Naam Macedoniëirriteert de Grieken niet meer, vlag wel

ATHENE, 7 APRIL. Al enkele maanden is er sprake van dat de "voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië' onder deze voorlopige aanduiding (afgekort FYROM) zal worden toegelaten tot de Verenigde Naties. Athene maakt hiertegen geen bezwaar en ook Skopje heeft het idee nu aanvaard. De bedoeling is dat gelijktijdig een bemiddelaar van de Verenigde Naties zal optreden - de naam van de Luxemburger Gaston Thorn wordt genoemd - die moet trachten de beide partijen, Griekenland en "Macedonië', te winnen voor een compromisnaam, bijvoorbeeld "Nieuw-Macedonië'. Parallel hiermee moeten van beide zijden "vertrouwen bevorderende' stappen worden gezet.

In Skopje denkt men bij dit laatste vooral aan Griekse garanties betreffende de Slavisch ("Macedonisch') sprekende minderheid in het noordwesten van Griekenland, en ook aan het toekomstig gebruik van de Griekse haven Thessaloniki. Athene verwacht veranderingen in de grondwet van Skopje, bijvoorbeeld van die bepalingen waarin belangstelling wordt beleden voor de rechten van “Macedoniërs buiten de grenzen”, en vooral van emblemen, nu gangbaar in de jonge republiek, die duidelijk aan Griekenland zijn ontleend - of van Griekenland zijn gestolen, zoals het minder diplomatiek wordt geformuleerd.

Centraal staat de vlag van Skopje, waarin de zestienstralige "zon van Vergina' prijkt, het symbool van de Macedonische koningsdynastie van de vierde eeuw voor Christus, een spectaculaire vondst in Griekse bodem van de archeoloog Manolis Andronikos, nog maar zestien jaar geleden. De Grieken zien in het overnemen van dit embleem, haast nog meer dan in de naam, een duidelijk teken dat de Skopjianen aanspraken laten gelden op het hele noorden van Griekenland, tot de havens Thessaloniki en Kavalla toe.

Recente uitlatingen van president Gligorov waarin deze aankondigt dat door de erkenning van zijn republiek het Verdrag van Boekarest buiten werking wordt gesteld, hebben de Grieken in deze ideeën versterkt. Het betreffende verdrag regelde in 1913 de nieuwe grenzen na de eerste Balkanoorlog en heeft in Skopje een slechte naam omdat Macedonië toen tussen Servië, Bulgarije en Griekenland werd opgedeeld.

Dat de kwestie van de naam sinds kort door die van de vlag wordt overschaduwd, is een gevolg van het feit dat de nieuw republiek, zodra zij in de Verenigde Naties zal zijn toegelaten, haar omstreden vlag ook in New York wil laten waaien, ook al heet zij voorlopig FYROM. Voor Athene is dit vooruitzicht nog stuitender dan de naam Macedonië, zodat de regering andermaal een strikt “onaanvaardbaar” heeft laten horen. Bij wijze van compromis zal "Macedonië', in afwachting van een definitieve beslissing, voorlopig zonder vlag lid van de VN worden.

De Griekse regering is zich er van bewust dat haar opstelling nieuwe irritaties oproept (“Athene heeft ook altijd wat”) maar ook dat zij in deze kwestie sterker staat dan in die van de naam.

Wat de nu anderhalf jaar oude kwestie van de naam betreft, zijn er nog maar weinig Grieken die oprecht gloven dat de term "Macedonië' uit de naam van de nieuwe republiek kan worden gehouden. Niemand minder dan premier Mitsotakis heeft tijdens het grote parlementsdebat van vorige week toegegeven dat hij eigenlijk nooit een voorstander is geweest van dit "absolutistisch' streven, maar dat hij de daarop teruggaande politiek heeft gevoerd om de "homopsychia' (gelijke bezieldheid) van het Griekse volk in deze niet aan te tasten. Een andere politiek, zo verklaarde hij, zou hebben geleid tot voortijdige verkiezingen waarbij de Macedonische kwestie "open' zou zijn.

De socialistische oppositieleider Andreas Papandreou blijft star vasthouden aan het standpunt dat de term "Macedonisch' absoluut niet mag binnensluipen in de naam van de republiek. Maar ook Mitsotakis' voormalige minister van buitenlandse zaken Andonis Samarás blijft verkondigen dat “de kwestie van de naam over Athene loopt” en zelfs dat de bewoners van dit gebied zich niet eens Macedoniërs mogen noemen.

Over de aanhang van deze jonge en charmante politicus gaan verschillende speculaties. Al eerder was hij uit protest tegen Mitsotakis' "diglossie' (tweetongigheid) uit het parlement getreden, maar hij had nog een aantal trouwe volgelingen in de fractie van de regeringspartij Nieuwe Democratie (ND), die Mitsotakis' nieuwe meerderheid konden aantasten.

Dit hebben zij niet gedaan bij het debat over de motie van wantrouwen die Papandreou vorige week indiende en die met 152 tegen 145 stemmen werd verworpen. Menigeen is van mening dat daarmee het "momentum' voor Samarás voorbij is gegaan en dat het nu “vijf over Samarás” is. Papandreou zou zijn motie voornamelijk hebben ingediend om deze politicus - een ook hem bedreigende faktor - op dood spoor te zetten.

Mitsotakis' positie is door de uitslag natuurlijk versterkt, maar zijn prestige is wel degelijk aangetast. Niet alleen door zijn eigen wonderlijke bekentenis, maar vooral ook doordat voor de stemming nog een ander gerespecteerd lid van de ND-fractie uit het parlement trad. Het was de 75-jarige oud-premier George Rallis, die te kennen gaf, onmogelijk voor Mitsotakis te kunnen stemmen. In een uitvoerige verklaring hekelde ook hij diens politiek van “verabsolutering van de naam” waardoor Athene allerlei kansen had gemist en diplomatiek in het isolement was gedreven. Tot dat laatste had ook de pro-Servische politiek bijgedragen.

Rallis is wat laat gekomen met al deze uitgebalanceerde klachten, maar hij heeft er wel de nodige indruk mee gemaakt. Er laat zich een ontwikkeling denken waarbij Mitsotakis een voor zijn land ongunstige ontknoping van de kwestie Skopje politiek niet zal overleven. De periode tot aan de verkiezingen van april 1994 zou dan kunnen worden overbrugd door een andere ND-regering. gedacht wordt aan Samarás, maar de laatste dagen meer aan het andere uiterste: de gematigde Rallis, die door velen wordt gezien als "woordvoerder' van de 86-jarige president Karamanlis.