Vermeenditis

Het parlement lijkt dit voorjaar aangestoken door een gemeen en uiterst besmettelijk virus: vermeenditis.

Politici die aan deze aandoening lijden zien onze belastingwetten niet primair als middel om de schatkist te vullen, maar bovenal als een gereedschapskist vol instrumenten om naar believen aan samenleving en economie te sleutelen. De kwaal is door mij vernoemd naar het kamerlid Vermeend (PvdA), een kundig en daadkrachtig fiscalist, die de belastingwetgeving beschouwt als breekijzer om maatschappelijke veranderingen tot stand te brengen. Wetgevende en andere activiteiten van deze parlementariër hebben het afgelopen decennium diepe sporen getrokken in het vaderlandse belastingstelsel, dat eerder al was vergeleken met een "door bomkraters geteisterd landschap'.

De werkgever die een langdurig werkloze in dienst neemt geniet een aantal jaren premievrijstelling, dank zij een initiatief-wetsontwerp Vermeend/Moor. Ondernemers mogen hun investeringen in geavanceerde, milieuvriendelijke apparatuur vervroegd afschrijven ten laste van de winst, dank zij een initiatief-ontwerp Vermeend/Melkert. Toen minister Kok speelde met de gedachte om de rentevrijstelling te beperken, vroegen de sociaal-democraten bij monde van Vermeend om een ruimere vrijstelling voor rente uitgekeerd door "groene' beleggingsfondsen. Vorige week diende Vermeend samen met zijn collega Vreugdenhil van het CDA een wetsvoorstel in om het in de eigen zaak gestoken vermogen van zelfstandigen en directeuren-grootaandeelhouders geheel vrij te stellen bij de heffing van vermogensbelasting. Aanvechtbaar argument: dat zou goed zijn voor de werkgelegenheid. Twee weken eerder had zijn fractievoorzitter Wöltgens het ondoordachte idee gelanceerd om het onderhoud aan de eigen woning weer fiscaal aftrekbaar te maken. Opnieuw: in het belang van de werkgelegenheid. Inmiddels schijnt de onvermoeibare Vermeend alweer een initiatief-wetsontwerp voor te bereiden om de recente oprisping van Wöltgens in wettekst om te zetten.

Tegen de nieuwste uitbarstingen van vermeenditis kunnen tal van steekhoudende bezwaren worden gemaakt. Ten eerste holt invoering van fiscale faciliteiten de heffingsgrondslag van de inkomsten- en de vermogensbelasting uit. Naarmate de grondslag verder wordt uitgehold, moeten de tarieven in beginsel omhoog om een gegeven belastingopbrengst binnen te halen. In ieder geval beperken budgettaire verliezen door invoering van zulke fiscale tegemoetkomingen de ruimte voor tariefverlaging. Juist de bestaande hoge tarieven kosten veel werkgelegenheid, zo beseft ook de PvdA-fractie in de Kamer. Dat de met fiscale faciliteiten gemoeide miljoenen in het belang van de werkgelegenheid beter kunnen worden gebruikt voor een algemene belastingverlaging, lijken de sociaal-democraten echter onvoldoende te beseffen. Zij scheppen kennelijk liever aftrekposten en vrijstellingen.

Elke nieuwe fiscale tegemoetkoming maakt belastingwetten en aangiftebiljetten weer een beetje ingewikkelder. Voorstanders van begrijpelijke fiscale wetgeving en zo laag mogelijke tarieven voelen zich daarom gedrongen om vermeenditis krachtig te bestrijden zodra dit virus de kop opsteekt.

Verder verdienen de inkomensgevolgen van recente voorstellen uit PvdA-koker de aandacht. Fiscale aftrekposten zijn meer waard naarmate belastingbetalers over de laatste guldens van hun inkomen een hoger percentage belasting zijn verschuldigd. Wordt straks het woningonderhoud onverhoopt weer gedeeltelijk aftrekbaar, dan krijgt een modale werknemer van de nota voor werkzaamheden aan zijn premie-A woning 38,4 procent van de fiscus terug. Wie meer dan een ton verdient, krijgt 60 procent van het bedrag op de rekening van zijn aannemer retour. Als woningonderhoud dan al moet worden gesubsidieerd, in het belang van de werkgelegenheid, dan verdient een directe subsidie de voorkeur boven een fiscale aftrekpost. In het eerste geval krijgt iedereen een in verhouding even grote tegemoetkoming, bij voorbeeld de helft van het bedrag op de nota van de aannemer. Het is heel vreemd dat juist de PvdA bij monde van haar fractievoorzitter pleit voor een subsidievorm die het meeste ten goede komt aan de hoogste inkomensgroepen.

Fiscale tegemoetkomingen staan op 'e'en lijn met directe subsidies uit de rijksbegroting. Voor de burger die zijn huis laat vertimmeren, maakt het immers niet uit of hij een gulden subsidie krijgt van het ministerie van volkshuisvesting, of dat hij een gulden minder belasting hoeft te betalen dank zij een aftrekpost. Verborgen subsidies in de vorm van faciliteiten in de belastingwetgeving zijn als zodanig echter nergens in de rijksbegroting terug te vinden. Parlementariërs die geen immuunsysteem tegen vermeenditis hebben, hollen dus hun eigen budgetrecht uit. Hopelijk kan de dreigende epidemie aan het Binnenhof nog worden voorkomen.