Milieu-lobby ruikt zege in zaak dam India

De verrassende ontknoping van een slepend conflict tussen de Wereldbank en India over een lening voor een omstreden stuwdamproject, is een voorlopige overwinning voor de milieubeweging. Deze heeft binnen en buiten India jarenlang gewezen op de funeste gevolgen voor het milieu als het project, bedoeld om 3 miljoen mensen te voorzien van drinkwater en elektriciteit, zijn beslag zou krijgen.

De regering in New Delhi, die geen kans zag een fatsoenlijk milieu- en herhuisvestingsprogramma op tafel te leggen zoals de Wereldbank eiste, besloot eind vorige week af te zien van de lening en de dam op eigen houtje te voltooien. Beide partijen halen opgelucht adem: India bespaart zich verder gezichtsverlies en voor de Wereldbank is een einde gekomen aan een van de pijnlijkste projecten uit haar geschiedenis.

Tienduizenden hectares bos- en landbouwgrond zouden verloren gaan door de aanleg van de dam. Het bouwwerk maakt deel uit van een veel groter project, dat bestaat uit twee grote dammen, 36 minder grote en honderd kleine dammen verspreid over een lengte van honderden kilometers in de rivier de Narmada en irrigatiekanalen met een totale lengte van 80.000 kilometer. Het project verkeert nog in een pril stadium: de eerste grote dam is in aanbouw. De aanleg van de tweede is uiterst onzeker.

De commotie is vooral te doen om de dam in aanbouw. Doordat de aanleg van een tweede dam onzeker is, moet de eerste veel hoger worden dan gepland, met alle gevolgen van dien voor milieu en omwonenden. Naar schatting 200.000 mensen zouden elders moeten worden gehuisvest.

De voordelen van het Narmada-project, dat officieel tegen het jaar 2000 klaar moet zijn en is begroot op zo'n 12 miljard dollar, zijn veel kleiner dan de regering steeds heeft beweerd, menen tegenstanders van de stuwdam. Dat is voor een belangrijk deel te wijten aan het feit dat het plan al in 1946 werd opgesteld. De regenval is kleiner dan destijds werd berekend, waardoor er minder drinkwater en elektriciteit beschikbaar komt voor de bewoners van het gebied. De verdeling van het water heeft tot hooglopende ruzies geleid tussen de deelstaten Gujarat, Maharashtra en Madhya Pradesh, het stroomgebied van de Narmada. Bovendien kan alleen in het regenseizoen genoeg water worden opgevangen om elektriciteit op te wekken. Voor een optimale wateropslag zijn bovendien twee grote dammen nodig.

Maar er zijn meer fouten begaan, meent Patrick McCully, een Ierse milieu-activist die onlangs het gebied bezocht en dit weekeinde op een congres van de milieugroep Both Ends in Amsterdam verslag deed van zijn bevindingen. Niet de hele regio is geschikt voor irrigatie, omdat de grond niet overal bewerkt kan worden. Bovendien is het zoutgehalte van de rivier eigenlijk te hoog voor irrigatiedoeleinden. Om het project toch rendabel te maken overweegt de regering om de waterprijs te verhogen. “Dat zou funest zijn voor veel kleine boeren die een hogere waterprijs niet kunnen betalen en hun bedrijfje van de hand zouden moeten doen”, volgens McCully. “Op die manier schiet het hele project zijn doel voorbij.”

Ook de Wereldbank, die in 1985 een lening van 450 miljoen dollar voor de dam verstrekte, raakte in de loop der jaren doordrongen van de sociale en economische gevolgen van het project. In totaal zegde de Wereldbank 1,3 miljard dollar toe voor irrigatiekanalen en bijbehorende werkzaamheden. Aan de betrokken deelstaten werd in 1988 gevraagd een gedegen plan op tafel te leggen voor de herlocatie van de bewoners van de Narmada-vallei en de bescherming van het milieu. Hoewel die plannen er nooit gekomen zijn, werd een jaar later wel met de bouw van de dam, waarvoor premier Nehru in 1961 de eerste steen legde, begonnen.

Onder druk van de milieubeweging besloot de Wereldbank in 1991 voor het eerst in haar bestaan om een onafhankelijke studie te laten uitvoeren naar een van haar projecten. De conclusies van onderzoeker Bradford Morse over het Narmada-project waren vernietigend: hij stelde dat de milieubeweging grotendeels gelijk had met haar kritiek. De Indiase regering en de Wereldbank hadden de gevolgen voor het milieu niet goed onderzocht, zo schreef Morse. Ook de herlocatie van de bewoners was in veel gevallen slecht verlopen doordat de betrokkenen niet de grond kregen waarop zij recht hadden. Morse's advies: staak het project.

Het rapport zaaide tweespalt binnen de Wereldbank. De Verenigde Staten, Japan en Duitsland drongen aan op onmiddellijke stopzetting van de kredietverlening, maar het merendeel van de leden besloot India tot 1 april 1993 de tijd te geven om alsnog met een milieu- en herhuisvestingsprogramma te komen. Door conflicten tussen de betrokken deelstaten over een gemeenschappelijk beleid is ook deze "deadline' verstreken.

In India is men niet echt rouwig over de gebeurtenissen. De regering is blij dat ze is verlost van de bemoeizucht van de Wereldbank, die slechts 15 procent van de totale kosten van het project inbracht. Daarvan is tot nu toe 60 procent besteed. Verlies voor India: slechts 170 miljoen dollar. Maar ook in Japan leed de Indiase regering door toedoen van de milieubeweging een gevoelig verlies: materiaal voor de krachtcentrale van de stuwdam, ter waarde van 200 miljoen dollar, ligt opgeslagen in de haven van Tokio omdat de Japanse regering heeft besloten af te zien van steun aan het project. De opslagkosten, zo'n 13 miljoen dollar tot nu toe, zijn voor rekening van India.

Ook de Wereldbank is blij. Het is door India verlost van een gevoelige kwestie die het beleid en de gedegenheid van de bank niet bepaald in een gunstig daglicht stelde. Bovendien is een openlijk conflict met India, een van de grootste debiteuren van de bank, vermeden nu het land de eer aan zichzelf heeft gehouden.

In New Delhi intussen blijft de stemming optimistisch. Minister Shukla van waterstaat heeft al laten weten dat stopzetting of herziening van het Narmada-project uitgesloten is nu het getouwtrek met de Wereldbank voorbij is. De regering overweegt andere internationale instellingen te benaderen voor financiering en particuliere investeerders aan te trekken. Ook verschuivingen binnen de begroting, die een fors gat vertoont, behoren tot de mogelijkheden. Alternatieven die stuk voor stuk weinig kans van slagen hebben door de grote financiële problemen in het land.

Milieu-activist McCully houdt dan ook hoop. “Van de honderden stuwdammen die sinds India's onafhankelijkheid in 1948 zijn gebouwd zijn er slechts enkele tientallen voltooid. Ik denk dat ook deze dam het niet redt.”