Kamer wil toch minder ambtenaren

DEN HAAG, 7 APRIL. De fracties van CDA en PvdA in de Tweede Kamer zullen het kabinet dwingen nog dit jaar het aantal rijksambtenaren alsnog met duizend te verminderen.

Zij nemen geen genoegen met de weigering van minister Dales (binnenlandse zaken) om de motie hierover van de Kamerleden Paulis (CDA) en Zijlstra (PvdA) uit te voeren.

Deze inkrimping moet een bedrag van zestig tot zeventig miljoen gulden opleveren. Dit geld willen de fracties gebruiken voor de bestrijding van de criminaliteit, bijvoorbeeld door de politie uit te breiden. In de loop van het jaar, wanneer de wijzigingen van de begrotingen aan de orde zijn, zullen de fracties de personeelsbudgetten korten.

De Kamerleden voelen zich gesterkt door aanwijzingen dat diverse ministeries afslankingen van hun ambtelijk apparaat ontlopen door op andere posten te bezuinigen of door het geld op een andere manier binnen te halen.

In 1991 heeft het kabinet afgesproken dat via efficiënter werken bij de rijksoverheid in 1994 een bedrag van 660 miljoen moest worden bespaard, waarvan zeshonderd miljoen op personele uitgaven. Destijds werd aangenomen dat dit een vermindering met negenduizend ambtenaren zou betekenen, zonder dat het kabinet zich aan dit aantal wilde binden. Volgens minister Dales zullen de maatregelen zelfs nog meer opleveren: 678 miljoen in 1994 en 694 miljoen in 1995.

Dales voelt er niets voor zich aan aantallen te binden en evenmin om vacaturestops in te stellen. Zij vindt dat eerst een kwalitatieve discussie moet worden gevoerd over de taken van de rijksoverheid. Daarover hebben de secretarissen-generaal, de hoogste ambtenaren van de ministeries, voorstellen geformuleerd, waarover het kabinet verdeeld is.

Kamerlid Paulis wil de kwalitieve discussie niet uit de weg gaan “maar ik zeg: je kunt het een doen, zonder het ander te laten”. Hij stoort zich eraan dat departementen de afgesproken afslanking “afkopen” door op andere posten geld binnen te halen. Een voorbeeld dat in Den Haag wel wordt genoemd is het ministerie van justitie. Dit voerde de opbrengst van hogere boetes op als het resultaat van efficiency-maatregelen.

Behalve met het verminderen van het aantal rijksambtenaren heeft het kabinet ook problemen met het afstoten van rijkstaken naar de provincies en gemeenten. Minister Kok (financiën) typeert deze zogenoemde decentralisatie in begrotingsstukken als “zeer problematisch”. Wanneer het bewindslieden niet lukt binnen de gestelde termijn taken over te hevelen naar de lagere overheid, dan moeten ze ter compensatie extra bezuinigen op hun eigen begroting, aldus Kok.

Volgens de prognoses van het ministerie van binnenlandse zaken zal het aantal rijksambtenaren, uitgedrukt in volledige banen, dit jaar dalen van 150.166 naar 149.100.