Oorlog in een keurige buurt tussen twee boze vaders

Adriaan Dooyeweerd is het type jongeman dat je vaker op het hockeyveld dan bij de rechter ziet. Goede articulatie, verzorgd uiterlijk, beschaafde omgangsvormen - kortom, wat doet hij op deze achternamiddag bij de politierechter in het al bijna uitgestorven gebouw van de Haagse justitie? Hoe stout is Adriaan geweest?

Daarvoor moeten we terug naar de gebeurtenissen van zondagmiddag 7 juli 1991, toen hij twintig jaar was. Op de keper beschouwd is het allemaal te kinderachtig voor woorden, maar dat is nu eenmaal de essentie van de meeste ruzies en vetes. Een gaaf conflict over niets, met veel geschreeuw en gekift, dat geeft weer zin aan het leven.

Zoiets moet er aan de hand zijn tussen de bewoners van de straat waarin Adriaan woont. Daarom is het nogal sneu dat Adriaan daarvoor moet boeten, want hij lijkt niet meer dan een pion te zijn geweest, die op een dag door toevallige omstandigheden in een vooruitgeschoven positie belandde. En nu Adriaan zich daarvoor moet verantwoorden hebben de schuldige volwassenen-op-de-achtergrond wel iets beters te doen dan hem te vergezellen op zijn moeilijke tocht naar de politierechter. Hij is er alleen met zijn advocaat.

Op 7 juli 1991 was Adriaan op straat aan het tennissen. Het was een prachtige zomerdag en de buren, de familie Vergaast, zaten met vrienden in hun royale tuin te kaarten. Op een gegeven moment belandde de tennisbal in de tuin van Vergaast. Adriaan vroeg of hij de bal mocht pakken. Nee, zei meneer Vergaast tegen zijn buurjongen. Adriaan negeerde het verbod, stapte over het tuinhek en boog zich voorover om de bal te pakken. Meneer Vergaast gaf hem daarop een zet, zodat Adriaan voorover duikelde. Adriaan stond op en gaf meneer Vergaast een klap op zijn hoofd.

Daarop pakte de zoon van meneer Vergaast Adriaan bij zijn bloes beet. Adriaan gaf hem een tik in zijn maag en bevrijdde zich. Meneer Vergaast klaagde later over pijn aan zijn hoofd en deed aangifte van mishandeling bij de politie. Justitie bood Adriaan een transactie - een schikking - aan van 400 gulden, maar dat weigerde hij. Hij stond erop dat de zaak voorkwam.

“Ik heb meneer Vergaast geslagen omdat hij me een duw gaf”, zegt Adriaan.

“Dit is niet de manier om problemen op te lossen”, zegt de rechter, mevrouw mr. A. Arpeau.

“Het gaat al jaren zo”, zegt Adriaan. “Het is niet alleen die ene bal. Het gaat om de familie Vergaast tegen de rest van de straat. Er wonen veel kinderen en die voetballen en tennissen op straat. Vergaast heeft het grootste huis en de grootste tuin van de buurt. Dus er komt nog wel eens een bal in hun tuin. Daar doen zij dan vreselijk moeilijk over.”

“Dat is hun goed recht”, zegt de rechter. “Het is hùn tuin, hùn grond. Het gaat toch niet aan om die zaak zó te laten escaleren?”

“Dat begrijp ik wel”, zegt Adriaan, “maar als je gewoon de bal vraagt en je krijgt een duw...”

“Ik beluister bij u niet het besef dat u zo geen problemen mag oplossen”, zegt de rechter tamelijk scherp.

“Dat was ook niet mijn intentie. Ik wilde alleen die bal pakken.”

“Het wordt weer zomer. Zijn de problemen nu opgelost?”

Adriaan haalt zijn schouders op. “Je kunt kinderen niet verbieden om daar te tennissen.”

“Nee, maar je kunt ze wel verbieden om een tuin in te lopen.”

“Dat doet ook niet iedereen. Meestal vragen ze toestemming.”

Ook de officier van justitie, mevrouw mr. D. Boetzelaer, neemt geen genoegen met de antwoorden van Adriaan. “Hoe vervelend die mensen ook zijn, dat geeft u nog niet het recht om zomaar hun tuin in te lopen. Die duw was een reactie op uw binnenkomst. En uw irritatie mag er niet toe leiden dat u iemand op het hoofd slaat. Ik eis 400 gulden boete waarvan 200 gulden voorwaardelijk.”

“Heeft u de eis begrepen?” vraagt de rechter.

Adriaan knikt.

“Mijn cliënt heeft het te meer begrepen omdat hij rechten studeert”, zegt de advocaat, mr. Kok. Alsof hij wil zeggen: wij zijn onder elkaar, laten we het gezellig houden. “Hij beseft heel goed dat je dit soort zaken niet met geweld kunt oplossen. Maar die familie Vergaast stelt zich nu eenmaal zeer rigide op. Ze worden dan ook niet uitgenodigd voor de buurtbarbecue. Cliënt heeft keurig gevraagd of hij de tuin in mocht. Als je dan wordt geduwd, kan ik me voorstellen dat je reageert met een klap. Daarna wilde hij meteen weglopen, maar toen hield de zoon van Vergaast, die veel forser is, hem vast. Hij kon zich alleen bevrijden met een stomp. De zoon bleef achter met de bloes van cliënt, zó stevig had hij hem vastgepakt.”

De advocaat beaamt dat Adriaan zich aan eenvoudige mishandeling heeft bezondigd, maar hij probeert hem buiten het strafregister (de centrale registratie van veroordelingen) te houden. Dat kan hem straks immers problemen bezorgen bij het zoeken naar een baan. Daarom dringt hij aan op schuldigverklaring zonder oplegging van straf - in dat geval volgt geen aantekening in het strafregister. “Dat is rechtvaardiger dan een onvoorwaardelijke boete. Bovendien heeft hij nog geen strafblad.”

De rechter geeft Adriaan het laatste woord. “Als dit de eerste keer was geweest, had ik niet geslagen”, zegt hij. Pas dan onthult hij dat er op de achtergrond een jarenlange vete smeult tussen zijn ouders en het echtpaar Vergaast. “Ik woon er al vanaf mijn 14de. Het is een tijd lang goed gegaan, we kwamen op elkaars verjaardagen. Maar toen ging het fout tussen de vaders, en sindsdien is het alleen maar bergafwaarts gegaan.”

Wat Adriaan die dag deed, was weinig anders dan een voortzetting van de oorlog tussen de vaders.

“Ik volg de eis van de officier”, zegt de rechter. “In die eis klinken de omstandigheden door. 400 gulden boete waarvan 200 gulden voorwaardelijk.”

Dat betekent voor Adriaan een eerste aantekening in het strafregister. Leuk is anders, ook al wordt het strafregister na enige tijd gezuiverd als de veroordeelde niet recidiveert. En dan te bedenken dat Adriaan buiten het strafregister zou zijn gebleven als hij destijds was ingegaan op het schikkingsvoorstel van de officier van justitie.

Je ziet Adriaan 's avonds thuiskomen.

“Hoe is het gegaan?”

“Veroordeeld, pa. 200 gulden.”

“Ik hoop dat je ervan hebt geleerd, jongen.”

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.