"Milieubehoud en economische groei kunnen goed samengaan'

Ismail Serageldin leidt sinds 1 januari de nieuw-ingerichte afdeling van de Wereldbank die moet nagaan of de ontwikkelingsprojecten van "de Bank' wel voldoen aan het criterium van "duurzame ontwikkeling'. Gisteren bezocht de Egyptenaar Nederland.

DEN HAAG, 6 APRIL. De VN-milieuconferentie (UNCED) van juni vorig jaar in Rio de Janeiro heeft veel goeds gebracht, zegt Ismail Serageldin, een van de 16 vice-presidenten van de Wereldbank. “"Rio' heeft bij velen de ogen geopend voor het idee dat economische groei en milieubehoud hand in hand kunnen gaan”. Ook op de Wereldbank ("de Bank') - die vanuit Washington in samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds ("het Fonds') kredieten verleent voor wederopbouw en ontwikkelingsprojecten - is die gedachte aangeslagen. Sinds 1 januari van dit jaar is de afdeling voor milieuprojecten omgevormd tot een nieuwe afdeling voor "duurzame ontwikkeling'.

Bij de Verenigde Naties betekent dat begrip milieubescherming zonder nadelige gevolgen voor economische groei. Bij de Wereldbank betekent het vooral: economische groei met respect voor milieuwaarden.

Serageldin: “Wij behandelen verschillende aspecten van dezelfde realiteit. De Bank financiert ontwikkeling, de VN houdt zich bezig met bijvoorbeeld technische bijstand of onderwijs. Het gaat erom die verschillende rollen te bundelen. Ontvangende landen moeten onze programma's zelf uitvoeren. Wij steunen slechts vanaf de zijlijn.”

Een van de conclusies van "Rio' was dat de beslissingen over ontwikkelingsprojecten "transparanter' zouden moeten zijn. De Wereldbank heeft de naam nogal gesloten te zijn. Veel Derde Wereldlanden bekijken u met argwaan, omdat de rijke landen die de Bank financieren hun eisen zouden kunnen dicteren.

“Ik ben verbaasd. Weinig instellingen zijn zo transparant als de Wereldbank, door onze permanente raad van directeuren, gekozen door de landen die in de Bank deelnemen. Maar het is nu eenmaal zo dat sommige landen meer gewicht in de schaal leggen dan andere. Eén stem per land is iets voor de Algemene Vergadering van de VN, maar dat werkt niet bij economische instituten. Je kunt niet volhouden dat Togo evenveel betekent als de Verenigde Staten of China.

Desondanks hebben de Bank en het Fonds zich bewonderenswaardig aangepast aan de veranderende realiteit, bijvoorbeeld door het toegenomen belang van Japen en Duitsland te verdisconteren, zonder het systeem te verstoren. Dat kun je niet van alle internationale fora zeggen.

Bovendien is er zoiets als het "Dinsdagmorgenwonder' - dan vergadert de board van de Bank - waarbij zelfs landen die met elkaar in oorlog waren hun geschillen opzij zetten en elkaar kredieten toeschoven: Israel en de Arabische landen, Indiërs en Pakistanen, Britten en Argentijnen. Vergelijk dat eens met de VN, waar Arabieren de zaal verlaten als de Israelische vertegenwoordiger spreekt!''

De vice-president van de onderzoeksafdeling van de Wereldbank, Lawrence Summers, deed vorig jaar - kort voor "Rio' - in een intern memorandum het voorstel om vervuilende industriën over te brengen naar "relatief onvervuilde' delen van de Derde wereld, waarna een storm van protest opstak.

Kortgeleden raakte de bank in opspraak door het plan voor de aanleg van tientallen dammen in de Indiase rivier de Narmada ten behoeve van de drinkwater- en elektriciteitsvoorziening. Volgens een onafhankelijk rapport hadden de Wereldbank noch India rekening gehouden met de hoge milieuschade en de sociale probelemen van de volksverhuizing die het Narmada-project met zich meebracht. Nadat binnen de Wereldbank een schisma dreigde over voortzetting van het project, dat haar inmiddels 350 miljoen dollar had gekost, hield India vorige week de eer aan zichzelf en zegde de overeenkomst op, met de mededeling dat het de rest zelf wel zou financieren.

Juist op uw terrein heeft de Wereldbank de laatste tijd nogal eens slechte publiciteit gekregen.

