Banken speculeren op lagere beleningsrente

AMSTERDAM, 7 APRIL. Hoewel de contingentsperiode al voor meer dan 80 procent is verstreken, hebben de banken per saldo nog nauwelijks gespaard op hun contingent. In het algemeen zorgen de banken tegen het einde van de contingentsperiode wel voor enige besparing. Op die manier verschaffen zij zich de ruimte om een eventuele onvoorziene liquiditeitsbehoefte probleemloos op te vangen binnen het toegemeten contingent. Ook DNB is gebaat bij een ordelijk verloop van de geldmarkt aan het einde van de contingentsperiode. De Bank stimuleert derhalve het opbouwen van enige ruimte onder het contingent door via speciale beleningen voldoende alternatieve financiering beschikbaar te stellen.

Thans houden de banken het contingentsberoep echter op een hoog peil. Zij willen namelijk zo min mogelijk gebruik maken van het alternatief, de speciale belening. Die is immers relatief duur: 8,0 procent, tegen een voorschotrente van 7,5 procent. Bovendien hopen de banken op een verlaging van de beleningsrente voor het einde van de contingentsperiode op 23 april. In dat geval levert uitstel van de besparing op het contingent de banken geld op.

Vanmorgen heeft de Bundesbank voor de tweede achtereenvolgende week een zeer geringe verlaging van de repo-rente doorgevoerd met slechts enkele basispunten tot circa 8,15 procent. Wellicht is het gezamenlijke effect van beide verlagingen voor DNB echter voldoende groot om te volgen met een verlaging van de beleningsrente met 0,1 procentpunt. De positie van de gulden - die ten opzichte van de Dmark voortdurend ruim boven de EMS-spilkoers noteert en geen tekenen van verzwakking vertoont - laat dat toe.

Voor het IMF kan de Duitse renteverlaging niet snel genoeg gaan. Het vooraanstaande instituut vreest dat de monetaire versoepeling al te laat is om een negatieve omslag in het sentiment van Europese producenten en consumenten in Europa te voorkomen. De recente cijfers lijken het IMF daarin gelijk te geven. Zo bevindt het Duitse consumenten- en producentenvertrouwen zich op hetzelfde lage peil als begin jaren '80, kort na de tweede oliecrisis. In Nederland is dat overigens niet het geval.

Afgelopen donderdag bleef een officiële Duitse tariefsverlaging uit. Tezamen met enkele tegenvallende Amerikaanse conjunctuurcijfers, leidde dat in de verslagweek tot een daling van de dollarkoers met ruim 3 cent. Mede hierdoor werden in de weekstaat de vorderingen in buitenlands geld met 200 miljoen gulden afgewaardeerd. De resterende daling van deze balanspost, eveneens 200 miljoen gulden, betreft hoofdzakelijk terugbetalingen door buitenlandse centrale banken van eerder geleende 'interventie-guldens'.

De weekstaat laat voorts zien dat de geldmarkt aanzienlijk werd verkrapt door de gebruikelijke einde maands belastingafdrachten. Deze en andere transacties met het Rijk zorgden ervoor dat de roodstand van het Rijk vrijwel verdween. De komende verslagweek zal de positie van 's Rijks schatkist niet al te veel wijzigen.

Bron: Economisch Bureau ING Bank