Het Rechtsbedrijf

Gisteren werd bekendgemaakt dat in Rotterdam dertien leden van een Turkse drugsbende zijn opgepakt. Onze bewondering voor politie en justitie werd extra geprikkeld door de mededeling dat er eigenlijk geen cellen voor het geboefte beschikbaar waren geweest. Maar ter bevrediging van ons veeleisende rechtsgevoel hadden ze wat ander buitenlands gespuis heengezonden om de vangst toch in verzekerde bewaring te kunnen stellen.

Dank u wel, heel attent, een fijn gebaar en een enorme geruststelling. Beter voor de persconferentie ook. Liberat ut quiescant.

Of hun hoogste baas helemaal tevreden was, blijft de vraag. Minister Hirsch Ballin zal met genoegen hebben gehoord dat dit project van Dienders Zonder Grenzen heeft geleid tot de arrestatie van de Rotterdamse kern van het criminele familiebedrijf, maar het zal hem hebben teleurgesteld dat zijn buitendienst aan de Maas zo weinig morele verontwaardiging in de aankondiging verwerkte. Die hebben nog een hele cultuuromslag voor de boeg.

Toch was hij als Voorzitter van de Raad van bestuur van Het Rechtsbedrijf vorige donderdag duidelijk genoeg geweest. Bij de opening van een opvoedend congres voor de nieuwe lichting rechters en officieren van justitie in Noordwijkerhout had Hirsch Ballin de werknemers opgeroepen zichzelf te zien als “Morele enterpreneurs. Als functionarissen die zich sterk maken voor de handhaving van de bestaande strafrechtelijke normen en de daaraan ten grondslag liggende moraal.”

Hirsch Ballin (attentie nieuwslezers: het accent hoeft niet op "Bal') had het ook nog even uitgelegd. Met een voorbeeld. Het stond zo in zijn tekst: “Rechtshandhaving zonder moraliserende inzet is, zo zou ik willen eindigen, als het maken van muziek zonder muzikale inspiratie. Een zinloze bezigheid kortom, waaraan spelers nog ontvangers iets hebben. Er gaat geen uitstraling vanuit.”

Afgezien van die "g' in noch, is deze slotalinea om een paar keer te herlezen. Zij werd zo afgesloten: “Ik wens u een moreel-geïnspireerd congres toe en nog meer een geïnspireerde beroepsuitoefening in uw latere werkkring binnen het immer dynamische rechtsbedrijf.”

De minister van Normherstel en Morele Verontwaardiging (NMV) in zijn nevenfunctie als bestuursvoorzitter van Het Rechtsbedrijf. Toen ik de volgende dag te gast was in Noordwijkerhout viel van een verpletterende uitwerking van zijn toespraak niet veel te merken. Het aspirant midden- en topkader van Het Rechtsbedrijf had het wel gezellig gevonden, zo'n minister op de koffie, niet erg opmerkelijk. Dat sommigen hunner in de voetsporen moeten gaan treden van rechters die hun onafhankelijkheid van de uitvoerende macht serieus namen, zat velen niet merkbaar dwars.

Het was al bekend dat de minister het openbaar ministerie wil omvormen tot een efficiënte buitendienst die opsporing en recht coördineert. De onafhankelijkheid van het OM is altijd een subtiele en niet onbeperkte zaak geweest. Nu hij zo onbeschaamd ook de rechters tot de orde roept, gaat de minister weer een stap verder. Principieel en praktisch.

Hij wrijft de rechters aan dat zij formaliteiten bij de vervolging van criminelen beter in het oog houden dan de behoefte van het volk aan gerechtigheid. Collega Kuitenbrouwer heeft er vrijdag al op gewezen dat de bestuursvoorzitter van Het Rechtsbedrijf daar beter zijn divisie OM op kan aanspreken dan de rechters.

Hirsch Ballin gebruikt het bizarre onderscheid tussen "rechtsbescherming van het individu' en "de normhandhaving ten behoeve van de gemeenschap'. Alsof wij niet allen lid van de gemeenschap en op onze tijd - helaas, helaas- vervolgde kunnen zijn. Alsof zware jongens een graad van slechtheid kunnen bereiken waar voorbij zij zich niet meer in de rechtsstaat bevinden. Een verbluffend staaltje demagogie voor een minister die het recht in de portefeuille heeft.

De bewindsman stelde een hoogst curieuze beschuldigende vraag: “Bekommert de rechterlijke macht zich wel voldoende om de handhaving van de normen die bescherming moeten bieden tegen criminaliteit?” De aanwezige junioren zweepte hij in Noordwijkerhout op met de mededeling: “Een zuiver technisch-juridische behandeling van dit thema is onmogelijk. De deelnemers aan het congres zullen positie moeten kiezen in een thans lopende politieke discussie over misdaad en straf. Ik verheug mij daarover.”

Waar is die man mee bezig? Griffiertjes, latere rechters en officieren, die positie moeten kiezen in een politieke discussie? Strafrechters die niet bezig zouden zijn met de handhaving van de normen die bescherming moeten bieden tegen criminaliteit?

In het juristenblad Trema (1993-3) heeft de rechtssociologe dr. L.E. de Groot-van Leeuwen (die promoveerde op politieke "afkomst' van magistraten) een brief van de minister van justitie uit het jaar 2010 gepubliceerd. Daarin maakt zij met plausibele fantasie duidelijk waar 's ministers dynamische hervormingsijver toe zal leiden. Er zal tegen die tijd een Geautomatiseerd Rechterlijk Systeem zijn, dat heeft afgerekend met oude vooroordelen tegen rechtspraak per computer en zulke nostalgische concepten als de onafhankelijke rechter.

De oproep van de minister uit april 1992 (Noordwijkerhout) om de morele verontwaardiging van de officier van justitie door middel van “moderne communicatiemiddelen” een “groter bereik” te geven blijkt in 2010 gemeengoed te zijn geworden. Ondersteund door tv in de rechtszaal zal het GRS de voltooiing zijn van een prachtig staaltje produktontwikkeling binnen Het Rechtsbedrijf. De al zo lang noodzakelijke inbedding van de rechter in de samenleving zal zijn bereikt.

Total Quality Management en andere concepten uit het bedrijfsleven zullen aanvaard zijn. De rechtseenheid is verzekerd. Verkeerde beslissingen horen tot het verleden. “De verwerkingscapaciteit is aanzienlijk vergroot en dat de snelsten de besten zijn wordt nu alom erkend, mede dankzij de adequate ondersteuning door beleidsanalisten, organisatie- en andere adviseurs, consulenten en voorlichters..”

Montesquieu, die achttiende eeuwer met zijn malle leer der machtenscheiding, zat er goed naast toen hij schreef dat “de rechters van de natie slechts de mond zijn die de woorden van de wet uitspreken, roerloze wezens die noch de kracht noch de onverbiddelijkheid van de wet kunnen matigen”. In de Trias Politica was geen ruimte voor morele ondernemers bij de rechterlijke macht. Wel voor politieke ondernemers. Die hadden hun eigen plaats in de driehoek.