Sopranen vormen de ware glorie Matthäus van Bachvereniging

Concert: Matthäus Passion van J.S. Bach door de Nederlandse Bachvereniging en Jongens Koorschool St. Bavo o.l.v. Jos van Veldhoven m.m.v. Nico van der Meel, Klaus Mertens, Dorothea Röschman, Catherine Patriasz, Mark Padmore en Peter Kooy. Gehoord: 6/4 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Herhalingen: 7/4 Enschede; 8, 9, 10/4 Naarden.

Tien jaar geleden is het nu dat in de Nederlandse Bachvereniging een schisma plaatsvond. Dirigent Charles de Wolff en het koor, die samen veel meer wilden doen dan alleen maar Bach en tijdgenoten, stapten op en vestigden zich als Bachkoor Holland in de Leidse Pieterskerk. De Nederlandse Bachvereniging bleef in Naarden, het befaamde bolwerk van de Nederlandse Matthäus-traditie, en specialiseerde zich met een nieuw, veel kleiner koor en een eigen orkest nog meer op de baroktijd door uitsluitend "authentieke' uitvoeringen te brengen, onder leiding van wisselende dirigenten.

De Matthäus Passion die de Bachvereniging dit jaar uitvoert onder leiding van artistiek leider Jos van Veldhoven toont hoe moeilijk het is om op alle terreinen tegelijk topniveau te halen. Het orkest van de Nederlandse Bachvereniging is van wat mindere kwaliteit dan het Amsterdams Baroque Orchestra van Ton Koopman of het Orkest van de Achttiende Eeuw van Frans Brüggen, ook al spelen daarin deels dezelfde musici. De instrumentale virtuositeit is gewoon minder, improviserende versieringen komen niet voor.

Niettemin heeft de af en toe schrijnend dunne strijkersklank mijn sympathie. Die past, samen met het klavecimbel in het continuo, uitstekend in de heldere expressieve, her en der in plotse en felle dramatiek verkerende uitbeelding die Van Veldhoven nastreeft, waarbij hij in de unieke Nico van der Meel als evangelist de best denkbare secondant heeft. De moeizaam bespeelbare voorhistorische hobo's zijn met hun doordringende en overheersende klank echter een fors probleem. In Aus Liebe will mein Heiland sterben klinken ze gewoon lelijk en overstemmen ze voortdurend de etherische sopraanpartij. Maar aan de andere kant, zo bedacht ik, is het natuurlijk ook de perfecte weergave van het dubbele van deze aria, waarvan de inhoud zo wringt: de fraaie zangstem verbeeldt de Liebe, de knarsende hobo's onderstrepen meedogenloos het sterben.

Het koor met die opvallend prachtige sopranen is de ware glorie van de Bachvereniging. Jos van Veldhoven - een excellent koordirigent - heeft daarvoor de meeste aandacht en hij wordt niet moe zijn zangers te koesteren. Een wat variatie in dynamiek, expressie, tempokeuze en rubato betreft gedetailleerder Matthäus is nauwelijks denkbaar. Met elke frase van het koor en meestal ook met die van de solisten, laat Van Veldhoven weer wat anders doen. Die solisten voldoen hier in het algemeen goed, al zou men een toch wat bijzonderder Christus wensen dan waartoe Klaus Mertens in staat is.

Het allermooiste is het als diminuendo en ritardando worden gecombineerd, zodat de muziek breekbaar zacht bijna even tot stilstand komt, om even later weer extra vaart en nadruk te krijgen. Van Veldhoven detailleert terwijl hij een onafgebroken doorgaande uitvoering organiseert. Nooit hoeft hij musici en zangers eerst in de houding te zetten voor hij verder kan. Niet eerder hoorde ik de 78 nummers zó perfect aaneengesloten tot één Matthäus Passion.