Survival-cursus voor afgebrande leraar

De commissie-Van Es adviseerde staatssecretaris Wallage vorige week hoe het beroep van leraar aantrekkelijker kan worden. De leraar die geen perspectief meer ziet in zijn werk, kan nu al terecht bij het bureau Intervu. Vijfde en laatste deel in een serie over de leraar.

AMSTERDAM, 6 APRIL. Een grote scholengemeenschap is gefuseerd met een kleine MAVO - zo één waar nog regels gelden. Het is pauze en een 53-jarige leraar van die MAVO wandelt door het nieuwe gebouw. Aan het eind van de gang voetballen twee jongens met een prullenbak. Ze mogen zich tijdens de pauze niet in de gang bevinden, ze mogen er al helemaal niet voetballen met een prullenbak.

De leraar loopt op hen toe en zegt: "Hou daarmee op'. De jongens lachen hem gewoon uit: “Ach ouwe gek, waar bemoei je je mee. We hebben niet eens les van jou.” Waarop de leraar woedend wordt en de jongens aanpakt.

Helemaal fout, zegt drs. B. van der Horst. Tegen twee jongens leg je het altijd af, die zijn elkaars publiek. Leraren die zich laten gaan voor een publiek van schoolkinderen, branden het eerst af.

Afbranden op school (burn-out heet het in de schoolpsychologie) betekent geen perspectief meer zien in het werk. Denken dat het allemaal geen zin heeft. Psychosomatische klachten: rugpijn, hoofdpijn. Een afgebrande leraar wordt lijfelijk onpasselijk als-ie de school ziet of kinderen. Zo iemand wordt arbeidsongeschikt en gaat op wachtgeld.

Dit is een potentiële cliënt voor het sociaal-psychologisch adviesbureau Intervu in Amsterdam waar Van der Horst werkt. Voor de "reïntegratiegroep' om precies te zijn: “Mensen van tussen de 40 en 58 jaar, die allemaal ziek thuis zitten. Ons doel is ze binnen vijf maanden weer met plezier naar school te krijgen.” En in meer dan tachtig procent van de gevallen lukt dat ook, voegt hij eraan toe.

De afgebrande leraren krijgen bij Intervu inzichten in de zogenoemde coping-strategy voorgeschoteld. Je zou het survival op school kunnen noemen. De MAVO-leraar uit het voorbeeld moet zich niet zo druk maken om het gedrag van die leerlingen, leert Van der Horst. “De leraar die nog als laatste probeert normen en waarden te handhaven op school, doet het slecht. Die gaat eraan onderdoor.”

Onderwijs is een gevaarlijk vakgebied. “Er gaat een mare door het land als iemand voor de klas zijn 65ste haalt: "Heb je het gehoord? Iemand in Brummelen gaat met pensioen!' ” Iedereen, verzekert Van der Horst, loopt er na zo'n vijftien jaar lesgeven tegenaan. “Ze krijgen last van het lawaai in de school. En dat er geen minuutje lucht zit tussen het ene en het andere uur. Er is toch geen beroep ter wereld waarbij je 56 keer per week wordt gebeld om te horen dat je werk begint of eindigt?”

Een structurele remedie tegen het afbranden zou volgens Intervu een sabbatical leave zijn. Een leraar moet de mogelijkheid krijgen voor een periode van een half jaar tot een jaar de school te verlaten, zonder dat hij daarmee al zijn schepen achter zich verbrandt. Het zou bevrijdend werken en jonge leraren een kans geven meer ervaring op te doen dan de versnipperde invalbeurten waar ze het nu vaak mee moeten doen.

Zolang het verlof nog geen vaste plaats op school heeft veroverd, staat een leraar van zo'n veertig jaar met zijn rug tegen de muur. Eigenlijk kan hij die kinderen niet meer zien. In de leraarskamer kijkt hij al twintig jaar naar dezelfde gezichten en alle mopjes heeft hij al een keer gehoord. “Maar de markt zit niet te wachten op veertigers en helemaal niet degenen die ongeschoold zijn voor andere zaken”, zegt Van der Horst, die zijn bureau om die reden noodzakelijk acht. Behalve de reïntegratiecursus (“voor mensen die moeten accepteren dat ze hun arbeidsvreugde echt alleen nog in het onderwijs zullen kunnen vinden”) biedt Intervu ook loopbaanbegeleiding aan de wat jongere leerkrachten, die nog een andere wending aan hun carrière kunnen geven.

Wie bij Intervu aanklopt om zich op een andere baan te oriënteren, krijgt eerst een cursus van een paar dagen, “de bossen in”. Hier maken de deelnemers de balans op van hun werk en zoeken naar nieuwe mogelijkheden. “Irreële dromen schieten we meteen af”, zegt Van der Horst streng. “We hebben wel eens iemand gehad die het NOS-journaal wilde presenteren. Daar kunnen we niks mee.”

Na die dagen in de bossen krijgen ze huiswerk mee: zet een eerste stap op weg naar een nieuwe baan. “Je kunt je zwager bellen of een kennis bij een bank - maar doe een stap in een nieuw netwerk.” Na acht maanden komen ze terug bij Intervu om te worden overhoord. “Dat vinden ze leuk.”

Acht groepen per jaar van zo'n tien man, tegen 750 gulden per cursist. En dan is "het natraject' nog niet eens begonnen. Hoeft ook niet altijd: “Soms zijn ze bij die bank geweest en gaan gillend terug naar de klas. Dat is ook een vorm van de balans opmaken.”

Zelf heeft Van der Horst ook voor de klas gestaan. “Een school voor VGLO in Zutphen. Voortgezet gewoon lager onderwijs: de jongens zaten er te wachten tot ze vijftien werden, de meisjes tot ze veertien werden. Dan deelden ze toffees uit in de klas en verdwenen - de jongens naar de kippenslachterij, de meisjes naar de Loveable bh-fabriek.” Na drie jaar maakte hij de balans op: “Van der Horst, dit hou je geen veertig jaar vol.”