Living Colour heeft genoeg van "black rock'-etiket

Binnenkort staat de Newyorkse rockgroep Living Colour op Pinkpop, dank zij een unieke mengeling van hardrock met funk-, jazz- en soulinvloeden. De nieuwe cd Stain is directer dan de twee voorgaande. “Muziek heeft geen huidskleur.”

Concerten van Living Colour: 8/4 Philipszaal, Eindhoven, 9/4 Muziekcentrum, Enschede, 31/5 Pinkpop, Landgraaf.

“Rock "n' roll is dood”, stelt Will Calhoun nadrukkelijk. “De enige manier om er nog iets nieuws aan toe te voegen, is door inspiratie te zoeken in andere disciplines als jazz en hiphop”. De drummer van Living Colour houdt van ferme uitspraken. Als belangrijkste songschrijver naast gitarist Vernon Reid, was hij verantwoordelijk voor het nummer Pride met de provocatieve tekstregel “History is a lie that they teach you in school”.

Hoewel Living Colour af wil van het etiket "Black Rock' dat het Newyorkse viertal in 1988 bij het debuutalbum Vivid kreeg opgeplakt, is Calhoun een vurige pleitbezorger van een Afro-Amerikaans cultuurbesef. “Muziek heeft geen huidskleur”, zegt hij. “Als jongetje leerde ik op school hoe ik het volkslied moest zingen, en wie de presidenten van de Verenigde Staten waren geweest. Voor een zwart kind in The Bronx is dat nutteloze kletspraat, want onze wortels liggen in Afrika. Onze cultuur begon niet bij de afschaffing van de slavernij, maar al veel eerder. Dat lees je nergens in de geschiedenisboekjes”.

Voordat Living Colour naam maakte met een volstrekt unieke mengeling van hardrock met funk-, jazz- en soulinvloeden, speelde zanger Corey Glover een rol in de speelfilm Platoon en studeerde Calhoun aan het conservatorium. Vernon Reid deed van zich spreken als oprichter van de Black Rock Coalition, een organisatie die zich sterk maakt voor de belangen van zwarte rockmuzikanten. De oorspronkelijke bassist Muzz Skillings werd na het tweede album Time's Up vervangen door stermuzikant Doug Wimbish, die om zijn fenomenale spel bij de industriële funkformatie Tackhead ook wel "de Jimi Hendrix van de basgitaar' werd genoemd.

Wimbish maakt zijn plaatdebuut bij Living Colour op het nieuwe album Stain. Volgens Calhoun is het “de eerste plaat waar we in alle rust aan konden werken, omdat we na vijf jaar on the road een pauze hadden ingelast. Die tijd hebben we nuttig besteed door onszelf in de oefenruimte op te sluiten, maar vooral ook door gehoor te geven aan een oud Chinees spreekwoord dat luidt: een wijs man staat regelmatig stil om in de spiegel te kijken. We keken naar onszelf en kwamen tot de conclusie dat we minder nadruk op onze betrokkenheid bij de Black Rock Coalition wilden leggen. Ik verafschuw de term black rock, die alleen maar dient om de hokjesgeest van de platenindustrie in stand te houden. Van groepen als Fishbone, 24-7 Spyz en ons wordt verwacht dat we een gezamenlijk front vormen, en dat onze teksten uit politieke slogans bestaan. Wij willen die verwachting doorbreken, met muziek en teksten die op zichzelf staan en die niet bij de een of andere stroming horen”.

Op de voorlaatste plaat stond het nummer Elvis Is Dead, waarmee Living Colour benadrukte dat rock "n' roll in eerste instantie een zwarte uitvinding was. Little Richard werd uitgenodigd voor een gastbijdrage en zo werd de aandacht gevestigd op een rockpionier die volgens Will Calhoun “minstens zo rijk als Mick Jagger had moeten zijn. Zonder Little Richard waren wij er niet geweest, evenmin als ik aan Miles Davis en Led Zeppelin voorbij kon, voordat ik op dit station arriveerde. Onze muziek is de logische optelsom van alles wat eraan vooraf ging. Daarbij schrikken we er niet voor terug om rock- en jazzinvloeden te combineren met sequencers, samplers en andere hi-tech apparatuur.”

Stain is een directere plaat dan de twee voorgaande, vindt Calhoun. De titel verwijst naar de bezieling die in de muziek bezegeld ligt en die “hopelijk een onuitwisbare indruk op de ziel van de luisteraar achterlaat.” In het nummer Postman citeert zanger Corey Glover een oude negroe spiritual. “De woorden "nobody knows the trouble I've seen' gaan in deze tijd vooral op voor mensen die tegen hun wil geconfronteerd worden met drugs en misdaad”, zegt Calhoun. “Muziek is een goede remedie tegen individuele ellende. Dat kan zachtmoedige en troostgevende muziek zijn, maar ook een hard en agressief nummer om je op af te reageren.”

De zachtmoedige kant van Living Colour komt tot uiting in het nummer Nothingness. De krekels die je op de achtergrond hoort zijn echt, want Corey heeft het buiten ingezongen, op een heuvel vlakbij de opnamestudio.

Op het podium doet Living Colour de groepsnaam eer aan met felgekleurde gitaren en bonte kleding. Op de vraag of hij zijn rol als entertainer serieus neemt, reageert Will Calhoun enigszins huiverig. “Bij het woord entertainment denk ik aan iemand die kunstjes doet en daarna met de pet rond gaat. In het verleden werd van een zwarte entertainer vaak verwacht dat hij zich belachelijk maakte, voordat hij beloond werd met een aalmoes. Wij hoeven ons niet te compromitteren, om als muzikanten serieus genomen te worden. De reden waarom we van die koddige wielrenbroeken dragen, is dat je daar naar hartelust in kunt transpireren.”