Piloot vindt liefde na vijftig jaar vriesvak

Forever Young. Regie: Steve Miner. Met: Mel Gibson, Jamie Lee Curtis, George Wendt. In 25 theaters.

0 't Is vaker vertoond, maar waarom zou het niet nog eens aardig kunnen zijn: een jonge man wordt ingevroren en "ontwaakt' ruim vijftig jaar later, in een wereld die hij herkent maar die beslist de zijne niet meer is. In Forever Young koppelde scenarioschrijver Jeffrey Abrams dat burleske gegeven aan een romantische droom: zijn wederopstanding stelt de hoofdpersoon in staat opnieuw zijn eerste serieuze en destijds bedorven verliefdheid terug te veroveren, want hij kan het goed maken waar hij faalde. Hij was een jonge, waaghalzerige testpiloot bij de luchtmacht toen hij in 1939 zijn geliefde achterliet en te veel de vrolijke branie om haar simpeltjes zijn liefde te verklaren en ten huwelijk te vragen. Na vijftig jaar terug in de wereld ontdekt hij dat ze tegen alle verwachting in nog leeft. Hij vindt haar terug als bejaarde weduwe. Ze verbaast zich nauwelijks wanneer hij, met een van een vliegshow geroofd, antiek vliegtuigje in haar achtertuin landt en evenmin verwondert het haar erg dat hij direct van wal steekt en haar zijn gevoelens openbaart. Jeffrey Abrams bewees als schrijver van Regarding Henry al er niet mee te zitten om grote Levensvragen te reduceren tot grof sentiment en simplistisch geneuzel. De serieuze romantiek die hij de personages van Forever Young had kunnen bereiden, laat hij gemakshalve ontaarden in weke oppervlakkigheid. Abrams stelt zich geen vragen en zijn personages krijgen geen antwoorden.

Blijft over het idee van de uit ijs herrezen mens, maar ook daarvoor ontbraken Abrams de ideeën. De acteur Mel Gibson doet hard zijn best om zijn personage zo verbaasd mogelijk te laten kijken bij allerhande moderniteiten. Abrams voorzag hem en de mensen die hem ontmoeten echter van te weinig kleine incidenten om hem geloofwaardig te laten zijn als iemand die voelt als een bekende, maar die ontegenzeggelijk een vreemde is. Daar komt bij dat regisseur Steve Miner, van huisuit werkzaam voor de televisie, evenmin veel gedachten wijdde aan hoe zo iemand zich beweegt en gedraagt. Hij zet de man nu eens koddig neer als een soort E.T. en dan weer als een clichématige boerenzoon die voor het eerst de grote stad bezoekt. Verder voegde Miner niets toe aan de cultuurschok die deze figuur te verdragen krijgt. Kleurentelevisie noch cd-speler verbazen de man en belt hij op dan flitsen zijn vingers over de druktoetsjes of ook in zijn tijd al de telefoons met een draaischijf algemeen de deur uit waren gedaan. Hij bladert even door een geschiedenisboek en hapert met een zucht bij de Tweede Wereldoorlog en een foto van uitgehongerde concentratiekampslachtoffers. Het is een smakeloos en vooral gratuit moment, want er zal niet op worden teruggekomen.

Zelfs voor de hand liggende grapjes worden amechtig uitgespeeld en om de sfeer te bepalen koos Miner steeds voor de meest voor de hand liggende vorm. Een Amerikaanse luchtmachtbasis in 1939 is een warme poel van eerlijke kameraadschap, die baadt in het te weelderige gouden licht dat reclamespotjes doorgaans reserveren voor de verkoop van zogenaamd ambachtelijk tot stand gekomen produkten. In 1992 wordt diezelfde legerplaats bevolkt door ongenteresseerde schreeuwers en overheersen kleur en gevoel van kippegaas. Een hedendaagse provinciestad is verlicht met neon en halogeen en bij ruzie of ramp regent het. Ongecompliceerde romantiek kan mooi zijn in een film, een reis door de tijd ook, hoe kinderlijk het gegeven ook is. Maar de makers van Forever Young waren nog te beroerd om in de gladde omtrek van een zeepbel glans aan te wijzen.