d'Ancona acht media schuldig aan negatief beeld criminele jeugd

DEN HAAG, 7 APRIL. Vooral de media zijn volgens minister d'Ancona (WVC) schuldig aan het beeld dat het met jeugdcriminaliteit de spuigaten uit loopt. “Het is in de media alsof wij ten prooi zijn aan de verschrikkelijkste verloedering en alsof de jeugdcriminaliteit daarbij een zeer belangrijke plaats inneemt. Het zal nodig zijn dat beeld tot de feitelijke proporties terug te brengen.”

De minister zei dit gisteren in de Eerste Kamer, bij de behandeling van haar begroting voor 1993, in reactie op uitlatingen van het Eerste-Kamerlid Soetenhorst-de Savornin Lohman (D66). d'Ancona noemde het een taak van politici zich op dit terrein “heel zorgvuldig en precies” uit te drukken en vindt dat zij niet moeten “meedeinen op een mediagolf die zij ten dele ook zelf creëren”. Media zijn meer geïnteresseerd in slecht nieuws en instabiliserende factoren dan in goed nieuws, aldus de minister.

Senator Soetenhorst wees erop dat als gevolg van recente uitlatingen uit politiekringen en daaropvolgende reacties van politici een beeld is ontstaan van de Nederlandse jeugd dat niet met de werkelijkheid strookt. Dat is volgens haar te wijten aan pleidooien voor werkkampen waar criminele etnische jongeren een vak zouden moeten leren en herinvoering van lijfstraffen. Soetenhorst vindt het de taak van de minister, als eerstverantwoordelijke voor het jeugdbeleid, tegenwicht te bieden aan het eenzijdig negatieve beeld van jongeren dat opgeroepen wordt.

“Natuurlijk is het goed om te luisteren naar de stem uit de praktijk”, aldus Soetenhorst. “Politici hebben de neiging te zeer in een eigen werkelijkheid te leven. Dit geldt ook voor de minister-president. Aan de andere kant heeft de politie ook een vertekend beeld, omdat die alleen de zwarte kant ziet.” Het aantal criminele jongeren baart volgens de D66-Senator geen reden tot plotselinge ongerustheid. “Het gaat de laatste tien jaar om ruim drie procent van de jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Relatief gezien - het aantal jongeren daalt - is er sprake van een lichte stijging, die voor een groot deel kan worden toegeschreven aan de gestegen criminaliteit onder meisjes. Moeten die ook via paramilitaire trainingskampen en stokslagen in het gareel worden gebracht?”

d'Ancona verzekerde dat ze elke gelegenheid aangrijpt om duidelijk te maken dat er meer nodig is dan optreden tegen jongeren “waar het al mis mee is”.

Zij legde de nadruk op het belang van preventieve maatregelen, zoals pre-schoolse vorming voor kinderen in risicovolle situaties. Vaak zijn dat kinderen van migranten, maar ook anderen die in zogenaamde achterstandsbuurten wonen. “Met opsluiten en een strengere discipline zijn we er niet”, aldus de minister.