Fugro verwacht kleine winststijging

Het ingenieursbureau Fugro McClelland verwacht het jaar 1993 af te sluiten met een winst tussen 20 en 25 miljoen gulden, tegen 19,5 miljoen gulden in 1992.

Dit heeft president-directeur G.J. Kramer vanmorgen gezegd bij de presentatie van het jaarverslag over 1992.

De omzet komt volgens Fugro uit op ongeveer 450 miljoen gulden (394 miljoen in 1992), grotendeels door de "gekochte omzetten'. Fugro maakte vanmorgen de overname bekend van het Schotse off shore-bedrijf Marconi-Udi (omzet 12 miljoen Britse pond, 150 werknemers), dat wordt afgestoten door het Britse GEC-Marconi. In Oost-Azië heeft Fugro ook twee nieuwe dochters opgezet in de vorm van joint ventures met respectievelijk het Japanse Raito Kogyo (milieu- en grondonderzoek) en Shanghai Tunnel in China.

Het resultaat van nog geen 20 miljoen in 1992 is een schok geweest voor beleggers, die vorig jaar bij de beursintroductie nog een winst van 31 miljoen voorgespiegeld hadden gekregen. Het verschil van 10 miljoen was volgens Kramer volledig toe te schrijven aan het in 1991 gekochte John E. Chance, dat vorig jaar een klap kreeg in de Golf van Mexico. Daarnaast gingen ook de “altijd sterk winstgevende” activiteiten in het Verenigd Koninkrijk naar een “klein verlies van zeg maar 100.000 gulden”. Fugro heeft vorig jaar 3 tot 4 miljoen gulen uitgetrokken voor de sanering van vooral John Chance, dat volgens Kramer 1992 met een winstje heeft afgesloten.

Voor 1993 is Kramer voorzichtig optimistisch. “In de Golf van Mexico zijn we nu al bij 100 boortorens aan het werk, terwijl dat vorig jaar in augustus nog maar 50 was. De investeringsstaking van de oliemaatschappijen in de Verenigde Staten is voorbij, doordat de omstreden belastingwet vorig jaar september niet is doorgegaan”, zei hij.