Volg de staart van het peloton

Wall Street sloot vrijdag fors lager. Een aanleiding was de koersval van Philip Morris, een van de 30 fondsen in het Dow Jones gemiddelde. Zo'n correctie fungeert soms als lont in een kruitvat en trekt dan een hele beurs mee. Daar zag het maandag nog niet naar uit. Misschien was dit wèl een waarschuwing, een bliksemflits in een verre verte.

Intussen sluipt Tokio op kousevoeten naar boven. Het is niet ondenkbaar dat het grote geld zijn posities in Europa en de VS afbouwt, althans niet uitbreidt, en mijmert over een rally in Japan, wel of niet gesteund door goede vooruitzichten. Dit zal de koersen in Amsterdam drukken. Grootbeleggers zullen daarom de publieke opinie warm maken voor aandelen, want wanneer zij willen verkopen moet er iemand als koper optreden. Vaak trekt het publiek dan aan het kortste eind. Zo luidt in grote lijnen een bekend scenario in de beurswereld.

De aanbeveling van de Robeco Groep 'sparen wordt beleggen door dalende rente' past precies in die opzet. De rente daalt omdat de vraag naar geld afneemt door een lagere economische groei. Die trend versterkt als men de economie wil oppeppen met nog lagere rentetarieven. Moet je aandelen kopen in zo'n klimaat? Wat een merkwaardig advies!

Als je de raad van Robeco beschouwt als contra indicator, zal binnenkort een tijd van lagere koersen aanbreken. Daar komt bij dat het tijd is om winst te nemen, want vele hoofdfondsen hebben immers flink wat (op papier ten dele) opgeleverd.

Dat blijkt bij voorbeeld uit de lijst performance hoofdfondsen van het blad Beleggers Belangen, waarin het laatst uitgekeerde jaardividend en de koersverandering in de voorafgaande twaalf maanden wordt uitgedrukt als percentage van de koers aan het begin van die periode.

Op 30 maart stond Aegon (toen op 88,20) aan kop met een rendement van 41,25 procent, daarna Amev met 37,36, VNU met 36,83, CSM met 33,58 en ING met 31,14 procent. Als eerste beleggingsfonds staat Rodamco op plaats 11 met 20,43 procent; 9,01 procent dividend- en 11,42 procent koersrendement. Op nummer 24 staat als eerste (onbelaste) groeifonds het ABN Amro Obligatie Groeifonds met 9,56 procent (koers)rendement. Akzo op 28 is de laatste van de 40 drukste fondsen met een positieve opbrengst: 3,25 procent. Fokker sluit de rij met min 59,71 procent, na Nedlloyd min 49,24 en Hoogovens min 36,76.

Beleggers die een jaar geleden hun portefeuilles op de juiste manier aanpasten, behaalden fantastische resultaten. Veel beter dan beursindexen die worden berekend over stijgers en dalers en een soort gemiddelde weergeven. Grootbeleggers, zoals sommige beleggingsfondsen, die hun prestaties vergelijken met een of meer van die indexen, zou je van luiheid mogen betichten: ze doen niet echt hun best om de beste fondsen te zoeken, maar kopen de aandelen in een index en laten de markt verder het werk doen. Dat is een bepaalde benadering.

Kan een actieve particulier beter beleggen dan die spreidende luie professional? Ja, iemand die zijn bezit belegde in enkele van de eerste tien fondsen van de genoemde lijst, zou meer verdiend hebben dan de beleggingsfondsen. Maar wellicht niet meer dan fondsen die niet bij de hoofdfondsen horen of niet op de beurs genoteerd zijn. De vraag of de een beter belegt dan de ander is eigenlijk niet te beantwoorden en vergelijken achteraf is niet relevant.

Hoe zal de lijst er over twaalf maanden uitzien en hoe kan je profiteren van een verwachting? Kies nu maar eens voor enkele toekomstige toppers! Daar gaat het om. Welke aandelen moet je nu verkopen en welke kopen? Het antwoord op het eerste deel van die vraag is niet moeilijk: een onbelaste koerswinst van meer dan 30 procent vraagt om winstnemen. En dan weer kopen of nog even wachten?

Een ander bekend scenario adviseert de koop van aandelen die uit de gratie zijn, er van uitgaande dat de beurs te sterk reageert op slecht nieuws en overdrijft. Wie dat onderschrijft, vindt bij de laatste tien bedrijven op de lijst waarschijnlijk favorieten. Die staart van het peloton bestaat uit: DSM, KLM, Stork, KNP, Hunter Douglas, Philips, Océ, Hoogovens, Nedlloyd en Fokker. De opbrengsten liepen uiteen van min 11,74 tot min 59,71 procent. Bij een herstel geven die kans op een flinke koersstijging. Het is dus zaak om de goede berichten rond die bedrijven en de branches (ook of vooral in het buitenland) waarin ze opereren, te volgen als basis voor een koop. Vaak hebben grootbeleggers dat als eerste in de gaten. Hun aankopen signaleren een eventuele opleving.