samenhangt. Zij ziet in mensen om haar heen creatieve wezens en zij accepteert ze zoals ze zich aan haar voordoen. Ze beoordeelt hen niet en ze probeert hen niet in hokjes te stoppen. Ze gebruikt hun anders-zijn om haar eigen denken te stimuleren. Ze zegt: "Jij laat je door het verleden blokkeren, jij bent een slachtoffer van je eigen verleden. Ik kijk naar al die mogelijkheden in mijzelf en in anderen.'

“Tja, nu ik dat zo hoor op mijn hoge leeftijd, dan denk ik soms: misschien ben ik wel te vroeg geboren. Ik hoop dat ze mijn zoon er uiteindelijk toch wel bij betrekt.”