F-16 niet uitzonderlijk geschikt voor onderscheppen

ROTTERDAM, 7 APRIL. Op een vraag of ook de Koninklijke Luchtmacht iets van de oorlog in de Golf had geleerd, antwoordde een op de vliegbasis Twenthe gestationeerde F-16-piloot onlangs: “Sindsdien mogen we op middelgrote hoogte vliegen, net buiten het bereik van de luchtdoelartillerie”. Daarmee gaf hij aan dat het gevaar van de Iraakse luchtafweerraketten veel kleiner was dan was gevreesd.

De Servische grond-luchtraketbatterijen zijn kleiner in aantal en minder geavanceerd dan die van Irak aan het einde van Desert Storm. De Klein-Joegoslavische strijdkrachten beschikken over veertien batterijen SAM-2 en SAM-3 luchtafweerraketten. Op divisieniveau beschikt het leger over mobiele SAM-6 en SAM-9 luchtafweerraketten, eveneens van Sovjet-makelij. Na de terugtrekking van het Joegoslavische Volksleger uit Bosnië-Herzegovina zijn enkele SAM-3 installaties overgedragen aan de Servische milities.

De twaalf F-16's van het op Twenthe gestationeerde 315de squadron en de zes F-16's van het 306de verkenningssquadron met als thuisbasis Volkel staan voor een duidelijk minder riskante onderneming dan wanneer zij hadden deelgenomen aan de operaties in de Golf. De achttien F-16's behoren tot de eenheden die zijn toegewezen aan de Rapid Reaction Force van de NAVO.

Alle Nederlandse F16's hebben kortgeleden een trainingsprogramma afgerond, dat hen in staat stelt zowel gronddoelen aan te vallen als onderscheppingen uit te voeren. Voor dat laatste zijn zij overigens niet uitzonderlijk geschikt: de bewapening bestaat slechts uit infrarood-geleide Sidewinder-luchtraketten en een zesloops 20 mm snelvuurkanon, beide voor de korte afstand.

De F-16 is een mooi-weer-jager, nachtelijke onderscheppingen zullen moeten worden overgelaten aan de toestellen van de andere landen. De Nederlandse F-16's hebben in november 1992 tijdens de oefening Volkit '92 nog samengewerkt met F-14's en F-18's van de Amerikaanse marine. Het is de bedoeling dat de Nederlandse F-16's met de voorgenomen aanschaf van radargeleide raketten in de nabije toekomst wèl over een zogeheten all-weather capability zullen beschikken.

Van de luchtafweerraketten valt dus voor de F-16's weinig te vrezen. De 25 MiG-29's van de luchtmacht van Klein Joegoslavië zijn in het luchtgevecht wel gevaarlijke tegenstanders. Deze van Rusland gekochte toestellen zijn bijna net zo wendbaar als de F-16 en beschikken over de geduchte AA-10 Alamo radargeleide raketten. De vlieghelm van de piloot van de MiG-29 is voorzien van een infrarood vizier, een concept dat nog nooit in Westerse gevechtstoestellen is toegepast. NAVO-piloten zijn wel op de hoogte van de gevechtscapaciteiten van de MiG: Duitse toestellen van dit type - afkomstig van de voormalige DDR - voeren regelmatig spiegelgevechten uit met NAVO-luchteenheden.

Behalve met de MiG-29 vliegt de Klein-Joegoslavische luchtmacht ook met verouderde MiG-21's en met in Joegoslavië zelf geproduceerde Soko's voor aanvallen op gronddoelen. De Servische milities beschikken over een allegaartje, waarvan de inzetbaarheid op zijn minst twijfelachtig is.

Het is niet aannemelijk dat het in het Bosnische luchtruim tot een confrontatie zal komen tussen de combat-air-patrols van de NAVO en de MiG's. De Joegoslavische vliegtuigen zullen het gebied mijden, omdat alle vliegbewegingen boven Bosnië, Servië of Montenegro 24 uur per dag worden gevolgd door de Boeing E3 AWACS-radarvliegtuigen (Airborn Warning and Control System). De AWACS-toestellen vliegen langs de grenzen van het voormalige Joegoslavië en zijn op bases in de regio gestationeerd. De Britse en Amerikaanse AWACS, met bemanningen uit verschillende NAVO-landen, vliegen vanaf Trapani op Sicilië en het Griekse Previza. Andere Britse AWACS vliegen vanaf Aviano in Noord-Italië. Franse AWACS hebben hun thuisbasis op Avord in Zuid-Frankrijk.

De radarvliegtuigen patrouilleren langs de Adriatische kust en in het Oostenrijkse en Hongaarse luchtruim. Tijdens de vluchten langs de noordgrens van Klein Joegoslavië worden zij beschermd door Hongaarse MiG-21's. De vliegende radarposten zullen bij dreigende schendingen van het Bosnische luchtruim door Joegoslavische toestellen altijd in staat zijn de NAVO-luchtpatrouilles te dirigeren naar een gunstige gevechtspositie.