CAO-overleg Akzo en grafici afgebroken

ROTTERDAM, 8 APRIL. Het CAO-overleg bij het chemieconcern Akzo is gisteren afgebroken. Partijen konden het niet eens worden over de door Akzo gewenste verlaging van het ziekengeld en de bovenwettelijke uitkering bij arbeidsongeschiktheid.

De vakbonden zullen de komende weken hun leden raadplegen. Afgesproken is daarna op 26 april nog een poging te doen een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst te sluiten voor de bijna 20.000 Akzo-werknemers in Nederland.

Akzo stelde gisteren in de derde overlegronde voor de aanvulling op het wettelijk verplichte ziekengeld (70 procent van het laatst verdiende loon) in het tweede halfjaar te verlagen tot 92,5 procent. Nu vult Akzo tot 100 procent aan. Bovendien wil Akzo de bestaande bovenwettelijke aanvulling op de uitkering bij arbeidsongeschiktheid in het eerste WAO-jaar beperken tot 85 procent (nu eveneens 100 procent). Tenslotte wil het Arnhemse concern het loon van gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakte, maar herplaatste werknemers niet langer aanvullen tot het oude niveau, zoals nu gebeurt. In ruil voor deze maatregelen is Akzo bereid zijn invaliditeits-pensioenregeling zó te wijzigen, dat de verlaging van de wettelijke WAO-uitkeringen volledig wordt gecompenseerd.

De bonden zijn te spreken over de wijze waarop Akzo het WAO-gat wil repareren, maar zijn gekant tegen de voorwaarden die het concern eraan verbindt in de vorm van verlaging van bestaande bovenwettelijke uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. “Deze prijs is ons te hoog”, aldus onderhandelaar B. Roodhuizen van de Industriebond FNV. Hij verwijt Akzo “vertroebeling” van de aanpak van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.

Akzo en de bonden werden het gisteren wel eens over een bijdrage-regeling die de financiële gevolgen verzacht van de geleidelijke afschaffing van de collectieve VUT, waartoe vorig jaar werd besloten.

Ook in het grafische bedrijf (40.000 werknemers) hebben de bonden en de werkgevers gisteren het CAO-overleg afgebroken. Beide partijen konden het niet eens worden over reparatie van het WAO-gat. De bonden eisen een collectieve regeling voor de bedrijfstak, waaraan de werkgevers meebetalen. De werkgevers, verenigd in het KVGO, willen de WAO-reparatie per onderneming regelen, waarbij werknemers vrij zijn deel te nemen en bovendien opdraaien voor de kosten. Ook ruziën ze over de loonverhoging. De bonden eisen minimaal prijscompensatie, terwijl de werkgevers vasthouden aan de nullijn. Mr. J. van Schaik van de werkgevers meent dat iedere procent loonsverhoging de bedrijfstak 500 arbeidsplaatsen kost.

In de vleeswarenbranche (9.000 werknemers) hebben de werkgevers zich gisteren verplicht een aanvullingsregeling aan te bieden. De werknemers betalen de kosten van de WAO-reparatie, die ongeveer op 2 procent liggen. De werkgevers bieden echter een loonsverhoging van 1,1 procent bovenop de prijscompensatie, die de bonden zien als een bijdrage aan reparatie van het WAO-gat.

In enkele andere kleinere branches (touringcars, bandensector en ziekenfondsen - in totaal 27.000 werknemers) werden gisteren ook afspraken gemaakt over aanvulling van de verlaagde WAO-uitkeringen. In alle gevallen wordt het WAO-gat collectief gerepareerd en betalen de werknemers de premie. Alleen bij de touringcars nemen de werkgevers een derde deel van de kosten voor hun rekening.