O-Europa probeert dam op te werpen tegen aids

Vijf landen in Midden- en Oost-Europa zijn volgens de statistieken gevrijwaard van aids: Azerbajdzjan, Albanië, Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan. De Baltische republiek Letland, eind vorige week gastland van een congres over Aids-preventie, registreert onder vijf miljoen inwoners drie gevallen van aids. Hoewel er op grond van de getallen geen reden voor paniek lijkt, noemt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de situatie als gevolg van economische crises, toenemende werkloosheid, etnische conflicten, grote populaties vluchtelingen en het vrije verkeer tussen Oost en West potentieel catastrofaal. De middelen om aids te stoppen zijn minimaal.

RIGA, APRIL. Snel grist de vriendin van de Letse lijfwacht een gratis condoom uit het promotiepakket van een Poolse fabrikant. Ze stopt het preservatief in haar zwarte handtasje, kijkt als een dief om zich heen en loopt langzaam verder. Een Westeuropese afgevaardigde vult zonder gêne een plastic zakje met de Poolse waar. De gratis condooms vliegen weg op het congres over aids in Midden- en Oost-Europa, eind vorige week in Riga. Geen wonder. Op een enkel land na zijn ze in het niet-westelijke deel van Europa nauwelijks voorhanden. En waar ze wel zijn, zijn ze meestal onbetaalbaar. Hoewel in vrijwel alle Oosteuropese landen een aids-coördinator is aangesteld, is aids-preventie niet meer dan dweilen met de kraan open.

In Azerbajdzjan, dat volgens de statistieken geen aids kent, is voor elke man gemiddeld een halve condoom per jaar beschikbaar. Dr. Loedmila Mamedova, directrice van het aids-preventie- en controle-centrum in Baku, vertelt het een beetje gegeneerd omdat Azeri nu eenmaal niet openlijk over seks spreken. Het condoom mag in het door oorlog geteisterde Azerbajdzjan geen naam hebben als wapen in de strijd tegen aids. “In ons land, waar vooral moslims wonen, is het niet gebruikelijk om met condooms te vrijen. Maar als ze gekocht kunnen worden, zal de jeugd ze zeker gebruiken.” Onder de 7,3 miljoen Azeri is nog geen aids vastgesteld en voor zover bekend zijn er negentien seropositieven, als gevolg van besmetting met het HIV-virus, de voorbode van aids. Een budget voor aids-preventie is er niet. Ook ontbreken de middelen voor het testen van donorbloed. “Elke dag gaat er tien tot twaalf liter ongetest donorbloed naar de oorlog. Zolang we daar de spullen niet voor hebben, worden er zeker geen condooms aangeschaft.”

Als het om het aantal aids-gevallen gaat, lijkt Oost-Europa gunstig af te steken bij het Westen. Volgens de laatste statistieken zijn er op 400 miljoen inwoners 3.026 Oost- en Middeneuropeanen met Aids. Het Westen, met een vergelijkbare bevolkingsomvang, stevent met 84.476 gevallen gestaag op het dertigvoudige af. Roemenië (2235 mensen met aids, tegen 2478 in Nederland) voert de lijst aan, op ruime afstand van Joegoslavië (268).

De hoofdoorzaken van besmetting lopen uiteen. In Polen is bijna 75 procent van de besmettingen het gevolg van intraveneus drugsgebruik, in Hongarije is onveilige homoseks verantwoordelijk voor driekwart van de besmettingen, in Kroatië vindt de helft van alle besmettingen zijn oorsprong in heteroseks. In Roemenië is besmet bloed de belangrijkste besmettingsbron. Vooral kinderen zijn het slachtoffer. Onder de 2235 bekende aids-gevallen bevinden zich 2101 minderjarigen, van wie bijna 98 procent kinderen tot vijf jaar. In bijna alle gevallen is de besmetting veroorzaakt door "minibloed-transfusies' in weeshuizen ten tijde van Ceausescu, toen het ongeteste bloed van één donor werd verdeeld over vijftig kinderen. Nadat de nieuwe Roemeense leiders de hulp hadden ingeroepen van de WHO en betere hygiënische voorzorgsmaatregelen waren getroffen, begon de situatie zich te stabiliseren.

De delegaties op het congres in Riga werden door de WHO, de Wereldbank en Westeuropese afgevaardigden, onder wie ambtenaren van het ministerie van WVC, gewezen op de noodzaak van maatregelen die verspreiding van aids moeten voorkomen. De boodschap aan het adres van ministers van volksgezondheid en financiën was simpel: wie nu niet flink investeert in aids-preventie, zal daar later duur voor betalen. “Wat we nu besteden, krijgen we later als dividend uitgekeerd”, aldus dr. Michael Merson, directeur van het aids-programma bij de WHO. Om te voorkomen dat de ziekte in Oost-Europa grotere vormen aanneemt, is de komende drie jaar 500 miljoen dollar nodig, becijferde Wereldbank-topman Antonio Campos. Voor voorlichtingsmateriaal, wegwerpspuiten, rubberen handschoenen, condooms en bloedtests bijvoorbeeld. Westerse landen moeten bijspringen, de Wereldbank zal leningen verschaffen maar ook de landen zelf moeten prioriteiten stellen. “Zonder hulp van buitenaf kunnen we het HIV-virus niet tegenhouden”, aldus dr. Larissa Basjmakova uit Kirgizië. Ook zij houdt haar hart vast voor de nabije toekomst. “Onlangs hielden we een enquête onder een groep jonge vrouwen. De helft zei zich te kunnen voorstellen ooit prostituée te worden, met het oog op materiële welvaart.”