“Het Narmada-plan was bedoeld om 30 à 40 miljoen mensen van water te voorzien. Toegegeven, de uitvoering liet enigszins te wensen over. Toen dat duidelijk werd hebben wij zelf om een onafhankelijk rapport gevraagd, dat wij ook zelf bekend gemaakt hebben. Wij hebben nooit geprobeerd India het Narmada-project zonder meer door de strot te duwen; wij hebben verbeteringen voorgesteld, maar India is er nu zelf uitgestapt.

“Larry Summers is een ander geval. De Bank moet beoordeeld worden aan de hand van officiële beleidsnota's en de leningen die wij verstrekken, niet op grond van interne memoranda. Dit lek was ongelukkig en persoonlijk ben ik het niet met Larry Summers eens, maar daar gaat het niet om. Ik houd staande dat hij het recht heeft om welk voorstel dan ook te doen, zolang het bijdraagt aan het interne debat op de Bank.

Een recente studie van het Worldwatch Institute (Costly Tradeoffs; Reconciling Trade and Environment, Worldwatch Paper 113) betoogt dat economische groei door toename van de wereldhandel milieubescherming juist kan frustreren. Ontbossing wordt in de hand gewerkt door handel in hardhout op wereldschaal, toenemende handel betekent meer transport en draagt bij aan het broeikaseffect. Vervuilende industrieën zoeken hun toevlucht in landen met landen met lakse milieuwetgeving. Zo is het noorden van Mexico onder invloed van het Noordamerikaanse vrijhandelsakkoord (NAFTA) een eldorado geworden voor Amerikaanse (en Japanse) bedrijven, die in eigen land niet aan de milieunormen zouden voldoen. Maar omgekeerd kunnen strenge milieunormen door regeringen misbruikt worden als een verkapte methode om de eigen handelspositie te beschermen.

Serageldin: “Ik geloof dat in 95 procent van de gevallen deugdelijke economische ontwikkeling, natuurbescherming en armoedebestrijding hand in hand kunnen gaan. Het is ongelukkig dat die vijf procent in de media en door publicaties van sommige groepen alle aandacht opeisen. De toename van handel, "mobiliteit' van kapitaal, informatie, personen en diensten zal op den duur een einde maken aan "vrijhandelszones' als die in Mexico. Er zal bovendien meer "schone' technologie beschikbaar komen, die zowel voor de investeerders als de minder ontwikkelde landen vruchten zal afwerpen.”

In een land als Mexico hoeft de vervuiler niet te betalen. Milieuschade is ook niet verdisconteerd in de Mexicaanse groeicijfers, die zoveel enthousiasme ontmoeten.

“Ja, het is merkwaardig te zien dat men dat nu van onderontwikkelde landen begint te eisen. Maar door hun hoogwaardige technologie en betere statistieken verkeren de rijke landen daarvoor in een betere positie. Zij zouden het voortouw moeten nemen bij het meewegen van milieufactoren in hun groeicijfers, maar geen enkel geïndustrialiseerd land doet dat vooralsnog. Zolang de ontwikkelde landen per jaar nog steeds 250 miljard dollar aan energiesubsidies spenderen - vijf maal het bedrag dat die landen samen per jaar aan ontwikkelingshulp uitgeven - is van duurzame ontwikkeling geen sprake.”

Welke plannen heeft uw afdeling voor de voormalige Sovjet-Unie?

“De vervuiling daar gaat vermoedelijk de wildste speculaties te boven. De kosten om het op te ruimen zijn onmogelijk te berekenen, maar lopen in de tientallen miljarden dollars. Een eerste stap zou moeten zijn het stoppen van vervuilende processen. Daarna kan de schoonmaak beginnen.

Maar zolang bijvoorbeeld de goedkope exploitatie van bodemschatten een van de laatste manieren is om aan valuta te komen, zal de vervuiling doorgaan.

“We zullen duidelijk moeten maken dat je dat niet goedkoop mag noemen. Afgezien van de morele kwestie, dienen de kosten zich vroeger of later toch weer aan, bijvoorbeeld in de vorm van extra uitgaven voor gezondheidszorg. We zullen de staatsondernemingen die altijd hun gang hebben kunnen gaan verantwoordelijkheidsbesef moeten bijbrengen. En door de economische misvormingen van het voormalige Sovjet-systeem ongedaan te maken, zullen ook de verleidingen wegvallen om door te gaan met die slechte gewoontes.”