Verboden queeste naar het uiteinde van de aarde

The Forbidden Quest. Regie: Peter Delpeut. Met: Joseph O'Conor. In: Amsterdam, Rialto; Den Haag, Haags Filmhuis; Utrecht, 't Hoogt.

In een hut aan de Ierse kust woont de timmerman J.C. Sullivan, gevorderd in jaren maar onverwoestbaar. Aan een onzichtbare interviewer vertelt hij het verhaal van zijn reis met het Nederlandse schip de Hollandia naar de Zuidpool in 1905. De sepia-kleurige opnames van zijn monoloog worden afgewisseld met oude filmbeelden die Sullivan als enige overlevende van de expeditie mee terug heeft gebracht. Daar zit het echte verhaal in, drukt hij zijn gast op het hart, zj zijn het bewijs van wat hij heeft meegemaakt: een reis van mythologische proporties, wonderbaarlijk en angstaanjagend, een verboden queeste naar het uiteinde der aarde. “Wij waren geen poolreizigers, wij waren tot de Pool gedoemd,” zegt hij. Sullivan heeft het koninkrijk van de dood betreden en is heelhuids teruggekeerd, maar zijn zielerust is hij kwijt.

Aanvankelijk is het verhaal van de oude timmerman volkomen aannemelijk en wordt het ondersteund door fascinerende documentaire beelden uit liefst negentien historische films: de hartverscheurende doodstrijd van een neergeschoten ijsbeer, de teloorgang in het ijs van een houten schip (in het afbrokkelende tuigage is heel kunstig een met de hand ingekleurde Nederlandse driekleur gemonteerd), gravures uit het boek van de Belgische ontdekkingsreiziger De Gerlache, prachtige opnames die fotograaf en filmer Herbert Ponting tijdens Scotts expeditie maakte van het varen door het ijs, en foto's van ijsbergen die zogenaamd met de magnesiumflits zijn gemaakt.

Wie de poolgeschiedenis kent, vangt ook in Sullivans herinneringen veel verwijzingen op naar echte expedities. Zo sterven diverse mannen na het eten van ijsberenvlees, zoals ook de Noordpool-expeditie van de Zweed Andrée overkwam; de bootsman van de Hollandia heet Wilson, net als een van de metgezellen van Scott, en ook de sledehonden dragen dezelfde namen - Osman, bijvoorbeeld, en Caruso. Regisseur en schrijver Peter Delpeut, in het dagelijks leven hoofd programmering bij het Filmmuseum, heeft zijn film ook opgedragen aan Frank Hurley, die de expeditie van Shackleton heeft verfilmd. In zijn vorige film, Lyrisch Nitraat, monteerde Delpeut ook fragmenten uit vroege, zwijgende films uit de Desmet-collectie tot een nieuw verhaal; in The Forbidden Quest heeft hij dit procedé opnieuw toegepast.

Maar gaandeweg besluipt de kijker het ongemakkelijke gevoel dat er iets loos is. Er komt een schietgrage Italiaan aan te pas en zelfs een geheime passage door de aarde - doel van de verboden queeste - waardoorheen ijsberen en Eskimo's de Zuidpool hebben bereikt. Sullivans belevenissen krijgen steeds meer trekken van Jules Verne, Moby Dick, Edgar Allen Poe, het Gulden Vlies en de Ancient Mariner van Coleridge, waarin met het vangen van de albatros het noodlot over de bemanning werd afgeroepen. Wanneer de timmerman tenslotte in een dampend, roodgloeiend inferno terechtkomt, zijn alle banden met het feitelijke startpunt verbroken en is de film in een eigen baan om de aarde geraakt. Door zoveel onnavolgbare onwaarschijnlijkheden zonder pointe is de spanning ondertussen echter verdampt.

Niet voor niets noemt Delpeut zijn mengeling van feiten en fictie, van documentaire en speelfilm, een queeste. Ik vermoed dat de poolreis als metafoor dient voor het verlies van onschuld, een rite de passage, loutering door ontbering. Of is de Grote Witte Stilte een metafoor voor de schoonheid van de zwijgende filmkunst, zoals Hans Beerekamp in deze krant suggereerde toen The Forbidden Quest in februari op het Filmfestival in Rotterdam werd vertoond? Maar de onwaarschijnlijke wendingen in het verhaal leiden de aandacht af van deze potentieel epische dimensie. Het doel van dit soms nogal uitgesponnen spel met de geschiedenis, blijft duister; blijft over een fraaie acteerprestatie van de Ier Joseph O'Conor en de historische beelden van de confrontatie met de polen. De werkelijkheid is al ontzagwekkend genoeg.