Egyptische kopten mikpunt van moslim-extremisten

KAIRO, APRIL. “Dag in, dag uit terroriseerden moslim-extremisten de koptische christenen in Imbaba (een grote volkswijk in Kairo)”, zo vertelt in de Egyptische hoofdstad een kopt die uit angst voor represailles van de overheid of de fundamentalisten op absolute anonimiteit staat. “Als we ons bij de politie beklaagden over moord, brandstichting of diefstal werden wj en niet de daders gearresteerd. We leefden in doodsangst.”

Maar op 8 december, nadat moslim-extremisten zich via hun aanvallen op toeristen tot een bedreiging voor het regime hadden ontwikkeld, maakte de veiligheidspolitie tijdens een voor Kaireense begrippen ongekend grote zuiveringsactie een einde aan de fundamentalistische "mini-staat' in Imbaba. Er vielen aan weerszijden doden. Honderden moslim-fundamentalisten, onder wie enkele toonaangevende sjeiks, werden gearresteerd. Desondanks doen zich zo nu en dan in Imbaba nog terroristische acties tegen de kopten voor. “Vorige week werd achter een kerk een bom gevonden”, vertelt de kopt. “Ditmaal werd de terrorist door burgers gepakt en naar de politie gebracht. De fundamentalisten zijn nog niet helemaal weg. Imbaba blijft een gevaarlijke plaats”, zegt hij.

In een uitvoerig gedocumenteerd rapport van 20 maart beschuldigt de Egyptische mensenrechtenorganisatie zowel de veiligheidspolitie als de moslim-fundamentalisten ervan op grove wijze de mensenrechten in Imbaba te hebben geschonden. In dit rapport, dat volgens de secretaris-generaal van de mensenrechtenorganisatie, Bahey el Din Hassan, volledig door de Egyptische media is genegeerd, wordt genoteerd dat de gelovigen in de moskeeën werden aangezet tot “aanvallen op christelijk eigendom en kerken”. Ook gaven de sjeiks die Imbaba controleerden, opdracht om de islamitische bevolking aan hùn interpretatie van de islam te onderwerpen.

Met betrekking tot aanvallen op eigendommen van de kopten stelt het rapport vast, “dat deze soms zelfs plaats hadden met medeweten van de autoriteiten, zoals in het zuiden (Opper-Egypte) het geval was. Er werd niet opgetreden zolang het geweld zich binnen de buurt afspeelde of beperkt bleef tot botsingen tussen moslims en kopten en geen gevaar opleverde voor het politieke systeem of voor de machthebbers.”

Het rapport wijst voorts op de overeenkomst tussen de gebeurtenissen in Imbaba en Dairut, een fundamentalistisch bolwerk ten zuiden van Kairo. Mensenrechten werden tweemaal geschonden: eerst door de fundamentalisten en daarna door de staat, die uit naam van de wet in de strijd tegen de fundamentalisten de rechten van de mens ernstig schond.

De agitatie van de fundamentalisten in Imbaba tegen de kopten begon volgens de koptische zegsman in maart 1990. Volgens hem was dat een onderdeel van het plan van de fundamentalistische leiders om Imbaba aan hun wil te onderwerpen.

Op 20 september 1991 namen de pesterijen en rellen tegen de kopten de vorm van een pogrom aan. In één etmaal werden twee kopten gedood, ging een kerk - Magda al-Kadissa - in vlammen op en werd een andere kerk door vuur beschadigd. Tijdens deze uitbarsting van geweld in de troosteloze nauwe straten en stegen van Imbaba werden 42 winkels van kopten door brand verwoest. “De politie deed niets om ons te beschermen. Tegen het einde van de rellen werden niet de moslims maar kopten door de politie gearresteerd. De kopten hebben hierdoor het gevoel gekregen vogelvrij te zijn. Kopten kunnnen zomaar worden vermoord en de regering doet niets”, zegt de kopt.

Deze pogrom tegen de kopten begon nadat extremisten die een woning van een kopt waren binnengedrongen, hadden geëist dat het familiehoofd een plaat van de Heilige Maria van de muur haalde. “De man weigerde. Zijn zoon schoot met zijn pistool op een van de fundamentalisten die de plaat van de muur wilde rukken”, vertelt de kopt. “Toen begon het geweld. Sommige kopten werden de handen en benen afgeslagen. Kinderen werden van balkons gegooid. Het was verschrikkelijk. De moslims haten ons omdat we een andere godsdienst hebben, we beter ontwikkeld zijn ook.”

De grote politie-actie tegen de fundamentalisten in Imbaba heeft de koptische zegsman niet veel verlichting gebracht. Hij is nog steeds bang: hij heeft altijd een pistool (met vergunning) bij de hand. “Ik vrees dat Egypte in handen van de fundamentalisten zal vallen”, zegt hij. “De kopten hebben geen toekomst hier (..). Veel jonge kopten gaan weg, naar Canada, Australië en andere bestemmingen in het Westen. Ik heb ook een visum voor Canada aangevraagd. Als ik het krijg zal dat een van de gelukkigste momenten in mijn leven zijn.”

Deze academisch gevormde kopt is evenals dr. Hanna Milad, een van de leiders van de kopten-gemeenschap in Kairo, van mening dat president Mubarak te laat het gevaar van het moslim-fundamentalisme heeft onderkend. Als hij eerder de kopten in bescherming had genomen, was dat volgens hen ook de algehele veiligheid in Egypte ten goede gekomen.