Conflict tussen Financiën en Vermeend

DEN HAAG, 7 APRIL. De Kamerleden Vreugdenhil (CDA) en Vermeend (PvdA) zullenhun initiatiefwetsvoorstel, waarbij de belasting op ondernemingsvermogen wordt afgeschaft, niet aanpassen ondanks de kritiek die er is op de wijze waarop zij de lagere belastingopbrengst willen compenseren. De Kamerleden zijn verbolgen over de opstelling van bewindslieden van Financiën.

Als compensatie voor de beperking van de vermogensbelasting willen Vreugdenhil en Vermeend de zogenoemde rentegroeifondsen fiscaal extra treffen. Dit resulteerde vorige week tot veel tumult op de Amsterdamse effectenbeurs omdat veel beleggers hun belangen in rentegroeifondsen verkochten.

Dit onderdeel van het initiatief-wetsvoorstel is door PvdA-minister Kok en CDA-staatssecretaris Van Amelsvoort als “onevenwichtig” getypeerd. De indieners zijn daar verbaasd over omdat het initiatiefwetsvoorstel vóórdat het officeel is gepresenteerd naar de bewindslieden is gestuurd voor commentaar. Toen is er geen kritiek geuit. Niet op het voorstel, en niet op de alternatieve dekkingen, zeggen de beiden Kamerleden vanmorgen desgevraagd. “Uiteraard kan de staatssecretaris pas reageren wanneer er een concreet voorstel op tafel ligt”, zei vanmorgen de woordvoerder van Van Amelsvoort. “En of er van te voren overlegd is, doet er eigenlijk niet toe.”

Rentegroeifondsen keren geen rente en dividend uit. Het rendement wordt omgezet in voor de aandeelhouder - belastingvrije - vermogenswinst. Het rentegroeifonds betaalt 35 procent vennootschapsbelasting; de belegger "ontsnapt' aan de inkomstenbelasting (met een toptarief van 60 procent).

Begin vorige week stelden Vreugdenhil en Vermeend voor om een fictief rendement in te voeren van drie procent. In een vertrouwelijke advies schrijven ambtenaren van Financiën dat de huidige situatie “als enigszins onevenwichting” kan worden gekwalificeerd. “Door een fictief rendement te introduceren wordt een globaal evenwicht bereikt”, schrijven ze in hun advies aan minister Kok en staatssecretaris Van Amelsvoort. De bewindslieden wijken dus af van het advies van hun ambtenaren. “Maar dat is een situatie die wel eens vaker voorkomt”, zegt een woordvoerder van Financiën.

De invoering van een fictief rendement van drie procent levert bijna 150 miljoen gulden op. De plannen van Vermeend en Vreugdenhil kosten ongeveer 600 miljoen gulden. Met een aantal andere maatregelen willen de Kamerleden die kosten volledig dekken.

Volgens de Kamerleden zijn rentegroeifondsen vooral bedoeld voor de grote beleggers. “In veel gevallen gaat het om beleggingen van een ton of meer. De fondsen zijn in het leven geroepen voor vermogenden die hun volledige belastingvrijstelling hebben benut”, meent Vermeend. Zijn CDA-collega hekelt de “truc” waarbij iemand geld leent - de rente kan aftrekken van de belastingen - en vervolgens dit bedrag investeert in een rentegroeifonds. Bij een lening van 100.000 gulden kan het voordeel oplopen tot meer dan 1.300 gulden, aldus Vreugdenhil.

De Kamerleden pleiten voor een gelijke behandeling van beleggers door de fiscus. Als bij een rentegroeifonds de maximale afdracht aan de belasting 35 procent is, dan moet dit ook gelden voor andere vormen ven belegging. “Anders wordt er gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel”, aldus Vreugdenhil.