4 oktober 1992; Duizend dossiers Bijlmer wachten op afhandeling; Claim slachtoffers ramp ligt tussen 70 en 100 miljoen gulden

Op vier oktober 1992, nu een half jaar geleden, stortte een Israelische Boeing 747 neer in de Bijlmermeer. Het afhandelen van de schadeclaims is nog in volle gang. Tweede van drie artikelen over de gevolgen van de Bijlmerramp.

AMSTERDAM, 7 APRIL. Een half jaar na de ramp in de Bijlmermeer druppelen de claims tegen vliegtuigfabrikant Boeing en luchtvaartmaatschappij El Al nog steeds binnen. Het totaal aan schadebedragen ligt naar schatting tussen de zeventig en honderd miljoen gulden. Advocaten van beide partijen hopen dat veel van de claims nog voor de zomer afgehandeld kunnen worden.

Het zijn drukke maanden voor de advocatenkantoren die zich met de afhandeling van de ramp bezighouden. De meeste onderhandelingen bevinden zich nog in een beginstadium. Hoewel voor de beoordeling van de claims gedetailleerde dossiers nodig zijn wordt verwacht dat veel van de eisen tot schadevergoeding nu snel afgehandeld worden.

“Van de individuele gevallen hopen we een groot aantal zaken de komende maanden te schikken”, zegt mr. B.J.H. Crans. Namens Boeing, El Al en het consortium van betrokken luchtvaartverzekeraars behandelt hij de schadeclaims. In totaal is het aantal af te handelen "dossiers' ongeveer duizend. Het is nog te vroeg om iets te zeggen over een gemiddeld uitkeringsbedrag, aldus de advocaat, die erop wijst dat claims van geval tot geval sterk in omvang verschillen.

Veel uitgekeerd is er tot dusver niet. Het aantal slachtoffers met wie een schikking is overeengekomen, is op twee handen te tellen. “Vrij lichte gevallen”, meent Crans. Uit het noodfonds van El Al, dat vorig jaar vrij snel na de vliegramp werd ingesteld, kregen 540 slachtoffers al een uitkering. In totaal werd voor een bedrag van ongeveer een miljoen gulden verstrekt.

Ook de claims van de gemeente Amsterdam en de woningbouwvereniging Nieuw Amsterdam worden “binnen afzienbare tijd” behandeld. Amsterdam heeft, mede namens het stadsdeel Zuid-Oost, een schadebedrag van “enkele tientallen miljoenen guldens” ingediend, uiteenlopend van de extra kosten voor de sociale dienst, de rekeningen van het huren van hotels waarin de daklozen enige tijd werden opgevangen tot de kosten van de sanering van de bodem. Volgens een woordvoerder zijn ook de kosten die politie, brandweer en de GG & GD hebben gemaakt in rekening gebracht.

De rekening die door de woningbouwverenigng Nieuw Oost werd gepresenteerd bedraagt tussen de dertig en veertig miljoen gulden. Een rekening die ondermeer bestaat uit kosten voor de sloop van de getroffen woningen en huurderving door leegstand. In totaal verdwenen 223 woningen en kregen 400 huishoudens nieuwe woonruimte. “We moeten bovendien extra werven om weer mensen in het gebied te krijgen. De flats hebben nu de naam dat er een vliegtuig op is neergestort”, aldus W. Kwekkeboom van Nieuw Amsterdam.

Direct na de vliegramp leidde de schade-afwikkeling tot onrust bij de Amsterdamse advocatuur. Aanleiding was het doortastende optreden van een aantal Amerikaanse advocatenbureaus. Terwijl het nabluswerk nog aan de gang was, landden de eerste in luchtvaartzaken gespecialiseerde "premiejagers' op Schiphol. Behalve de agressieve wijze van klantenwerving riep ook het vergoedingssysteem van de Amerikanen - het in Nederland verboden no cure, no pay - weerstand op.

Inmiddels hebben de meeste Nederlandse advocaten gekozen voor afhandeling via een Amerikaans kantoor. Het Advocatenkollektief Bijlmermeer, met 250 klanten de grootste schade-afhandelaar, ging in zee met het Amerikaanse bureau Speiser, Krause & Madole. Het kantoor Bakker Schut, Van den Biesen en Van Der Plas (100 klanten) laat de afhandeling lopen via het Amerikaanse bureau Pothurst. Alleen het Amerikaanse bureau Sterns, Walker and Lods (200 klanten) handelt de schadeclaims af zonder samen te werken met een Nederlandse collega. Het kantoor Trenité van Doorne (75 klanten) is een van de weinige die de onderhandelingen niet via een Amerikaanse advocaat laten lopen.

Dat laatste is ondermeer van belang voor de manier waarop de kosten in rekening worden gebracht. De honorering die de Amerikaanse advocaten vragen bedraagt een percentage van de uiteindelijke schadevergoeding. Dat kan betekenen dat de klant in kwestie (inclusief de kosten) een vijfde tot een kwart van de schade-uitkering moet afdragen aan zijn Amerikaanse advocaat. Dat Nederlandse advocaten de zaken laten afhandelen via Amerikaanse specialisten in het luchtvaartrecht heeft te maken met hun verwachting dat de schade-uitkering op deze manier aanzienlijk hoger zal uitvallen.

“Wat de Amerikanen in rekening brengen moeten zij weten”, zegt mr. W. Wiarda, waarnemend deken van de Amsterdamse orde van advocaten. Dat de Nederlandse advocaten op hun beurt de Amerikanen de gemaakte kosten in rekening brengen, is hem bekend. “Voor zover er percentage-afspraken door Nederlandse advocaten zijn gemaakt vallen deze binnen de bestaande regels”, aldus Wiarda. Volgens de deken gaat het om afspraken voor een maximumbedrag, terwijl er een normaal uurtarief in rekening wordt gebracht.

Waarnemend deken Wiarda spreekt van “enkele strubbelingen” waarbij het ene kantoor het andere beschuldigt van het al te vrijelijk werven van klanten over en weer. “In tegenstelling tot sommige Amerikanen hebben wij geen klanten "gehosseld' ”, zegt desgevraagd mr. P. Radhakishun van het Advocatenkollektief Bijlmermeer. De afgelopen maanden kreeg zijn kantoor een tiental nieuwe klanten.

Het Advocatenkollektief raakte ongeveer dertig klanten kwijt aan het kantoor Bakker Schut, Van Den Biesen en Van Der Plas. Wat is waar van het wijdverspreide gerucht dat dit aanleiding was tot een knallende ruzie tussen de twee kantoren? Advocaat Radhakishun moet voor een antwoord even in conclaaf met een medevennoot. “Daar wij groot respect hebben voor dit kantoor en uitgaan van de integriteit is er geen enkele reden om aan te nemen dat zij zich op welke wijze dan ook misdragen hebben”, klinkt het uiteindelijk stijfjes alsof een verklaring wordt opgelezen.

Mr. P. van den Biesen ontkent enige actieve werving. “Dat doen we nooit. Bovendien komen we al om in het werk”, zegt hij. “Alleen als mensen dat echt zelf willen nemen we ze over.”