Parlement Italiëwil dat mafiose politici aftreden

ROME, 7 APRIL. In een als historisch begroet rapport constateert de parlementaire anti-mafiacommissie dat er banden bestaan tussen mafia en politiek en wijst zij op “de politieke verantwoordelijkheid” hiervoor van verdachten.

Politici die van banden met de mafia werden beschuldigd, hebben steeds gezegd dat de zaak voor de rechter moet worden uitgezocht. Daar gaan vaak jaren overheen. In het rapport, dat met een overgrote meerderheid is aangenomen, staat dat parlementsleden hun functies moeten neerleggen als er specifieke feiten tegen hen zijn gevonden. “Voor het eerst wordt het parlement nu opgeroepen om strafmaatregelen te nemen tegen politici die politiek verantwoordelijk zijn,” constateert kamerlid Massimo Brutti van de ex-communistische Democratische Partij van Links met instemming.

Het idee van politieke verantwoordelijkheid heeft eerder nauwelijks ingang gevonden in Italië. Dat verklaart ook waarom veel politici die worden verdacht in de smeergeldschandalen, hun functies niet hebben neergelegd.

Het document “markeert het moment waarop er geen weg terug meer is naar de geschiedenis van de mafia en de politieke bescherming en medewerking die het Cosa Nostra hebben mogelijk gemaakt te groeien, te moorden, en het leven van de staatsinstellingen te vervuilen en vergiftigen,” schrijft La Repubblica vanmorgen.

Het rapport betekent een nederlaag voor oud-premier Giulio Andreotti, die wordt verdacht van banden met de mafia. Na protesten van zijn christen-democratische partij is een passage in het ontwerp-rapport geschrapt waarin stond dat het justitiële onderzoek tegen Andreotti “een noodzakelijke stap” was. Maar de commissie constateert wel dat de Siciliaanse christen-democraat Salvo Lima “zekere banden met mensen van Cosa Nostra” heeft gehad, en in de volgende zin dat Lima “de belangrijkste vertegenwoordiger in Sicilië was van de christen-democratische stroming die wordt geleid door Giulio Andreotti”.

Dat ook de christen-democraten deze passage hebben gesteund, is het eerste concrete voorbeeld van de belofte van partijleider Mino Martinazzoli om niet de partijgenoten te verdedigen die niet te verdedigen zijn. Martinazzoli maakte gisteren wel duidelijk dat hij niets voelt voor de suggestie van Noorditaliaanse partijbestuurders om een hele nieuwe partij op te richten. “Als mij wordt gevraagd de Democrazia cristiana te liquideren, zal ik dat niet doen,” zei Martinazzoli.

Zijn voorganger als partijleider, Arnaldo Forlani, is dieper in de problemen geraakt nu ook zijn persoonlijke secretaris, Gaetano Amendola, is gearresteerd. Amendola zou de ongeveer 1,4 miljoen gulden aan steekpenningen in ontvangst hebben genomen die in ruil voor een contract is betaald door de Anas, het staatsbedrijf voor de aanleg van wegen. Forlani is maandag beschuldigd van overtreding van de wet op de financiering van politieke partijen.

Ook elders in het land zijn arrestaties verricht in verband met smeergeldaffaires. Een zwager van Forlani's voorganger als partijleider, Ciriaco De Mita, is opgepakt op verdenking van corruptie bij de staatshulp na de aardbeving bij Napels in 1980. Twee managers van de staatsholding ENI, een hoofdbron van politieke corruptie, zijn gearresteerd op de verdenking van vervalsing van de boeken. In Napels zijn 24 arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen gemeentebestuurders en ondernemers, onder wie ook leden van de oppositionele neo-fascistische partij en de ex-communistische PDS.

Ook voor de strijd tegen de mafia was het een belangrijke dag. Gisteren werd bekend dat zondag een van de belangrijkste moordenaars van de mafia is gearresteerd, de 23-jarige Giuseppe Benvenuto. Hij is aangehouden op het Romeinse vliegveld Fiumicino na aankomst uit Canada, waar hij zich ruim een jaar had schuilgehouden. In Milaan en in Calabrië zijn enkele tientallen mensen gearresteerd in mafiazaken.