Verdachte van moord op Bruinsma voor hof Amsterdam; Justitie moet kroongetuige zoeken

AMSTERDAM, 6 APRIL. Het openbaar ministerie moet proberen de kroongetuige in de strafzaak tegen de voor tweevoudige moord veroordeelde oud-politieman Martin H. op te sporen. Dat zei de president van het Amsterdamse gerechtshof mr. J.H.M. Willems gisteren op de eerste zittingsdag van het hoger beroep in de strafzaak tegen H.

Die kroongetuige, Steve Aron Brown, is onvindbaar, zei procureur generaal mr. A. Korvinus. Martin H. is in totaal tot twintig jaar veroordeeld voor de moorden op Klaas Bruinsma en Tonnie Hijzelendoorn. Hij heeft altijd zijn onschuld volgehouden. De raadsman van de oud-politieman, mr.J. Boone, wil Brown als getuige oproepen. Hij noemde het onaanvaardbaar dat iemand die een zo cruciale rol in een proces speelt, nu voor Justitie onvindbaar zou zijn. H. maakte gisteren niet langer van zijn zwijgrecht gebruik.

De als "topcrimineel' omschreven Klaas Bruinsma werd in de zomer van 1991 voor de disco Juliana's van het Hilton hotel in Amsterdam doodgeschoten. Niemand is ooggetuige geweest van deze schietpartij. Alleen in de verklaring van de 39-jarige Brown, die net als Bruinsma groothandelaar in drugs was, wordt de 37-jarige Martin H. daadwerkelijk als schutter genoemd.

Brown legde deze verklaring af toen hij - net als H. - in voorlopige hechtenis zat, verdacht van moord op een andere collega uit de drugwereld, de 38-jarige Tonnie Hijzelendoorn. Hijzelendoorn werd in maart 1992 in zijn woning te Wilnis doorzeefd met kogels. Brown is na zijn beschuldiging aan het adres van H. naar het buitenland vertrokken. Vanuit een schuiladres in de Verenigde Staten vertelde hij voor de georganiseerde misdaad in Nederland op de vlucht te zijn.

Vorige week legde Brown in een tv-interview uit hij hoe hij coördinator werd van de Stichting Happy Family in Amsterdam en onder valse voorwendselen van rijk en gemeente voor vele miljoenen guldens fondsen wist te krijgen. Met deze subsidies richtte hij opvangcentra op, zogenaamd voor kansarme jongeren. In die centra verkocht hij hasj en XTC aan kleingebruikers en buitenlandse groothandelaren. De officier van justitie in de zaak-Bruinsma, mr. P.C. Kortenhorst, wist dat Brown “goede zaken in de hasjhandel heeft gedaan”. Maar de rechtbank in Amsterdam oordeelde vorig jaar in haar vonnis dat er geen reden was “te twijfelen aan de objectieve betrouwbaarheid van Browns verklaring”.

Advocaat Boone meent dat aan de betrouwbaarheid van Brown als getuige wel degelijk getwijfeld kan worden. Hij zei met de printlijsten van de autotelefoons (ATF) die zijn gebruikt voorafgaand aan de moord in Wilnis aan te kunnen tonen dat bepaalde beweringen van Brown niet waar kunnen zijn. Deze printlijsten zijn tot dusver niet bij de bewijsvoering betrokken geweest.

Ter zitting weersprak een van de getuigen die waren opgeroepen al één bewering van Brown. In diens woning, zo heeft Brown verklaard, zou over de moord op Bruinsma zijn gesproken en door H. zijn voorgedaan hoe hij Bruinsma om het leven bracht. Er was, zei de getuige, niet over de moord op Bruinsma gesproken, laat staan dat deze moord zou zijn nagespeeld.

Een andere getuige, die zegt dat hij Bruinsma vlak voor de fatale schoten tegen iemand had horen zeggen: “Omdat je ex-rechercheur bent moet je niet denken dat ik bang voor je ben”, bleek zich ter zitting nog maar weinig te kunnen herinneren. Hij erkende: “Als ik werkelijk te veel drink kunnen er wel eens gaten vallen.” Die avond had hij verklaard "wel dronken, maar niet van de wereld' te zijn geweest.

“Als de media Brown kunnen vinden dan zal justitie dat toch ook moeten kunnen”, aldus Boone. Donderdag begint het hof met de behandeling van het hoger beroep in de zaak-Hijzelendoorn.