Creatief met dollars

BILL CLINTON trekt voor Amerikaanse hulp aan Rusland evenveel uit als de Nederlandse minister van financiën dit jaar nog aan achterstallige ombuigingen op de begroting heeft uitstaan. Het zal Wim Kok wellicht enige moeite kosten om dat bedrag bij elkaar te sprokkelen, maar deze vergelijking plaatst het aanbod van Clinton in perspectief. De toezegging aan Boris Jeltsin van 1,6 miljard dollar is onvoldoende om hervormingen van de deplorabele Russische economie te schragen. Temeer omdat ruim de helft van het Clinton-pakket bestemd is voor financiering van de aankoop van Amerikaans graan.

In Vancouver presenteerde de president van een bankroet land de rekening voor groot onderhoud aan de president van een bankroete bank. Bill en Boris, compagnons in politiek en zaken, voerden tegen het decor van de Rocky Mountains een gepolijste show van wederzijdse vriendschap op. Maar een herhaling van de Amerikaanse generositeit van 1948, toen minister van buitenlandse zaken George Marshall dollars voor de wederopbouw van Europa aanbood, was het niet. De grootste crediteur van Rusland, bondskanselier Kohl, liet zuinigjes weten dat voor hervormingen in Rusland veel meer geld uitgetrokken moet worden en dat Duitsland in dat verband aan het einde van zijn vermogen is gekomen.

DUITSLAND STAAT voor meer dan de helft van de westerse hulp aan Rusland en Oost-Europa geboekt. Dat heeft met de afwikkeling van de Duitse eenwording, met de geopolitieke verhoudingen ten oosten van de Oder-Neisse grens te maken. Afgezien van de jaarlijkse injectie van 150 miljard D-mark in de voormalige DDR heeft Duitsland 80 miljard DM in de republieken van de ex-Sovjet-Unie uitstaan en 150 miljard DM in de rest van Oost-Europa. De Duitse noodkreet om de oplopende rekening te delen ligt dan ook zeer voor de hand.

Het enige rijke industrieland dat financieel in staat is vele miljarden op tafel te leggen is Japan. Maar Japan heeft geen zin in hulp aan Rusland, het heeft een oude vete met de grootste erfgenaam van de Sovjet-Unie, omdat de Sovjets in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog een paar Japanse eilandjes bezetten waardoor ze een plaats bij de Japanse capitulatie konden opeisen.

Ondertussen is Japan bezig met een tweede stimuleringsprogramma ter bestrijding van de recessie in eigen land: na 10,7 biljoen yen (85 miljard dollar) eind vorig jaar volgt binnenkort een pakket van waarschijnlijk 100 miljard dollar. Dat is in koopkracht vergelijkbaar met de omvang van de Marshall-hulp van 13 miljard dollar uit 1948. De Japanners gebruiken het geld evenwel voor versterking van hun economie en niet voor hulp aan hopeloos bankroete republieken van de voormalige Sovjet-Unie. Japan laat het aan zijn concurrenten over om de financiële last van steun aan Rusland te dragen.