WHO-topman Merson hield de Oosteuropeanen de ontwikkelingen in Azië als schrikwekkend voorbeeld voor ogen. Daar wachtten regeringen met maatregelen tot aids zich op grote schaal openbaarde. Toen was het te laat. “In Azië gaat men Afrika achterna. Zes jaar geleden kwam aids er nauwelijks voor. In landen als Thailand, India en Birma hebben 70 procent van de prostituées en 50 procent van de intraveneuze drugsgebruikers nu aids. Laat u dat in Oost-Europa ook gebeuren?”

Niet bekend

Op aids-gebied ligt de grootste prioriteit bij het testen van donorbloed. Met steun uit Nederland en Zwitserland wordt steeds meer naar het HIV-virus gespeurd. Na de val van het bewind van Enver Hoxha is in Albanië een eind gemaakt aan het verplicht testen op seropositiviteit van mensen die uit het buitenland terugkwamen. Steeds meer Oosteuropese landen vinden inmiddels dat verplicht testen geen enkel doel dient en zelfs afgekeurd moet worden. Bovendien geeft het een vals gevoel van veiligheid, omdat iemand die negatief uit de test komt, de volgende dag seropositief kan zijn. WHO-topman Merson wees er op dat testen nooit preventief is zolang er geen medicijn is tegen aids. Het geld kan beter worden besteed aan voorlichting. Merson: “Vooral jongeren moeten beseffen wat de gevolgen kunnen zijn van seks in het aids-tijdperk. Ze moeten weten hoe ze een condoom moeten gebruiken. Voorlichting zal weerstanden oproepen, bij politici, onderwijzers, priesters. Zij moeten echter beseffen dat er levens op het spel staan.”

In Riga was dat besef aardig aan het doordringen. Op een paar kilometer van de congreshal worden twee avonden achtereen in een discotheek condooms, tips voor gebruik en folders over aids uitgedeeld. Op de draaitafel ligt een hit van Salt 'n Peppa die, hoewel in het Engels, weinig aan duidelijkheid te wensen overlaat: Let's talk about sex. Een paar stoere tieners lopen met opgeblazen condooms over de dansvloer.

De WHO wijst onder meer naar Polen (voor zover bekend 130 aids-patiënten en 2.500 seropositieven) als een land waar jongeren op een goede manier worden voorgelicht. Jongeren die een studierichting in de gezondheidszorg hebben gekozen lichten generatiegenoten op middelbare scholen voor. “Dat werkt uitstekend”, zegt dr. Zbigniew Halat, onderminister van volksgezondheid en sociale zaken én nationaal aids-coördinator. Halat is een pragmaticus. Hij zorgde er persoonlijk voor dat alle kinderen mèt de voorlichting ook condooms krijgen. Andrzej Draus, marketing-directeur van de enige condoomfabriek in Polen, knikt instemmend. Beiden doen goede zaken. En snel. Zo was één telefoontje van Halat naar Unimil Co. in Kraków voldoende voor de produktie van condooms voor anale seks. Homo's hadden geklaagd over het ontbreken van goede condooms. “Het bleek technisch vrij eenvoudig om ze te fabriceren. Eén dag nadat ik de fabriek had gebeld, waren ze gemaakt.” Een doosje met condooms, voorzien van een kleurenfotootje van een bijna blote vrouw, ontlokt Halat een ontboezeming: “Dat is een goede vriendin van me.” Hij geeft hoog op van haar seksuele kwaliteiten.

Halat ontkent dat Polen met aids en seropositieven als oud vuil worden behandeld. Bezoekers aan Poolse steden vonden niet zelden zwervers voorzien van een bord met de tekst "Ik heb aids' op hun weg. “Nep”, zegt Halat, “een goedkope truc”. Ook verhalen over Polen met aids en seropositieven die de afgelopen jaren als wilde beesten zijn opgejaagd, bestempelt hij als verzinsels. “Ze worden behandeld in goed uitgeruste ziekenhuizen en klinieken en krijgen allemaal het aids-remmende middel AZT.” Halat heeft WHO-officials die getuigen dat er de afgelopen jaren in Polen veel ten goede is veranderd aan zijn zijde. Ook de groeiende produktie van condooms in Polen stemt de WHO tevreden. Dr. Ilona Kickbusch, directeur Levensstijl en Gezondheid bij de WHO, verzucht dat in Oost-Europa net zoveel geïnvesteerd zou moeten worden in de bouw van condoomfabrieken als in de tabaksindustrie. “Het is wrang dat mensen dood gaan aan spul dat ze niet nodig hebben en kunnen overleven met een produkt waar een tekort aan is.”